Als hij spreekt, krimpt de gevestigde orde ineen

Julius Malema haalde met controversiële uitspraken in 2009 telkens het nieuws.

Met Duitse auto’s, flessen champagne en maatpakken maakt hij het ANC weer cool.

Niet Jacob Zuma, de dit jaar uit de politieke dood herrezen leider van het ANC, maar de voorzitter van de jongerenafdeling van de partij is volgens enkele Zuid-Afrikaanse media ‘nieuwsmaker van het jaar’. Er ging in 2009 geen dag voorbij of Julius Sello Malema verscheen op de voorpagina’s van de kranten. Met controversiële uitspraken, meestal. Met weinig subtiele uithalen richting vermeende politieke tegenstanders. Malema, 28 jaar oud is hij pas, is in Zuid-Afrika als Geert Wilders in Nederland: de gevestigde orde krimpt ineen als hij zijn mond opendoet, maar alles wat hij zegt is nieuws.

Met een pleidooi voor de nationalisatie van de mijnen heeft hij de laatste maanden de discussie binnen het ANC op scherp gezet. Hij zette de tweede man van de Zuid-Afrikaanse communistische partij, waarmee het ANC in een alliantie samenwerkt, weg als een „witte politieke messias” die met zijn pleidooi tégen nationalisatie geen haar beter is dan „de witte racisten” die Zuid-Afrika tot 1994 leidden. Toen Malema begin december opdook bij een congres van de communisten werd hij uitgejoeld. Stampvoetend verliet hij de zaal toen de partijleiding hem geen toestemming gaf om de communistische kaders toe te spreken. De voorzitter van de jonge communisten mocht dat wel en noemde Malema een „drama queen”. Tot op het hoogste niveau is de laatste weken vergaderd om de wrijving tussen het ANC en de regeringspartner weg te nemen. Maar Malema is niet tot de orde geroepen. Hij geniet bescherming van de ANC-top.

„Wij zijn bereid te sterven voor Zuma”, verklaarde Malema vorig jaar direct na zijn verkiezing tot jongerenvoorzitter. „We zijn ook bereid om de wapens op te pakken en voor Zuma te doden.” Dat laatste hadden journalisten niet te letterlijk moeten nemen, legde hij onlangs uit bij een ontmoeting met bezorgde buitenlandse correspondenten. Maar dat hij namens het ANC klaarstond om „contrarevolutionaire krachten”, zoals hij bij herhaling zegt, „politiek te elimineren”, was duidelijk.

En dat lukte hem aardig. Vriend en vijand zijn het erover eens: dankzij Malema en de jeugdliga is het verlies van het ANC bij de parlementsverkiezingen van april binnen de perken gebleven. Twee miljoen nieuwe kiezers registreerden zich en het merendeel was jong en nooit eerder politiek geïnteresseerd geweest. Malema maakte het ANC cool. „Deel daarvan was het voorspiegelen van een levensstijl die jongeren ambiëren”, schrijven de journalisten Max Du Preez en Mandy Rossouw in een onlangs verschenen boekje over de jongerenleider. Waar Malema komt, zijn glimmende Duitse auto’s, flessen champagne en maatpakken. Wil je erbij horen in Zuid-Afrika, kom dan bij het ANC, luidt de verborgen boodschap.

In iedere toespraak zegt Malema niettemin te spreken namens gewone, arme Zuid-Afrikanen. Hij groeide in grote armoede op in een stoffig dorpje in de noordelijke Limpopo-provincie. Al op negenjarige leeftijd werd hij naar eigen zeggen actief in het ANC: hij liep van huis weg om in Johannesburg de net vrijgelaten Nelson Mandela te kunnen zien. Voor school was weinig tijd: pas op zijn 21ste haalde Malema met de hakken over de sloot een diploma. Met regelmaat haalt hij uit naar intellectuelen die hem ridiculiseren of het beter zouden weten dan de eveneens ongestudeerde president Zuma. „Zuma is onderwezen door gewone mensen”, zei Malema.

Een jongerenvoorzitter moet „het ANC altijd verdedigen”, vindt Malema. En hoewel de Youth League vaker stokebranden als voorzitter heeft gehad, waren er weinig die hun taakopvatting zo serieus namen als Malema. Toen Zuma terechtstond voor verkrachting, verklaarde hij dat de vrouw in kwestie niet mocht klagen, want ze had „om ontbijt en geld voor de taxi gevraagd” en „dat doe je niet als je verkracht bent”.

Maar wie Malema van dichtbij heeft meegemaakt prijst hem om zijn scherpe politieke radar. Hij weet waar hij wat hij kan zeggen om een deel van het land op de achterste benen te krijgen. Malema slaagde erin het debat over de androgyne hardloopster Caster Semenya, die in augustus bij het WK-atletiek de 800 meter won, tot een nationaal politiek debat te verheffen. Wie twijfelde aan Semenya’s geslacht of de voorzitter van de blunderende Zuid-Afrikaanse atletiekbond ter discussie stelde, was „racistisch”. „Hermafrodiet” was bovendien een „imperialistisch” concept, want het kwam in zijn woordenboek van het Pedi (de taal die hij van huis uit spreekt) niet voor.

Om dit soort uitspraken is Malema vaak slachtoffer van cartoonisten en satirici. Maar hij is geen clown. Hoge ANC’ers reageren vaak geïrriteerd op zijn polariserende uithalen, maar Du Preez en Rossouw suggereren dat Malema met instemming van de op consensus gerichte partijtop als een soort hofnar het politieke debat opschudt. Het zou verklaren waarom Malema nog altijd niet door de partij gedisciplineerd is. Zelf verschuilt hij zich handig achter jeugdige onschuld. „Ik ben een activist, niet een diplomaat of een politicus. Bij de ANC Youth League leer ik politicus te worden.”

Een satirische website over Malema: classicmalema.co.za

    • Peter Vermaas