Tafelrede, uit te spreken door het gezinshoofd aan het kerstdiner

Iemand tikt tegen een leeg wijnglas, staat op en zegt ... Een kerstgedachte van schrijver Christiaan Weijts.

Dierbaren! Het gebeurde in het pad met eieren. Vanmiddag deed ik inkopen voor dit diner, en ineens, midden in de supermarkt, werd ik ontiegelijk duizelig. Buiteneieren, graaneieren, vrije uitloopeieren… Welke moest ik nemen? Scharrel-, gras- of biologische, omega-, maïs- of kakelgoudeieren?

Al die doosjes droegen de bontste keurmerkstempels en op de verpakkingen speelden de kippetjes het wedstrijdje wie-kijkt-hier-het-blijst. Hoe kun je in zo’n geval kiezen?

De veiligste optie leek mij het scharrelei. Totdat ik me een documentaire herinnerde die dit ei juist tot een van de kiponvriendelijkste uitriep. Ik plaatste – beschaamd – het doosje terug en voelde de duizeling opkomen.

Vervolgens moest ik mij vastgrijpen aan mijn winkelkarretje. In mijn hoofd jengelde namelijk een reclameslogan: jij betaalt het, dus jij bepaalt het. En tegelijkertijd voegde zich daar het zinnetje bij dat jarenlang het refrein was rond de journaals uit mijn kindertijd: een beter milieu begint bij jezelf.

Plots vielen de schellen mij van de ogen. Gewoon in de supermarkt. Waarom moet de consument verantwoordelijk zijn voor de aanschaf van het juiste ei? Waarom moeten niet domweg álle eieren voldoen aan basale fatsoensnormen, of anders op z’n minst helder zijn over hun herkomst? Hoe kan, in zo’n ondoorzichtige wereld, de verantwoordelijkheid bij de consument liggen?

Klimaatfilms, documentaires en groene thema-uitzendingen vertellen ons allemaal dat wij de hufters en sukkels zijn die de aarde naar de knoppen helpen. Maar voorwaar, ik zeg jullie, aan deze kerstdis, dat we het schuldgevoel van ons kunnen afwerpen. Ons is het slechts aangepraat, en ook nog eens ten onrechte.

Het geval van de eieren staat niet op zichzelf. Bijna alle ethische overheidsregels gaan mank aan halfslachtigheid, onduidelijkheid en vrijblijvendheid.

Sinds vorig jaar moet iedereen die z’n huis verkoopt een energielabel laten opstellen. Prima toch, hoor ik jullie denken. Maar nu komt het: tenzij je in de koopakte laat opnemen dat beide partijen daar vanaf zien. Wat, voorspelbaar genoeg, bijna altijd gebeurt. Slechts 7 procent van alle huizen heeft zo’n energielabel.

Wie valt hier iets te verwijten? De huiseigenaar die al genoeg kosten en gedonder heeft bij de aankoop van een nieuw huis en de naderende verhuizing, en die dus zal willen besparen waar hij maar kan? Of de mensen die deze regelgeving bedachten en nalieten haar dwingend te maken?

„Gelijk een veldhoen eieren vergadert, maar ze niet uitbroedt, alzó is de Nederlandse overheid in haar regelgeving voor milieu en dierenwelzijn.” Dit lezen wij in Jeremia 17:11, uit hetzelfde boek dat ons al millennialang vertelt hoe schuldig wij zijn. Onze Joods-christelijke cultuur is doortrokken van zondebesef en schuldgevoelens. Zelfs nu de meest hardnekkige restjes God uit de ruif van onze samenleving zijn verdwenen, staat het zondebesef nog overeind. In plaats van aflaten kopen we nu CO2-compensatie na een vliegreis. Of een hybride auto, die alleen in de stad elektrisch rijdt, en op de snelweg even smerig als een diesel is.

Na deze feestdagen gaan jullie het extra ingenomen vet weer weg trainen in sportscholen. En je zult je schuldig voelen omdat je kilo’s voedsel loos verspilde en godweet hoeveel CO2 de atmosfeer in stookte.

Voorwaar, vandaag zeg ik tot jullie: je bent onschuldig! Herinneren jullie je de boze tongen nog die riepen dat de kredietcrisis ook wel onze eigen schuld was? Het kon niet op met die rentetarieven: vier, vijf, zes procent. En wij, zondaars, wij, hedonisten, wij profiteerden daar toch van?

Wij? Wij stressen ons kapot achter pc’s in tl-verlichte hallen. Wij vertrekken in het duister en keren in het duister terug. Steeds dreigender voelen we de adem van de dood in onze nek.

Zijn wij, onder die omstandigheden, dierenbeulen omdat we aarzelen in het eierenpad? Zijn wij milieuvervuilers, omdat we Zeeuwse mosselen kopen die per vrachtwagen uit Duitsland blijken te komen? Of faalt hier, net als bij de banken, het toezicht en zijn de regels te zwak?

De geschiedenis van onze soort is er een van vindingrijkheid in dienst van twee bewegingen: het creëren van een veilige binnenwereld en het comfortiseren daarvan. Van de prehistorische grotten op Borneo tot de hightechpaleizen in Dubai. Het ligt in onze natuur om ons te troosten aan comfort, om te sparen en te hamsteren, te drinken en te zingen.

Ons valt niet te verwijten dat we kiezen voor vijf, zes procent rente, het goedkoopste ei of de laagste literprijs, zoals we het de koekoek niet mogen aanrekenen dat hij zijn eieren in andermans nesten legt.

Het verleden heeft afdoende aangetoond dat de mens gemakzuchtig is, hebberig, eerzuchtig, en op de korte termijn gericht. Dat een minderheid wél zelfstandig duurzame of ‘groene’ keuzes maakt, betekent nog niet dat je die uitzonderlijke houding als norm moet nemen. Integendeel: plaats de juiste schotten in de stroom mensen, zodat ze, als gedachteloos vee, verantwoorde keuzes maken, ongemerkt, onschuldig.

Bepalen wij omdat we betalen? Dan zouden we ook beslissen waar ons belastinggeld heengaat. Maar we vertrouwen het juist toe aan anderen die we wijs genoeg achten om in onze plaats te bepalen. Die moeten ervoor zorgen dat legbatterijeieren niet renderen. Dat alternatieven voor olie booming business zijn. Dat wij zonder ons koortsig af te vragen of we niks fout doen, kunnen genieten van dit kerstmaal.

Met Kerst vierden we ooit de komst van iemand die ons kwam verlossen van onze zonden. Laten we vandaag opnieuw afrekenen met dat ongezonde zondebesef. Laat ons toasten op onze herwonnen onschuld.

    • Christiaan Weijts