Toen ik iemands geslachtsdeel zag, kreeg ik de slappe lach

France, Paris, Pigalle, Sex Shop # 225240 MATTES René / hemis.fr human being persons person people humans Europe France Ile de France capital city 75 Paris capital car cars Paris 18 75018 night business trade store window shop window store windows shop windows reflection inscription writing inscription writing letter letters Pigalle sexshop sex shop lighting light lights neons neon sign background people people at the background hemis.fr

Schrijver, dichter, tekenaar. Winnaar van De Gouden Griffel (1995) voor ‘Begin een torentje van niks’ (1994, Leopold). Won vier keer een Zilveren Griffel, onder meer voor ‘Mijn tuin, mijn tuin’(1996, Querido) en voor ‘Mama Waar heb jij het geluk gelaten?’ (2005, Leopold).

Zou ik liever in deze tijd opgroeien dan in mijn eigen tijd? Ik vond opgroeien helemaal niet leuk, heb het gelukkig achter de rug en zou het beslist niet over willen doen. Toen niet, nu niet, nooit. Waarom ook? Zoveel anders is het toch niet? Kinderen zijn nog steeds kinderen en school is nog steeds school.

Ik groeide op in de jaren 60. In de buurt was een winkel in seksartikelen. De etalageruit ervan was afgeplakt met zwarte folie waarin twee ronde kijkgaten waren gemaakt. Die waren zo hoog geplaatst dat je er niet bij kon, behalve als je je fiets tegen de pui zette en dan op je zadel ging staan. Dat durfde ik alleen als er een vriendje bij was en dan keek ik angstvallig om me heen in plaats van door die ruit.

De ramen van pornoshops in de buurt waar ik tegenwoordig woon worden niet afgedekt en er lopen regelmatig kinderen langs. Ze kijken er niet van op, want ze hoeven maar het internet op te huppelen en ze zien mensen met allerlei anale, orale en vaginale mogelijkheden. Het is beschikbaar en het is maar één knop ver, en de kans is groot dat ze gaandeweg de buurman van de overkant, die zich achter zijn gordijn verbergt, terugzien op internet, maar dan naakt voor zijn webcam. Op die manier zoekt hij contact, in plaats van met een advertentie in de krant: eenz. m. zkt. dito vr., br. ond. nr.

We hebben tegenwoordig een beeldcultuur, zegt men. Het woord is niet meer genoeg; met beelden is het beter. Het gaat nog verder: pas als je het zíét is het wáár!

Dat bleek op een schrijnende manier toen eerder deze maand ouders van kinderen die mogelijk waren misbruikt door een pedofiele man in de gelegenheid werden gesteld om confronterende foto’s te bekijken waarop hun kinderen, in de meeste gevallen autistisch of verstandelijk gehandicapt, te zien waren. De seksueel getinte handelingen waarvan sprake was, en waarvan ik een advocaat hoorde zeggen dat ze vreselijk waren, stonden ook op papier. De ouders kregen eerst de tekst te lezen of te horen, en konden vervolgens aangeven of ze de afbeeldingen wilden zien. Naar het schijnt wilden veel ouders de foto’s alsnog bekijken. De vraag die mij sindsdien bezighoudt is: waaróm willen ouders expliciet beeldmateriaal zien van hun kind? En als ze het willen, waarom gaan ze er dan toe over om dat daadwerkelijk te bekijken?

Als je aan een normaal begaafd kind dat aangerand is vraagt of de ouders de foto’s mogen bekijken waarop dat te zien is, zal dat kind dat in de meeste gevallen niet willen. Nu het echter gaat om wilsonbekwaam geachte kinderen doet de privacy van dat kind er niet meer toe en willen die ouders geen genoegen nemen met een beschrijving, maar met eigen ogen zien wat er op die foto’s staat, misschien zelfs zonder hun kind te raadplegen. Misschien wel gewoon omdat het materiaal beschikbaar is.

Wat voor effect heeft het als ouders hun kinderen (en in het verlengde daarvan, kinderen hun ouders) op expliciete foto’s aanschouwen? In een televisie-uitzending hoorde ik een deskundige zeggen dat het af te raden is om dat soort beelden te bekijken, omdat ze dan voor altijd op je netvlies gebrand staan. Ik weet: het is nou juist die kick waarom mensen steeds explicietere beelden willen zien; als het niet geëtst staat op de binnenkant van je schedel, is het soft en saai en suf. Maar die ouders die hun kinderen op expliciete foto’s willen zien dan, dat kan toch niet om de kick zijn? Ik begrijp wel dat ze ertoe overgaan om hun nieuwsgierigheid te bevredigen, omdat ze zeker willen weten, maar wát komen ze dan te weten dat niet ook al in woord op papier stond? Ik weet het niet.

Hoe ging dat vroeger? Konden ouders toen ook naar foto’s kijken van hun misbruikte kinderen? Misschien is er meer veranderd dan ik dacht. Mijn eigen seksuele ontwikkeling bestond er voor een belangrijk deel uit dat ik nieuwsgierig was naar hoe dat er eigenlijk uitzag, het blote geslachtsdeel van iemand anders. Ik had er nog nooit een gezien. Toen het gebeurde kreeg ik de slappe lach. Er zijn geen foto’s van.

    • Ted van Lieshout