Steeds de stank van boekbranden

De Spaanse Burgeroorlog, die 70 jaar geleden eindigde, is nu een tweede stichtingsmythe en een toetssteen voor goed en kwaad, zo blijkt uit drie recente romans.

Lluís-Anton Baulenas: Voor een zak met botten. Uit het Catalaans vertaald door Pieter Lamberts en Joan Garrit. Signatuur, 300 blz. € 19,95

Juan Eslava Galán: De muilezel. Uit het Spaans vertaald door Jos den Bekker. De Geus, 254 blz. € 19,90

Manuel Rivas: Boeken branden slecht. Uit het Galicisch vertaald door Adri Boon. Anthos, 543 blz. € 34,95

Aan het eind van zijn roman Voor een zak met botten lijkt de Catalaanse schrijver Lluís-Anton Baulenas even te knipogen naar de huidige tijd. De roman speelt kort na de Spaanse Burgeroorlog. Een commandant uit het nationale leger vertelt hoe hij bij een klein dorpje in West-Spanje meewerkte aan de executie van 42 mannen

In de afgelopen jaren zijn deze illegale executies de inzet geworden van verhitte politieke debatten in Spanje. Alsnog zouden de gesneuvelden en vermoorden een behoorlijk graf moeten krijgen, zo besliste de regering. Wie ooit door de franquistische overwinnaars om politieke redenen veroordeeld was, zou moeten worden gerehabiliteerd. Dat bracht prompt de nazaten van de nationalistische doden in het geweer. Ook hun nagedachtenis verdiende respect, dat zij met de ondergang van het franquisme en de opeenvolgende ‘rode’ regeringen in Spanje niet meer gewaarborgd achtten.

Bejubeling

Wat voor Nederland de Tweede Wereldoorlog is, is voor Spanje het wrede conflict dat het land tussen 1936 en 1939 verscheurde. Het werd een tweede stichtingsmythe en een toetssteen voor goed en kwaad. De literatuur spon daar driftig garen bij. Een belangrijk deel van de romans die in de afgelopen halve eeuw in Spanje verschenen zijn gaat over de Burgeroorlog. Aanvankelijk vooral ter bejubeling van het nieuwe bewind dat daarmee aan de macht kwam – al leverde die literatuur weinig beklijvends op. Na de terugkeer naar de democratie moest eerder de gewelddadige en stompzinnige voosheid van het franquisme het ontgelden.

Niet dat dát laatste altijd goede literatuur heeft opgeleverd. De zojuist vertaalde roman Voor een zak met botten van Baulenas, die eerder een matige roman schreef over het Barcelona van rond 1900, blinkt niet uit in subtiliteit. Hij vertelt het verhaal van de jonge soldaat Genís Aleu, die dienst genomen heeft in het Spaanse Vreemdelingenlegioen, een van de geduchtste bolwerken van het franquisme. In werkelijkheid heeft Aleu, afkomstig uit het rode Barcelona en gezocht door de politiek, daarmee alleen maar aan vervolging willen ontkomen. Na de Burgeroorlog keert hij terug naar het voormalige concentratiekamp waarin zijn vader ooit gered werd door een medegevangene die de hechtenis niet overleefde. Zijn belofte diens anoniem onder de grond geschoffelde lichaam een waardig graf te geven komt hij nu inlossen.

Erg plausibel is het plot van Voor een zak met botten niet: een legionair die onder het uitroepen van Arriba España een diepe haat jegens het regime koestert vergt erg veel inlevingsvermogen. Nog minder overtuigend is Baulenas’ hang naar grove effecten, scherpe tegenstellingen en heftig gewelddadigheid. Een roman is niet gebaat bij karakters waarin tussen goed en kwaad nauwelijks enige nuance zit en verschrikkingen die zo bot mogelijk worden verteld. Dat leidt tot een boem-boem literatuur die nauwelijks zo heten mag.

Bijna het tegenovergestelde geldt voor de roman De muilezel van de in Nederland nog onbekende Juan Eslava Galán, die in Spanje al een kleine zeventig boeken op zijn naam heeft staan. Juan Castro Pérez, hoofdpersoon uit zijn roman, is muilezeldrijver uit het leger van de Nationalen en maakt bij toeval een groep soldaten uit het vijandige kamp krijgsgevangen. Dat is althans het verhaal dat de oorlogsverslaggever van een belangrijke krant ervan maakt. In werkelijkheid stuitte de muilezeldrijver alleen maar op een groepje dorpsgenoten die, als republikeinse strijders, schoon genoeg hadden van de oorlog en krijgsgevangenschap als een mooie uitweg zagen. Dat weerhoudt de legerleiding er niet van Juan Castro Pérez uit te roepen tot een held. .

In De muilezel wordt militaire heroïek voornamelijk teruggebracht tot de dagelijkse strijd tegen wandluizen en honger en tekent zich duidelijk de tragiek af waarmee de Burgeroorlog vrienden, buren en families uit elkaar dreef. Dramatisch wordt het boek echter nooit. Daarvoor is Juan Castro Pérez een te schlemielige figuur. Hij is de Spaanse tegenhanger van de brave soldaat Schwejk, al wordt de roman nergens zo geestig. Bij Eslava Galán zijn de nationalen niet de stereotype wreedaards van Baulenas en de republikeinen niet de ware helden. Enig verschil is er tussen beide kampen wel, vooral op het vlak van kennis en scholing, maar alles wijkt voor de ellende die de oorlog brengt .

In de recente literatuur over de Spaanse Burgeroorlog wijkt alles ook voor de kloeke roman Boeken branden slecht van de Galicische schrijver Manuel Rivas, van wie eerder al de romans In wild gezelschap en Het timmermanspotlood werden vertaald. Rivas bouwt zijn boek op rondom de boekverbrandingen die in de eerste weken van de burgeroorlog georganiseerd werden in de stad La Coruña, in het Keltische noordwesten van Spanje. Hele bibliotheken gingen onder de handen van de zegevierende nationalen in vlammen op.

Wild-westromannetjes

Het lot van die boeken zal steeds weer terugkomen in het breed uitwaaierende panorama dat Rivas van de Burgeroorlog en zijn nasleep schetst, tot aan de huidige dag. Een jonge, intellectuele fascistenleider zal het uiteindelijk tot rechter brengen, voorbestemd voor de hoogste ambten – tot zijn kunstzinnige vrouw een centrale figuur blijkt in het anti-franquistische verzet. Een studievriend blijft de republiek trouw, maar moet onderduiken, wordt schrijver van wild-westromannetjes en ziet zijn briljante juridische carrière verwoest. Een derde wordt door doodseskaders dermate toegetakeld dat hij zijn verstand verliest. En tallozen sterven, vooral in de eerste weken van de oorlog, soms op de wreedste wijze.

Door dat alles heen speelt steeds weer de barbarij van de boekverbranding op. Wat is er gebeurd met de exemplaren die niet helemaal vernietigd zijn? Wie heeft het kostbare exemplaar van een bijzondere bijbeluitgave meegenomen? Dat blijft de rechter, die zich tot een fanatiek bibliofiel ontwikkelt, zich zijn leven lang afvragen. Waar zijn de goedkope instructieboekjes gebleven waarmee arbeiders zich door zelfstudie tot elektricien trachtten op te werken?

Rivas vertelt dit alles in een overweldigende caleidoscoop van elkaar afwisselende scènes waarin Keltische sprookjesachtigheid zich moeiteloos vermengt met de verschrikkingen van oorlog en repressie. Even beeldend als bevreemdend lijkt Boeken branden slecht soms een mengsel van Dylan Thomas en James Joyce, voortgestuwd door de tragiek van het onrecht en geknakte levens. Steeds blijft in de verhalen over de haven- en visserstad La Coruña de zee bijna ruikbaar aanwezig; uit het achterland met zijn mistige bossen mengt zich de mythische folklore van rondwarende zielen en witte wieven in het verhaal.

En steeds weer is er de stank van de boeken die aan het vuur werden prijsgegeven en die niemand meer vergeet. Alsof er levende wezens werden verbrand, zegt één van de getuigen. Ja, zegt een ander nuchter, die uit de sjieke bibliotheken waren gebonden in leer. En een derde herinnert zich hoe de boeken bladzijde voor bladzijde werden verteerd: hoe ‘de verse rode graten van een kabeljauwkieuw als een waaier openvouwden.’ Zo tastbaar en tegelijk poëtisch is de Spaanse Burgeroorlog zelden beschreven. Rivas betoont er zich opnieuw een van de interessantste schrijvers van Spanje mee, en is zonder weerga de indrukwekkendste schrijver van Galicië.

    • Ger Groot