Tweedeling Ivoorkust is te lucratief om op te heffen

Talrijke vredesverdragen ten spijt, blijft Ivoorkust een gespleten land. De rebellen runnen hun illegale economie, president Laurent Gbagbo bestendigt zijn macht.

Automonteur Marius had zich een jaar lang thuis zitten te vervelen toen hij zich bij de rebellenbeweging aansloot die in 2002 het regime van president Laurent Gbagbo ten val probeerde te brengen. Na een mislukte staatsgreep bezetten de rebellen de noordelijke helft van Ivoorkust, en Bouaké werd hun hoofdstad. Ze beweerden te strijden voor een betere behandeling van de noordelijke moslimbevolking. „Ik vond dat een goede zaak”, zegt de 28-jarige Marius. „Maar als ik eerlijk ben, we hadden thuis geen geld meer, en bij de rebellen kreeg ik iedere dag te eten.”

Meestal repareerde hij de pick-up trucks die door achteloze commandanten aan gort werden gereden. Soms moest hij het checkpoint aan de zuidelijke stadspoort bemannen waar voetsoldaten tot op de dag van vandaag muntjes van reizigers aftroggelen. „Dat vond ik het naarst”, zegt Marius. „Geld vragen aan mensen die niets hebben.” De dagopbrengst ging direct naar de rebellenleiders. Marius werd pas betaald voor zijn inzet toen hij in 2007 zijn uniform bij de vredesmissie van de Verenigde Naties inleverde: 140 euro voor demobilisatie. Van de rebellen zelf kreeg hij niets. „Ze hebben dit voor zichzelf gedaan”, zegt hij nu. „En niet voor ons.”

Dat inzicht is nog niet tot iedereen doorgedrongen. Sommige noorderlingen hopen nog steeds dat de rebellen op een dag de macht in Abidjan zullen grijpen. Dat zijn de jongens die de potige commandant Wattao toejuichen als hij na een bezoek aan zijn villa’s in het buitenland terugkeert aan het stuur van alweer een nieuwe Hummer en bij een checkpoint grootmoedig wat bankbiljetten uit het raam strooit. Maar de meeste inwoners van Bouaké hebben allang begrepen dat de aanvoerders in de eerste plaats geïnteresseerd zijn in geld verdienen.

De harde kern van de rebellenbeweging haalt minstens 60 miljoen euro per jaar binnen aan inkomsten uit illegale houtkap en de smokkel van cacao en diamanten. De officieuze transportheffingen, belastingen op winkels en bedrijven en industrie- en vervoersvergunningen komen daar nog bij.

Als gevolg van een in 2007 gesloten vredesakkoord begon de regering vorig jaar geleidelijk burgemeesters, rechters en ambtenaren terug naar het noorden te sturen. Sinds dit jaar huist in vervallen Bouaké zelfs een klein bataljon regeringssoldaten. Maar tot dusver is van een machtsoverdracht zoals de rebellen die hadden beloofd geen sprake. Op feesten en begrafenissen komt de belangrijkste gezagdrager hier altijd als laatste opdagen. En in het noorden is dat nog steeds de rebellencommandant, niet de burgemeester of de prefect.

Ook voor de president en zijn vertrouwelingen is het conflict uiteindelijk een zegen geweest. De machtsdeling tussen noord en zuid leidde tot een politieke impasse die Gbagbo in staat heeft gesteld zonder verkiezingen bijna een tweede ambtstermijn te voltooien. Hij laat miljoenen euro’s kostende monumenten en regeringsgebouwen optrekken, geeft concessies voor olieboringen uit en trekt volgens ingewijden een aanzienlijk deel van de inkomsten uit de cacao-industrie naar zich toe via het snelgroeiende zakenimperium van zijn vrouw. Corruptie is zo ingesleten geraakt dat Ivoorkust steeds dieper zakt op de Doing Business-ranglijst van de Wereldbank, een barometer voor buitenlandse investeerders.

Het vredesakkoord dat Gbagbo in 2007 tekende met rebellenleider Guillaume Soro bleek een gouden greep. In ruil voor de post van premier zag Soro af van zijn eis dat Gbagbo moest aftreden. De politieke idealen van de 36-jarige voormalige studentenleider Soro lijken gesmoord in dezelfde hebzucht waarmee de kliek rond de president lappen grond opkoopt en rode Ferrari’s importeert.

Tandenknarsend horen de donorlanden dan ook het gejammer aan dat de regering geen geld heeft voor stembussen of ambtenarensalarissen. De verkiezingen zijn een chantagemiddel geworden waarmee instellingen als de Europese Unie geld afhandig wordt gemaakt, zegt een westerse diplomaat. De vredesmissie van de VN heeft de waarnemers en de stemlokalen al vier jaar gereed staan, maar iedere keer vindt de regering weer een excuus om de gang naar de stembus uit te stellen.

„Sinds het vredesakkoord van 2007 lijken beide partijen dezelfde belangen te hebben”, zegt de westerse diplomaat. „En wij moeten toekijken hoe ze een absurd toneelspel opvoeren om te doen alsof het land herenigd is. De internationale gemeenschap houdt die dubbelzinnigheid in stand door het zogenaamde vredesproces financieel te steunen.”

Toch zijn de afgelopen maanden een paar stappen richting normalisering gezet. Ongeveer zes miljoen Ivorianen hebben zich aangemeld voor een identiteitsbewijs waarmee ze aan de vooravond van de verkiezingen een stemkaart kunnen krijgen. Volgens de verkiezingscommissie bestaat onduidelijkheid over de afkomst van één miljoen stemgerechtigden, wier namen niet terug te vinden zijn in de archieven van de burgerlijke stand. Zodra die kwestie is opgelost, zou Ivoorkust verkiezingen kunnen houden. Vijfduizend voormalige rebellen zijn uitverkoren voor een baan in het leger. De rebellenaanvoerders moeten nog ontwapend worden, maar waarnemers denken dat ze pas na de verkiezingen hun posities zullen afstaan.

Gbagbo verliest het kleine beetje geloofwaardigheid dat hij nog heeft als in 2010 weer geen verkiezingen komen, zegt een andere buitenlandse diplomaat. „Bovendien gaat dan de geldkraan definitief dicht.” De meeste Ivorianen verwachten dat Gbagbo het zo zal weten te regelen dat hij als winnaar uit de bus komt. Ook al is zijn stam in de minderheid. Politiek in Ivoorkust is een kwestie van stammenloyaliteit, en de verenigde oppositiepartijen stellen de kliek van Gbagbo ver in de schaduw. Maar zowel de voormalige koloniale heerser Frankrijk als de VN-vredesmissie zullen geen vinger uitsteken als de onpopulaire Gbagbo aan de macht blijft, meent de diplomaat. Zolang er maar geen bloed vloeit.

„Als Gbagbo wint, is dat de beste garantie voor stabiliteit. Hij heeft de leiding over het leger en zal de macht niet vrijwillig afstaan. Een hoge figuur uit de regeringspartij zei me laatst: ‘We hebben twee keuzes: winnen of winnen’.”

    • Pauline Bax