Bloedig weekeinde W-Jordaanoever

Het Israëlische leger heeft zaterdag zes Palestijnen doodgeschoten, in wat het bloedigste weekeinde was sinds het einde van de Gaza-oorlog, eind januari. In Nablus op de bezette Westelijke Jordaanoever schoot het leger zaterdag drie mannen dood die verdacht werden van betrokkenheid bij de gewelddadige dood van een joodse kolonist. De man werd donderdag op de Westelijke Jordaanoever in zijn auto beschoten en overleed ter plekke. In de Gazastrook werden drie Palestijnen doodgeschoten die volgens Israël van plan waren de grens over te steken om aanslagen te plegen. Volgens de families van de jongens wilden ze werk zoeken in Israël.

De schietpartij op de Westelijke Jordaanoever is volgens het Palestijnse persbureau Ma’an opgeëist door de Al-Aqsa Martelarenbrigades, de gewapende vleugel van Al-Fatah, de partij van president Abbas. Deze strijdgroep opereert min of meer onafhankelijk van de politieke Fatah-leiding. De drie doodgeschoten mannen waren hoge functionarissen van deze groep. Het leger zegt dat de mannen weigerden zich over te geven, maar Palestijnse getuigen hebben tegen de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem gezegd dat twee van de drie mannen geliquideerd werden hoewel ze ongewapend waren en niet probeerden te vluchten. Volgens de Israëlische krant Ha’aretz werd de aanval uitgevoerd door militairen in burger.

De aanval heeft de Palestijnse Autoriteit van president Abbas in een lastige positie gebracht, omdat die verantwoordelijk is voor de veiligheid in Nablus. Abbas heeft volgens een akkoord met Israël een eigen politiemacht in de grote steden en moet daarmee ook de veiligheid van Israël bewaken. Maar zijn politie wordt regelmatig gepasseerd door het Israëlische leger. Van zijn eigen bevolking krijgt Abbas daarom vaak het verwijt te collaboreren met Israël. De Palestijnse premier Fayyad heeft de dood van de Palestijnen scherp veroordeeld.