Betogers in Iran zijn niet meer bang voor de staat

In Iran zijn gisteren voor het eerst in maanden opnieuw doden gevallen bij betogingen tegen het regime. Aan beide zijden escaleert het geweld.

** RE-TRANS OF LON409 WITH ALTERNATE CROP ** This photo, taken by an individual not employed by the Associated Press and obtained by the AP outside Iran shows Iranian protestors beating police officers, during anti-government protest in Tehran, Iran, Sunday, Dec. 27, 2009. (AP Photo) EDITORS NOTE AS A RESULT OF AN OFFICIAL IRANIAN GOVERNMENT BAN ON FOREIGN MEDIA COVERING SOME EVENTS IN IRAN, THE AP WAS PREVENTED FROM INDEPENDENT ACCESS TO THIS EVENT

Demonstranten in de straten van de Iraanse hoofdstad Teheran klappen in de maat. „Dit is onze oorlogstrom!”, roept een betoger. Mensen werpen barricades op van straatmeubilair, terwijl tientallen anderen met stenen in hun handen op een vangrail slaan. In de verte klinken de dreunen van granaten. Zwarte rookwolken stijgen op aan de horizon.

Tienduizenden tegenstanders van de Iraanse regering raakten gisteren in Teheran en andere steden slaags met leden van de veiligheidsdiensten. De demonstraties, die samenvielen met het hoogtepunt van de rouwmaand Ashura, wanneer shi’itische moslims wereldwijd de gewelddadige dood van imam Hussein gedenken, waren de gewelddadigste sinds de verkiezingen van juni. Voor het eerst sinds de periode direct na de omstreden presidentsverkiezingen werden weer betogers gedood.

De onrust in Iran lijkt een nieuwe fase in te gaan. Waar de afgelopen maanden tussen protesten weken van rust zaten, is het sinds Studentendag op 7 december aanhoudend onrustig. Tegelijk escaleert het geweld van beide zijden.

De autoriteiten onderstrepen steeds dat het om verwaarloosbare aantallen betogers gaat maar zien kennelijk geen andere oplossing meer dan het gewelddadig neerslaan van het protest. Zelfs op een van de heiligste dagen van het jaar wil de staat van geen enkel compromis weten. Op hun beurt vielen betogers gisteren op verschillende plaatsen agenten van de veiligheidsdiensten aan en lieten ze zien steeds minder angst te hebben voor de staatsmacht. Dat is opmerkelijk omdat tientallen betogers de afgelopen maanden zijn vermoord, en anderen zijn gevangengezet en gemarteld.

Volgens de staatstelevisie vielen er gisteren acht doden. De familie van oppositieleider Mir Hussein Mousavi zegt dat hun neef Ali is gedood. Zijn lijk is vannacht door onbekenden meegenomen, aldus bronnen rond de familie.

De Iraanse politie ontkent wapens te hebben gebruikt, maar op diverse plekken in de stad waren veiligheidsagenten te zien die om zich heen schoten, zeggen getuigen. Een getuige zegt dat hij ten minste vier mensen heeft gezien met schotwonden. „Sommigen bewogen niet meer, ik weet niet of ze dood waren.

„Het is totale chaos”, zegt de man.

Volgens de staatstelevisie hebben de aanhangers van ex-premier Mir Hossein Mousavi, de politieke leider van de oppositie, de Ashura-plechtigheden besmeurd met hun protesten. „Vandalen hebben de herdenkingsbijeenkomsten verstoord”, liet de staatszender weten. Beelden van in brand gestoken bankgebouwen en straatgevechten worden getoond. „Toen ze zagen dat het volk zich tegen hen keerden, namen ze de benen”, aldus de staatstelevisie, het belangrijkste nieuwsmedium in Iran.

Maar in de straten parallel aan de belangrijke Enghelabstraat is een ander beeld te zien.

Duizenden oppositieaanhangers staan bij de Yadegarbrug, waar juist de veiligheidstroepen op de vlucht zijn geslagen. „Dit is de rouwmaand van bloed”, roepen de demonstranten in een verwijzing naar de rouwmaand Moharram, waarvan Ashura de belangrijkste dag is. „Dood aan de dictator!”

De meeste leuzen die de demonstranten roepen, zijn direct gericht tegen de opperste leider van Iran, ayatollah Ali Khamenei. Hij is officieel een semi-heilig en haast onaantastbaar figuur die boven de partijen staat, maar sinds de verkiezingen heeft hij zich pal achter de regering van president Ahmadinejad en de veiligheidsdiensten opgesteld. Nog maar kort geleden zou het ondenkbaar zijn geweest dat er leuzen tegen de opperste leider werden geroepen.

Na een uur verschijnen leden van de paramilitaire Revolutionaire Garde die de demonstranten met gebaren uitdagen om stenen te gooien. Vervolgens ontsteken ze traangas- en schokgranaten en schieten ze op de menigte met paintballgeweren.

De demonstranten in de frontlinies zijn meestal jongeren. Maar ook vrouwen en mannen van middelbare leeftijd gooien met stenen en roepen leuzen. Als leden van de Baseej-militie met een terreinwagen schietend dwars door de barricades rijden, krijgen de veiligheidsdiensten weer wat overwicht. Verscheidene Baseeji’s worden echter gegrepen door betogers en geslagen met stokken en staven.

Een Baseeji ligt op de grond en tientallen mensen storten zich op hem. „Dood hem”, roept een vrouw in traditionele chador, een zwarte omslagdoek. „Maak hem dood!” Maar uiteindelijk wordt de man vrijgelaten. Bebloed druipt hij af. Zijn motorfiets wordt in brand gestoken.

„Ze luisteren niet naar ons”, zegt een man nadat hij stenen heeft gegooid naar militairen van de Garde met zwarte helmen op. „De tijd van vreedzaam verzet is voorbij.”

„De protesten worden uitgebreider en radicaler”, zegt Hamid Reza Jalaeipour, een oppositieaanhanger en hoogleraar aan de universiteit van Teheran. „Dat is te danken aan de slechte beslissingen die de machthebbers hebben genomen sinds de verkiezingen.” Volgens Jalaeipour zou de situatie een stuk kalmer zijn als er geluisterd was naar de oppositiebeweging, die zich in eerste instantie alleen verzette tegen de verkiezingsoverwinning van Ahmadinejad in juni.

„De onvrede zit heel diep, bij een hele brede groep mensen”, zegt Jalaeipour. „Iedere stap die de regering neemt anders dan een compromis, zal haar verder in de problemen brengen.”

Agenten van de veiligheidsdiensten, onder wie leden van de Baseej, hebben posities ingenomen door de hele stad. Internet is grotendeels afgesloten. „Ze zijn vreselijk bang”, zegt Hamid, een student bij de demonstraties. „Ik ruik hun angst. We gaan winnen.”

    • Thomas Erdbrink