Haitink een keer terug als de legendarische 'Kerstdirigent'

Klassiek Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink m.m.v. Christianne Stotijn, mezzosopraan. Gehoord: 25/12 Concertgebouw Amsterdam****

Voor het eerst sinds 1987 leidde Bernard Haitink weer de Kerstmatinee van het Koninklijk Concertgebouworkest, rechtstreeks op radio en tv. De terugkeer van de legendarische ‘Kerstdirigent’ was een persoonlijk succes voor Haitink. Uit de zaal klonk bravogeroep, op het podium was er bijval van het Concertgebouworkest.

Vanaf 1988 werd de Kerstmatinee gedirigeerd door Haitinks opvolger Riccardo Chailly en later door diens opvolger Mariss Jansons. Na de Europese tournee van het KCO, eerder deze maand onder leiding van Mariss Jansons, kwam het beter uit om eredirigent Bernard Haitink deze keer weer de Kerstmatinee te laten dirigeren.

Haitink, die met zijn Mahlers de Kerstmatinee maakte tot een legendarisch fenomeen, kon persoonlijke wensen realiseren. Christianne Stotijn zong en de gepensioneerde trompettist Peter Masseurs speelde op markante wijze mee, onder andere in het macabere Mahlerlied Wo die schönen Trompeten blasen, een hoogtepunt van het concert.

Deze tweedelige Kerstmatinee was één Mahleriaans geheel. De vijf nummers uit Mahlers liederencyclus Des Knaben Wunderhorn schetsten het deels treurige, deels mooie leven op aarde.

De Zesde symfonie ‘Pastorale’ van Beethoven leidt, net als de symfonieën van Mahler, tot het samenvallen van de natuur en het hemelse. Volgens Wagner was het alsof Beethoven in de Zesde symfonie zei: ‘Vandaag zult gij met mij in het Paradijs zijn’. „Wie hoort niet het woord van de Verlosser als hij naar de ‘Pastorale’ luistert?”

In de Mahler-liederen was in de zaal nogal eens de balans tussen Stotijn en het orkest zoek. Maar in de herhaling van de tv-uitzending was daarvan geen sprake – leve de geluidsregeltechniek! Stotijn zong daar met meer reliëf en variërende expressie: van schalks en laconiek tot weemoedig en schrijnend.

De Pastorale-symfonie was een lyrische, soms stralend-extatische lofzang op de natuur, fantastisch gespeeld en gedirigeerd. Het warme en milde klankpalet van het Concertgebouworkest was hier ideaal voor een interpretatie met soms lome suizelingen en verstilde passages.

Maar sentimentaliteit bleef ver weg dankzij een steeds energiek, stuwend tempo. Vogels, dansend boerenvolk, het plotse onweer en de zang van de herders – alles kreeg een plaats in deze schildering van het opperste geluk. Het was alsof Haitink en Beethoven de mens wilden bezweren de natuur èn de aarde te zien als een godsgeschenk en die in stand te houden.

    • Kasper Jansen