Strijd tegen Indonesische guerrilla

Indonesië onafhankelijk? Voor Nederland is dat sinds 27 december 1949, voor Indonesiërs per 17 augustus ’45. Nederlandse prominenten riepen deze week op de vroegste datum te erkennen. Wat leren scholieren in Bekasi en Leiden?

Uruzgan, dat kennen ze. Dat, weten de leerlingen van 5 havo op het Visser ’t Hooft Lyceum in Leiden, is een Afghaanse provincie waar Nederlandse militairen zitten. Daar sneuvelen soldaten en burgers.

Ze weten ook dat Nederlanders ruim een halve eeuw geleden vochten in wat toen nog Nederlands-Indië heette. Maar hoeveel doden daar vielen? Geen idee. Hun geschiedenisboek Feniks, uitgegeven door ThiemeMeulenhoff, maakt geen melding van slachtoffers.

Het boek wijdt twee korte passages aan Indonesië tussen Tweede Wereldoorlog en onafhankelijkheid. Wel een beetje weinig, vindt geschiedenisleraar Remme van der Nat. „Dat komt door het nieuwe examenprogramma. Om het historisch besef van leerlingen te vergroten, is de geschiedenis opgedeeld in tien tijdvakken. Daardoor komt alles maar kort aan de orde. Ik heb ook maar tien minuten kunnen besteden aan de Apartheid.”

De eerste passage in Feniks over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, één alinea, geschreven door Maria van Haperen, meldt dat de „Indonesische nationalisten Ahmed Soekarno en Mohammed Hatta” in de Tweede Wereldoorlog „op de hand van de Japanners” waren. „Ze hoopten op die manier het nationalisme onder de bevolking verder aan te wakkeren waardoor hun droom, een onafhankelijke staat, in de nabije toekomst verwezenlijkt zou kunnen worden.”

De tweede passage bestaat uit drie alinea’s. Daarin schrijft Jan van Oudheusden dat de Nederlandse regering een troepenmacht van meer dan honderdduizend man naar de „opstandige kolonie” zond. „Java en Sumatra kwamen onder militaire controle, maar de guerrilla-acties van de aanhangers van Soekarno gingen door.”

Van der Nat vraagt zijn klas of de teksten neutraal zijn. Nee, klinkt het, de tekst is pro-Nederland. „Het lijkt net of het heel moedig was van Nederland om die militairen te sturen.”

Soekarno wordt afgeschilderd als een crimineel, zegt de zeventienjarige Urszula Tomczuk. „Het lijkt in de tekst alsof Indonesië nog steeds bij ons hoort.”

Tomczuks mening wordt gedeeld door een deskundige. Hoogleraar geschiedenis van Zuidoost-Azië Henk Schulte Nordholt van de Vrije Universiteit zegt desgevraagd dat hij de eerste passage een „tendentieus tekstje” vindt. „Soeharto en Hatta worden neergezet als collaborateurs. En het is bijzonder summier. Hier halen kinderen weinig ideeën over nationalisme uit.”

De teksten zijn „verbijsterend kort”, aldus Schulte Nordholt. „Dit is geschiedenis op een postzegel willen schrijven. Is dat zinvol? Ik zie liever een aantal thema’s die wat uitgebreider aan bod komen dan dat het boek overal overheen glijdt.”

Geschiedenisboekschrijver Jan van Oudheusden reageert. In het eerste tekstje leest hij „een terechte verklaring voor de steun van Soekarno en Hatta aan de Japanners, namelijk het heilige doel een onafhankelijke staat Indonesië te stichten.”

Van Oudheusden betreurt het dat de klas zijn tekst als eenzijdig pro-Nederlands leest. „Immers, hier wordt wel degelijk ook gewezen op onbegrip en kortzichtigheid bij de Nederlandse autoriteiten ten aanzien van het opkomende Indonesische nationalisme”, aldus de auteur.

Wel is hij het met Schulte Nordholt eens dat de teksten summier zijn. Van Oudheusden: „Veelal moesten auteurs zoals ik met spijt in hun eigen teksten snijden.” Gelukkig, zegt hij, krijgen havisten behalve de tien tijdvakken nog twee thema’s wat diepgravender onderwezen.

De 5-havoklas op het Visser ’t Hooft gebruikt meer lesmateriaal dan alleen het boek. Leraar Van der Nat: „Ik heb jullie toch ook een filmpje laten zien?” Hij loopt naar zijn laptop en start een videofragment van SchoolTV, dat boven het schoolbord wordt geprojecteerd. In het fragment, dat anderhalve minuut duurt, zegt de commentaarstem dat het militaire ingrijpen van de Nederlanders „honderden doden” tot gevolg had.

Dat is „al iets neutraler”, vindt de klas. Maar nog steeds pro-Nederland. Dat vinden de leerlingen vreemd, want „geschiedenisboeken en -programma’s horen onpartijdig te zijn”. De makers, zegt de zeventienjarige Kelly Plug, willen vast „hun eigen land niet belachelijk maken”. Rick de Nie (17): „Wij hebben Indië verloren, dat ligt gevoelig.”

Onzin, reageert Van Oudheusden. „Stel je voor! Alsof wij, babyboomers, nog steeds last zouden hebben van een trauma over het verlies van ‘ons’ Indië, zestig jaar geleden!”

Het onderwijs in Jakarta, denkt Rick, zal wel een slechter beeld van de Nederlanders schetsen dan hijzelf krijgt voorgeschoteld. Robin Schrama (18): „Ik denk niet dat daarin de goede dingen naar voren komen, bijvoorbeeld dat Nederland het land heeft opgebouwd en welvaart heeft gebracht.”

De leerlingen, zegt hoogleraar Schulte Nordholt, verdienen een compliment. „Ze zijn kritisch. Bravo.”

Discussieer mee op nrc.nl/opinieblog

    • Derk Walters