'Weet je nog dat je die overdosis nam?'

In de muziek van Regina Spektor regeren dramatische melodieën, beeldrijke teksten en een gulle zangstem. „Drugs zijn niet per se een belangrijk onderwerp voor me.”

MANCHESTER, TN - JUNE 16: Regina Spektor performs during the third day of the Bonnaroo Music and Arts Festival on June 16, 2007 in Manchester, Tennessee. The four-day music festival features a variety of musical acts, arts and comedians. (Photo by Jeff Gentner/Getty Images) *** Local Caption *** Regina Spektor Getty Images/AFP

De glanzende vleugel strekt zich voor haar uit als een zwarte limousine. Zangeres Regina Spektor, op het podium van een concertzaal in Berlijn, bespeelt de toetsen met haar vingers, vuisten of een enkele pink.

Halverwege het optreden laat ze een houten keukenstoel neerzetten om met een drumstok op te slaan, terwijl haar linkerhand over de toetsen blijft dwalen. Ze draait en kronkelt op haar kruk. Bij Regina Spektor is de piano geen statisch instrument, maar een soepele partner.

De piano is niet het enige dat Spektor tot leven weet te brengen. In de muziek van deze Russisch-Joodse zangeres, die sinds haar negende in New York woont, raken de noten bezield, als objecten in een tekenfilm. Als Regina zingt, zingen drums, viool en cello met haar mee.

Regina Spektor, die aan het begin van haar carrière, in 2001, in één adem werd genoemd met de ‘antifolk’-scene uit New York heeft bewezen in geen enkele muzikale stroming te passen. De kleine zangeres met de brede jukbeenderen en transparant blauwe ogen beheert een eigen terrein. Daar regeren de dramatische melodieën, beeldrijke teksten en een gulle zangstem. Expressieve pianoakkoorden omlijsten een stem die kinderlijk, flirterig of bizar klinkt, die een dolfijn kan nadoen, of machtig uithaalt. Spektors stem onderstreept haar woorden: als ze in Fidelity zingt ‘You kiss me so sweet and so soft’, rekt ze het laatste woord hikkend op tot de lengte van een zin, alsof ze er geen genoeg van kan krijgen.

Spektor noemt zichzelf een verhalenverteller. Haar voorbeeld is de Russische dichter/acteur/volksheld en zanger Vladimir Vysotsky. Net als Vysotsky – die zo’n 600 liedjes schreef over onder meer oorlog, hoeren en zwervers – schrijft Spektor over de mens in al zijn verschijningsvormen.

Maar anders dan veel andere singer/songwriters probeert Spektor ons niet te imponeren met authenticiteit. Haar werk is een ode aan de fantasie. Ongecensureerd laat Spektor haar verbeelding los op onderwerpen als God, de bewoners van New York, haar lichaam, en het klaarmaken van eten. In haar liedjes praten mensen tegen de maan, verbeelden ze zich een kat als gezelschap, en gaan vrouwelijke hoofdpersonen naar demonstraties, om zich tegen lichamen van anderen aan te kunnen drukken.

Haar carrière heeft zich sinds haar debuut-cd 11:11 uit 2001 rustig ontwikkeld, zonder hypes of internetcampagnes. Met haar vierde cd, Begin To Hope (2006), en het succes van de single Fidelity, bereikte ze een groter publiek, dat met de afgelopen zomer verschenen cd Far nog verder is uitgebreid. Vroeger stond Spektor in haar eentje op het podium, sinds kort laat ze zich begeleiden door drie muzikanten, op drums, viool en cello. De concerten tijdens haar huidige Europese tournee – waarbij Nederland werd overgeslagen – zijn uitverkocht. Op een koude maandagavond staan in de Berlijnse concertzaal Neue Welt tweeduizend meisjes en jongens. Ze juichen en roepen haar toe: ‘Regina, I love you’.

Een paar uur eerder zit Regina Spektor (Moskou, 1980) in de kleedkamer. Ze smeert crème op haar handen tegen de schraalheid en vertelt dat die te klein zijn om pianowerken van de ‘grote’ componisten te spelen, zoals Beethoven, Rachmaninov of Skrjabin, die je veel octaven laten pakken. Ze zijn meer geschikt voor Chopin („met een beetje smokkelen”) en Liszt. Ze praat over sommige van haar oude liedjes die ze niet meer wil spelen, omdat ze niet meer bij haar passen: alsof je oude foto’s terugziet van jezelf met een belachelijk kapsel. En ze praat over het publiek: „Ze willen een feestdis, en die moet ik voor ze bereiden.”

Spektor praat als een stromend beekje. „Ik ontdek wat ik wil zeggen, terwijl ik het aan het zeggen ben.” Zo ontstaan ook haar liedjes. „Dat gebeurt in één sessie. Ik maak niet eerst de muziek en ga dan wachten tot de woorden komen. Als de eerste aanzet er is, komen de woordstromen als vanzelf.”

We hebben het over de vormdwang van het popliedje, die gebaseerd is op herhaling, zowel in tekst als in melodie. Kan ze haar ideeënvloed met die vaste vorm verenigen? „Ik beschouw herhaling als een ritueel. En ik denk dat het fijn is voor het publiek, omdat je bij de tweede keer op een andere manier luistert. Als ik iets beweer aan het begin van een liedje, en ik doe het aan het eind nog een keer, dan heeft de luisteraar in de tussentijd meer informatie gekregen. Daardoor hoort hij het de tweede keer anders. Iets kan bijvoorbeeld aan het begin van een liedje grappig lijken, en aan het eind toch droevig stemmen.”

Vaak onderbreekt Spektor zichzelf middenin een liedje om een hond te imiteren, of ze doet een stukje ‘human beatbox’, of imiteert de zangstijl van Indianen. Maar, zegt ze, ze kan niet vertellen welke stam ze nadoet. Zo grondig is haar research niet. Ze houdt van experts, maar zelf is een verzamelaar. „Ik ken kunstenaars die ’s ochtends wakker worden en denken ‘Wat zal ik vandaag eens maken?’ Ik word ’s ochtends wakker en denk: ‘Misschien kan ik vandaag daar eens gaan kijken of dat boek lezen.’ Ik ben geen obsessieve kunstenaar, mijn eerste doel is het verzamelen van ervaringen.”

Ze gebaart om zich heen, naar haar koffer op wieltjes en de kleedkamer zonder ramen. „Als ik een tijdje op tournee ben, met al dat reizen en slapen in een rijdende bus, dan vind ik dit een bizar leven. Ik houd het maar kort vol, want ik kan het publiek niets geven als ik ondertussen zelf niets krijg. Gelukkig heb ik goeie muzikanten om me heen met wie ik kan praten. En vanmiddag heb ik me kunnen laven aan een Italiaanse cello uit 1649, waarop ik even mocht spelen. Dat zijn kleine dingen die me helpen, maar het is te weinig om me langere tijd geïnspireerd te houden.”

Haar culturele honger dringt door in de liedjes, waarin ze verwijst naar Ernest Hemingway, een gedicht van Boris Pasternak, een single van Guns ‘n’ Roses (’November Rain’ is on the radio), of een gevleugelde uitspraak van Madame de Pompadour, ‘Après nous, le déluge’ (In Après Moi). In Man With A Thousand Faces beschrijft ze een man die naar een boekwinkel gaat en zijn favoriete pagina’s uit een boek scheurt. Zou dat over haarzelf kunnen gaan? Ze kijkt afkeurend. „Ik zou nooit een pagina uit een boek scheuren. Dat is heel egoïstisch.”

De literaire onderwerpen liggen haar na aan het hart, maar Regina Spektor klinkt nooit zwaarwichtig. In haar muziek draait het om het spel. Ze verzet zich tegen de wereld van volwassenen, en roemt de met kinderen geassocieerde kwaliteiten als onbevangenheid en nieuwsgierigheid. Met die blik kijkt ook Spektor om zich heen.

Dat blijkt uit de manier waarop ze een onderwerp als drugs benoemt. Zo zijn er ‘Two small bags of cocaine’ die een rol spelen in Hotel Song, en ondervraagt ze op laconieke toon een ex-minnaar over zijn overdosis: „Hey remember that time when you od’ed?/ Hey remember that other time you od’ed for the second time?” (in That Time).

Bij andere artiesten zijn liedteksten zelden zo expliciet, voor cocaïne worden meestal codewoorden gebruikt, zoals ‘Charlie’ of ‘gak’. „Drugs zijn niet per se een belangrijk onderwerp voor me”, zegt ze. „Maar ze geven een bepaalde kleur aan mijn verhaal. Ik laat me niet beperken in mijn onderwerpen, al worden de liedjes waarin drugs voorkomen niet gedraaid op de radio. Ik zit er niet mee. Ik denk niet dat liedjes mensen ergens toe aanzetten; geen tiener zal drugs nemen omdat ik er een nummer over zing.”

De cd Far van Regina Spektor is nu uit bij Warner Music.

    • Hester Carvalho