Weg met dat seksloze modernisme!

Welke kansen kunnen uitgevers niet laten liggen in 2010? Laatste recensie van een fictief boek.

Architect Erick van Egeraat heeft eens verteld over zijn bekering van Saulus tot Paulus. Als lid van Mecanoo, dat hij samen met onder anderen zijn toenmalige vriendin Francine Houben had opgericht, was hij een strakke neomodernist. Maar nadat hij van Houben was gescheiden, ontwikkelde hij in korte tijd een eigen vorm van barok. Dat kwam, zo legde hij eens uit, door zijn nieuwe Russische vrouw. Op een keer bezochten ze het Louvre waar Van Egeraat langdurig keek naar de eindeloze rijkdom van het houtsnijwerk in de Salon d’ Apollon. ‘Ik hoop dat je nu begrijpt dat er meer is dan witte muren en glas’, zei zijn nieuwe vrouw toen tegen hem. Van Egeraat begreep het: nooit zou hij meer een glazen doos ontwerpen.

Van Egeraat heeft een voorganger, zo blijkt uit De afvallige, de in 2010 te verschijnen biografie van Sybold van Ravensteyn (1889-1983), geschreven door de architectuurhistoricus Arjan Holles. Net als Van Egeraat stapte Sybold van Ravensteyn omstreeks 1930 vrij abrupt over van het Nieuwe Bouwen op neobarok. Holles laat zien dat dit ook aan een tweede vrouw was te danken. Met plezier gaat Holles in op de twee huwelijken van Van Ravensteyn. Eerst zijn eerste, ongelukkige huwelijk met Dora Hintzen, met wie hij vier kinderen kreeg. Seks was in dit huwelijk puur functioneel, gericht op voortplanting.

Eind jaren twintig kreeg Van Ravensteyn een verhouding met Johanna van Geelkerken. Na zijn scheiding trouwde hij met haar in 1931. Hun liefdesleven stond in het teken van de pure lust. In De afvallige laat Holles overtuigend zien dat Van Ravensteyns seksuele bevrijding niet toevallig gepaard ging met een bevrijding van het modernisme. Het architectonische equivalent van Van Ravensteyns lustvolle seksleven waren de krullen en zwierige lijnen van zijn neobarok.

    • Bernard Hulsman