Speciale maatregelen zwaar beroep

De sociale partners moeten zich extra inspannen zodat meer werknemers gezond tot 67 jaar kunnen doorwerken. Dit blijkt uit wetsvoorstellen die de regering gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Werkgevers worden verplicht om mensen met een zwaar beroep na 30 jaar lichter werk aanbieden, anders gaat het een werkgever geld kosten. Werknemers moeten op hun beurt zonodig om- of bijscholing accepteren om ander werk te kunnen uitoefenen. Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) en staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) doen deze voorstellen in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 waarvoor begin deze maand een wetsvoorstel naar de Kamer is gestuurd. „Wij willen zien te bereiken dat zo min mogelijk mensen verslijten voor ze hun pensioen halen” , zei minister Donner in een toelichting.

Beide bewindslieden hadden toegezegd rekening te zullen houden met mensen die zware beroepen uitoefenen. Daarnaast hebben Donner en Klijnsma ook maatregelen (scholing, loopbaanbeleid) voorgesteld om de participatie van ouderen op de arbeidsmarkt te stimuleren. Hoewel het aantal werkende ouderen groeit, werkte vorig jaar slechts 47 procent van de mensen tussen 55 en 65 jaar.

Als een werkgever verzuimt om een werknemer met een zwaar beroep na 30 jaar lichter werk aan te bieden of hulp te bieden voor het vinden van werk bij een ander bedrijf, dan moet de werkgever het financieel mogelijk maken dat de werknemer toch met 65 jaar kan stoppen en twee jaar compenseren met 140 procent van het jaarsalaris. Onder zware beroepen wordt werk verstaan dat, als het langer dan 30 jaar wordt uitgevoerd, leidt tot „(ernstige) fysieke slijtage die niet meer is terug te draaien”.

De sociale partners krijgen in het voorstel van beide bewindslieden een belangrijke rol bij het voordragen van zware beroepen. Het moet gaan om bepaalde sectoren waarin werknemers aanzienlijk vaker en al jarenlang bovengemiddeld arbeidsongeschikt raken. De minister neemt uiteindelijk het besluit op basis van wettelijke criteria of een beroep als zwaar wordt aangemerkt. Zodra de sociale partners een zwaar beroep hebben aangemeld, moeten ze samen komen met plannen om het werk lichter te maken en arbeidsongeschiktheid te verminderen.

Ook beroepen met een „uitzonderlijk zware psychosociale belasting” kunnen onder zware beroepen vallen. Werkgevers moeten dan een „actieprogramma” maken zodat voorkomen wordt dat iemand voortijdig opbrand – bijvoorbeeld door scholing.

FNV-voorzitter Agnes Jongerius noemde de voorstellen gisteren „ontoereikend” en „drie keer niks”. Naast haar principiële verzet tegen de verhoging zelf, wijst ze in de laatste voorstellen vooral op een probleem bij de definiëring van zwaar werk. „Werkgevers zijn niet gebaat bij het erkennen van zwaar werk. Dat kost hun namelijk geld.”