Hollanditis keert terug in Nederland

Nederland moet Obama niet voor de voeten lopen met zijn binnenlandse buitenlandbeleid, menen André Spoor en Godfried van Benthem van den Bergh.

Hollanditis is een akelige ziekte. Het houdt in dat Nederlanders achter een dikke muur van zelfoverschatting wereldpolitiek bedrijven. De ziekte sloeg met volle hevigheid toe in de jaren tachtig. Ondanks het lawaai van de vredesbeweging van Mient Jan Faber poogden politici de trouwe vazal van Washington te blijven en daarom ook de middellangeafstandsraketten te plaatsen die de NAVO van ons verwachtte.

Jammer genoeg hield de bacil zich hierna niet stil, de leus ‘Alle kernwapens de wereld uit, te beginnen in Nederland!’ bleef door de straten galmen. De uitkomst bleef lange tijd onzeker. Premier Lubbers werd ten slotte in 1987 gered door Gorbatsjov. Het door hem voorgestelde verdrag, waarbij alle middellangeafstandsraketten uit Europa werden verbannen, deed het wonderlijke debat over de noodzaak van ‘koppeling’ van het Amerikaanse kernwapen met de Europese bondgenoten vanwege de dreiging van de SS-20 Sovjetraketten verstommen. Maar in de NAVO bleef alles bij het oude.

De grote rede van Obama in april 2009 in Praag over het afschaffen van alle kernwapens in de wereld en zijn pleidooi voor verkleining van de kernwapenarsenalen van de grote mogendheden, veranderde de discussie ingrijpend. Tezelfdertijd kwam de herbezinning op gang over de in Afghanistan te volgen strategie.

In beide gevallen ontstond in Nederland een nieuwe vorm van hollanditis. Ook nu is er weer sprake van het laten bepalen van buitenlands beleid door het provinciale geneuzel. Obama heeft dat weliswaar in de hand gewerkt door afschaffing van kernwapens ten doel te stellen en te lang te aarzelen over wat nog in Afghanistan te doen viel. Maar hij heeft zich naar ons idee gerehabiliteerd door serieus met Rusland over reductie van de arsenalen te onderhandelen.

In deze wereldpolitieke vijver hebben de Nederlandse Ministers van Staat, minister Verhagen en Martijn van Dam een klein, maar ambitieus dieptebommetje gegooid. Nederland zou als ‘Atoomgidsland’ de wereld bij de hand moeten nemen en leiden naar een paradijs waarin alle kernwapens zouden zijn afgeschaft. Afgezien van de vraag of dit mogelijk en wenselijk zou zijn (wat ons betreft niet, omdat kernwapens risicomijdend gedrag bevorderen), ligt dit walhalla in een ver verschiet. De kernwapenlanden zelf zouden dit tot stand moeten brengen, wat niet makkelijk zal zijn als we nu al waarnemen hoe moeizaam de onderhandelingen over START en lagere plafonds van kernwapenarsenalen verlopen. Bovenden zullen ‘wilde’ kernwapenstaten als Israël, Pakistan, India, Noord-Korea en wellicht over een tijdje ook Iran hun schouders over deze atoomvrije idealen ophalen.

Martijn van Dam blijkt bovendien niet te weten wat een kernwapentaak inhoudt. Hij denkt (NRC Handelsblad, 2 december) dat de „desbetreffende (lees: Europese) nationale krijgsmachten in staat (moeten) zijn kernwapens in te zetten in noodsituaties”. Dit is alleen volstrekt onmogelijk. De Verenigde Staten bepalen of en wanneer kernwapens worden ingezet. De landen waar kernwapens zijn opgeslagen, hebben wel ingestemd met plaatsing op hun grondgebied, maar hebben er verder niets over te zeggen.

Amerikaanse kernwapens in Europa zijn een verkrampt overblijfsel van de strategie die beoogde de conventionele overmacht van de Sovjet-Unie te neutraliseren. Bij de overeenkomst van 1987 over middellangeafstandsraketten bleven alleen ‘tactische’ kernwapens over (bedoeld voor het slagveld). Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd de NAVO-strategie, dom genoeg, niet gewijzigd. De tactische kernwapens van de NAVO lijken in Europa eerder gevaarlijk, zeker nu de NAVO zich tot aan de Russische grens heeft uitgebreid. Een overeenkomst over het afschaffen ervan zou een zinnige suggestie zijn voor een klein NAVO-land. Op dit punt zou Nederland zich bij Duitsland kunnen aansluiten in de onderhandelingen over een nieuw strategisch concept van de NAVO, zodat Amerikaanse kernwapens uit Europa kunnen worden teruggetrokken.

Nederland zou zich dan ook kunnen richten op het sluiten van een verdrag tussen Rusland en de NAVO tot het afschaffen van alle tactische kernwapens, zoals eerder (1987) op initiatief van Gorbatsjov de middellangeafstandskernwapens zijn geëlimineerd. Maar dit is makkelijker gezegd dan gedaan, omdat de perspectieven van NAVO en Rusland zijn omgekeerd. Nu ziet Rusland tactische kernwapens als neutralisering van de conventionele overmacht die de uitbreiding van de NAVO zou hebben teweeggebracht. Dit neemt niet weg dat ‘Nederland atoomgidsland’ een overspannen initiatief lijkt, waarvan hollanditis het motortje is. Een beperkt aantal kernwapens afschaffen is wenselijk, maar álle kernwapens is onhaalbaar.

In het geval van Afghanistan heeft de hollanditis misschien nog meer toegeslagen. In plaats van het nieuwe beleid van Obama te steunen, zouden de om binnenlands politieke redenen gemaakte afspraken dit beleid ondergraven door de Nederlandse militairen in 2010 plompverloren uit Uruzgan terug te trekken, terwijl notabene het Nederlandse 3D-beleid model heeft gestaan. Juist die op streek en stam gerichte benadering zou sterker moeten worden beklemtoond – en dat kan nu juist wél geloofwaardig door Nederland worden bepleit.

Terugtrekking van Nederland uit Afghanistan na 2010 wordt door PvdA-leiders verdedigd op grond van afspraken, waarbij de NAVO zich heeft neergelegd. Die afspraken werden gemaakt in de tijd van Bush. Dat was toen een begrijpelijk voorbehoud, bedoeld als waarborg tegen voortgaande medeplichtigheid aan een beleid waarbij Nederland zijn twijfels had. Maar nu Obama het beleid bepaalt, is een heroverweging nodig. Daar staat helaas tegenover dat in de presentatie van zijn nieuwe Afghanistanstrategie alle nadruk kwam te liggen op de militaire taken van de 30.000 man die een tweede ‘surge’ tot stand zouden moeten brengen, maar niet op het feit dat de NAVO van nu af aan samen acties met het Afghaanse leger gaat uitvoeren.

Voor Obama’s strategie in Afghanistan zien wij op dit moment desondanks geen beter alternatief. Alleen minister Koenders heeft een slimme zet bedacht. Nederland kan volgens hem het succesvolle ontwikkelingsbeleid in Uruzgan ook zonder Nederlandse militairen voortzetten. Het lijkt alleen verspilling om de beveiliging over te laten aan militairen die Uruzgan niet kennen. Het idee van Koenders is politiek slim, maar onpraktisch. Ook hier steekt onze nationale bacterie de kop weer op. Wat binnen de muren slim kan zijn, heeft met de echte wereld weinig te maken.

Maar de strategie van Obama is ook in de VS omstreden. Beperkt de strategie zich toch tot een ‘surge’, dan wordt het niets. Het moeilijk toegankelijke Afghanistan vraagt om een gedifferentieerde aanpak die gebaseerd is op het besef dat Afghanistan geen nationale staat is, maar een samenstel van stamverbanden. Wat Nederland deed leek verstandig: een basiskamp van waaruit de tegenstander kon worden aangevallen om een groter gebied te beveiligen.

Of deze al in achttien maanden Afghanistan veilig genoeg kan maken voor de overdracht aan Afghaanse troepen, lijkt ons dubieus. Maar een essentieel punt in Obama’s plan is dat er een limiet wordt gesteld aan het Afghaanse avontuur. Zijn ambitie om de totaal uit de hand gelopen Amerikaanse presentie in de wereld te beperken verdient steun, ook al leidt dat tot een langer verblijf van Nederlandse militairen overzee.

Geen hollanditis meer: beperk het aantal kernwapens door onderhandelingen, maar elimineer ze niet en trek de Nederlandse troepen niet terug uit Afghanistan.

André Spoor is oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad.Godfried van Benthem van den Bergh is politicoloog.

    • André Spoor
    • Godfried van Benthem van den Bergh