'Stug redelijk blijven, dat werkt'

De Bulgaars-Franse filosoof Tzvetan Todorov is populair bij gematigden in het integratiedebat, dat ook het jaar 2009 beheerste. ‘Culturele leegte is het ergst.’

filosoof Tsvetan Todorov Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 29-9-2009 Boyer, Maurice

‘U moet beseffen dat ik momenteel gehandicapt ben. We spreken geen van beiden onze moerstaal.’

Taal is belangrijk voor de Bulgaars- Franse filosoof Tzvetan Todorov, die zich vandaag uitdrukt in het Engels. In zijn boek Angst voor de barbaren – De botsende beschavingen voorbij (besproken in Boeken 24.10.08) kiest hij na veel overwegingen voor de termen ‘beschaving’ en ‘barbarij’ als het gaat om de afweerreacties die angst voor de ander in mensen oproept. Het afgewogen, omzichtige boek over de verstandigste wijze om die angst te hanteren, is omhelsd door de gematigden in het integratiedebat, als een tegengif tegen de zekerheden van verlichtingsfundamentalisten. Maar wat bedoelt Todorov met ‘beschaving’? Valt dat begrip in zijn ogen bijvoorbeeld samen met mensenrechten?

„Het begrip mensenrechten is ontstaan in een specifieke tijd, en in een specifieke context. Om uiteenlopende redenen wordt het nu vaak gezien als deel van westerse buitenlandpolitiek. Ter bevordering van universeel begrip probeer ik juist woorden en concepten te gebruiken die beeldend zijn en op de één of andere manier inspirerend kunnen werken.”

Zoals op grond van zijn boeken te verwachten is, is Todorov geen man van soundbites. Zijn hoge voorhoofd wordt omlijst door een krans van grijze krullen. Hij zit bij het raam aan de achterzijde van het grachtenpand van zijn uitgeverij, waar een grijs licht naar binnen schijnt. Hij beweegt traag als hij opstaat om peinzend uit het raam te staren – alsof de antwoorden uit de tuin moet komen.

‘Beschaving’ lijkt me ook niet bepaald een onbeladen term.

„Beschaving is een schild waaronder het Westen barbaarse dingen heeft gedaan, zoals het koloniale project. Maar het is desondanks een oude term, waarvoor in de meeste talen equivalenten te vinden zijn. Telkens betekent het dan: ‘gewoontes, cultuur’; de dingen die we doen en nalaten en waarvan we houden.”

U verzet zich tegen het vaak onbewuste superioriteitsgevoel dat met een sterk cultureel zelfbewustzijn gepaard gaat.

„Ja. Je zou kunnen zeggen dat dit zelfbewustzijn in het Westen voortkomt uit de Verlichting, maar die kende twee aspecten. Het was zowel het eerste concrete idee van universaliteit van de mensheid, als het tegenovergestelde: de erkenning van pluraliteit van menselijke culturen. Die twee dingen gingen dus gelijk op. In het huidige politieke en journalistieke debat wordt Verlichting gereduceerd tot iets veel nauwers, een verplichting die andere culturen wordt opgelegd. Dit is wat het kolonialisme belichaamde, en dit is wat veel volkeren westerse landen nog steeds terecht verwijten. ”

Maar hoe dan om te gaan met culturele praktijken als gedwongen uithuwelijking of eerwraak?

„Het is altijd in ons belang een zekere openheid te tonen jegens de buitenwereld. Maar dat betekent niet dat we alles hoeven te accepteren. Het is zaak als natie precies te formuleren en in de wet vast te leggen wat onverdraaglijk is. Dat moet een absoluut minimum zijn, maar daar moeten we ons vervolgens dan wel strikt aan houden. Maar al het andere, dingen die ons tegen de borst stuiten of die ons vreemd zijn, zullen we moeten verdragen. Het is erg moeilijk om een gewoonte uit te bannen door haar te verbieden of tot barbaars te verklaren. Laten we bij voorbeeld niet vergeten dat het gearrangeerde huwelijk deel uitmaakt van veel culturen, inclusief de westerse. Uithuwelijking is ook niet gerelateerd aan religie, maar aan een rurale, patriarchale traditie waarvan wij ons ook nog maar een halve eeuw ‘bevrijd’ hebben. De noties van eer en orde zijn in stad en platteland totaal verschillend. Dat botst, maar we kunnen niet verwachten dat de één zich compleet aanpast aan de ander. Natuurlijk raken we soms erg geïrriteerd door andermans karakteristieken. Toch moet je in staat zijn ook je eigen opvattingen ter discussie te stellen. Je zou je bij voorbeeld kunnen afvragen wat naarder is voor vrouwen: een hoofddoek dragen of bijna naakt gefotografeerd op straat hangen, blootgesteld aan ieders blik.”

De hoofddoek lijkt me stukken erger, al bevallen die affiches me ook niet.

„Het is een feit dat hoe stelliger we zijn, hoe moeilijker we het met elkaar zullen hebben. We moeten gewoontes kunnen relativeren. Niet te veel benoemen, niet te veel op scherp stellen. Hoe zeggen jullie dat in het Nederlands? Tus-sen de klip- pen door-zei-len.”

U bent wel heel erg van het harmoniemodel.

„Ik pleit ervoor mensen de ruimte te geven. Dat maakt het makkelijker verschillende identiteiten met elkaar te combineren en dat vergroot weer de tolerantie jegens anderen. En hoeveel van ons gedragen zich op dezelfde manier?”

Probeert u diepe, botsende verschillen nu niet weg te praten? Tussen schaamte- en schuldculturen, tussen individualistische culturen en die waar de groep bepalend is?

„Ik ontken verschillen niet, maar ik denk niet dat die verschillen het onmogelijk maken te coëxisteren. Ik blijf erbij dat de omgang met schuld en schaamte iets zegt over iemands psychologisch gedrag, niet over zijn gedrag als burger.”

U vreest wat u noemt ‘deculturatie’ zoals anderen cultuurverschillen vrezen.

„Ja, naar mijn gevoel schuilt in culturele ontworteling een groter gevaar dan in de botsing tussen culturen. Je ziet het in de Franse banlieues waar jongeren ontworteld opgroeien, tussen twee culturen in, met twee talen die ze geen van beide beheersen, opgevoed door tv en internet. Daar bekeren ze zich tot een imaginaire godsdienst, waarvan ze zich voorstellen dat die met hun land van herkomst te maken heeft. Er is niets dat die leegte kan vervangen, zeker niet de rigide regels van de jongerengroepen.”

Een van de grote problemen bij het harmoniemodel zoals u dat voorstaat is provocatie. Groepen mensen en politieke leiders die voortdurend aansturen op confrontatie. Wat is een juiste reactie hierop?

„Ik kan je helaas dat antwoord niet geven. Mijn enige hoop is dat het weldenkende deel van de mensheid gewoon doorgaat met weldenkend te zijn. Stug redelijk blijven is het enige dat werkt. Populisten en demagogen zijn er altijd geweest. Helaas kunnen we democratie niet in de arm injecteren.”

Tzvetan Todorov: Angst voor de barbaren. Atlas, 304 blz. € 24,90.