Goddeloos

Ik ben geen christenfundamentalist, geen moslimextremist, geen boeddhist, geen hindoepurist. Zelfs geen atheïst. Ik ben een religieopportunist. Een levensbeschouwingzapper. In deze tijd van het jaar wentel ik me fijn in de boodschap van Christus. Als ik door het jaar heen in de stress zit ga ik lekker even zitten voor mijn Tibetaanse ademhalingsoefeningen. En op een verloren middag blader ik graag even door Kader Abdolahs vertaling van de Koran.

Momenteel woedt de woede der overtuigd atheïsten door het publieke debat. Alles is de schuld van religie. ‘Religie heeft ons al zoveel ellende gebracht’ heet het dan. Ja? Volgens mij geschiedt er ook heel wat kwaad in naam van ‘seculiere’ ideeën (een wereldoorlogje hier, een dictatoriaal regime daar).

Maar goed, wat ik mij tijdens de Kerstdagen vooral afvroeg was: waar zitten al die hardcore atheïsten dan op Kerstavond? En niet van die halfbakken atheïsten die ‘niet echt in iets’ geloven en dan toch tijdens Kerstavond stiekem wat zalige gedachtes hebben. Maar echte goddelozen. Wat is de meest goddeloze plek die je je kunt voorstellen op Kerstavond? Juist, de Wallen. Dus dit jaar voor mij geen gezellig kerkje met speeches van daklozen en dominees. Maar dames van plezier, aftandse barretjes en striptenten. Amen.

Ik schuimde tijdens de heilige nacht de ongure steegjes af en vroeg de meest uiteenlopende figuren naar hun Godsbeleving. Zo was er de stomdronken Ajax-hooligan die, op het moment dat de kerkklokken luidden, uitriep: „Klote christelijke kut-islamieten. Is er weer iemand jarig ofzo!?” Er was de grote Surinamer met sigaar die op bedachtzame toon zei: „Ik bén God”. En een Thaise ladyboy die me zijn/haar beleving van het boeddhisme heeft uitgelegd: ik mag doen wat ik wil, wanneer ik het wil (knipoog).

Met sommige mensen heb ik echt een tijdje staan praten over moraal en ethiek en waar ze hun waarden dan uiteindelijk vandaan hadden. Het opvallende is dat er uiteindelijk bijna niemand echt overtuigd atheïst was. Zelfs de mensen die eerst stelden dat ze absoluut ongelovig waren, gaven uiteindelijk toe dat ze zich op moeilijke momenten weleens tot een soort opperfiguur richtten met een hulpvraag.

Uiteindelijk drong zich de vraag aan mij op: kan een mens wel zonder een vaderlijke godsfiguur? Zijn we daar psychisch toe in staat? Zelf richt ik me bijvoorbeeld op echt hele zware momenten in gedachten altijd even tot Bas van der Vlies. En daar kan ik voorlopig nog niet zonder, of ’ie nou met pensioen gaat of niet.

kimon moerbeek

    • Kimon Moerbeek