Alvast een vrome nieuwjaarswens!

Ook gedurende de voorbije Kerstdagen, toen we stil stonden bij het ogenblik waarop Jozef en Maria geen plaats meer vonden in de herberg, maar gelukkig toch nog een veilig onderkomen kregen toegewezen in een stal, kwam de gedachte boven aan onze oude, wezenlijke opdracht: heb uw naasten lief als uzelf.

Maar weten we nog wie onze naaste is? En weten we nog wie we zelf zijn?

Wij zijn allemaal, net als onze naasten, medemensen die elkaar in het leven tegenkomen. Maar komen we elkaar nog wel tegen? Hebben we nog oog voor elkaar? Zien we elkaar nog wel? Haast drijft ons voort. Technische vooruitgang en individualisering hebben de mens onafhankelijker en afstandelijker gemaakt. De gebruikstweewieler heeft ons gekroond tot Enkeling. Steeds minder leggen wij het woon-werk-verkeer af in gezelschap van anderen, de diligence is afgeschaft.

De diligence was natuurlijk ook niet het eindpunt van de menselijke transportontwikkeling. Dat het rijtuig uit onze jeugdjaren niet meer rijdt hoeft ons daarom niet te verontrusten, het leven daagt ons immers telkens opnieuw uit om open te staan voor veranderingen. Maar dan is het vanzelfsprekend onze taak om samen open te staan voor veranderingen.

Daar lijkt de moderne mens zich aan te willen onttrekken. Maar valt hem dat kwalijk te nemen? Met wie zou hij samen moeten openstaan? Hij ziet in hedendaagse musea doeken hangen van personages bij wie de ogen scheef naast de neus zijn geschilderd. Kan hij zich daar in herkennen? Hij leest gedichten, die geen rijmwoorden meer kennen, en waarin sprake is van een zekere Floris Jespers, die twintig regels later ineens Hans Sachs blijkt te heten:

Singer

Zanger

Meesterzangers

Hans Sachs

Heeft Hans Sachs geen Singermasjien

Waarom heeft Hans Sachs geen Singer

Hans Sachs heeft recht op een Singer

Hans Sachs moet een Singer hebben

Jawel

Dat is zijn recht

Recht door zee

Leve Hans Sachs

Hans Sachs heeft gelijk

Hij heeft recht op

SINGERS NAAIMASJIEN IS DE BESTE

Zo raakt een mens toch van zichzelf vervreemd? Mensen communiceren steeds vaker met elkaar via zulke snelle korte boodschapjes. Maar waarom zou Hans Sachs recht hebben op een Singer? Dat wordt nergens duidelijk. Zeker de taal is onmisbaar bij het opbouwen van vertrouwen. Echt contact ontstaat in daden en woorden, niet met half ingeslikte en onbegrijpelijke rededelen. Onze wereld heeft mensen nodig met passie en betrokkenheid. En dat vraagt nou eenmaal woorden, bij voorkeur veel welluidende woorden.

Wie zijn naaste werkelijk wil leren kennen, zoeke geen afgelegen vakantiebungalows langs verre Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse stranden, maar kieze zich een plek tussen honderden, duizenden, liefst tienduizenden medemensen die hij aan de Noordzee niet kan ontlopen. Het mooie in de mens moet weer naar boven komen, de bereidheid om onbaatzuchtig hulp te bieden, een hand vast te houden, een stem te laten klinken die moed inspreekt, het oog te richten vanuit de plaats – allebei recht naast de neus – waar het oog thuishoort.

Thuishoren! Dat brengt ons in de sfeer van warmte en nabijheid. Nu zijn het gelukkig alleen nog maar de gebruikstweewielers waarop wij van elkaar wegrijden, straks komen er vierwielige voertuigen met motoraandrijving bij van waaruit wij elkaar misschien nooit meer terugvinden. Veel eigentijdse mogelijkheden lijken mensen wel dichter bij elkaar te kunnen brengen, maar intussen is het net alsof ze onzichtbaar achter een scherm blijven zitten. En is dat niet onze grootste uitdaging: individu en gemeenschap weer met elkaar verbonden te krijgen? Zoals we lezen in Ot en Sien, eerste stukje, nog bij moeder thuis?

Ik wens u allen, met uw naasten, een saamhorig 1910 toe.

    • Jan Blokker