Soekarno en Hatta als nationale helden

Indonesië onafhankelijk? Voor Nederland is dat sinds 27 december 1949, voor Indonesiërs per 17 augustus ’45. Nederlandse prominenten riepen deze week op de vroegste datum te erkennen. Wat leren scholieren in Bekasi en Leiden?

Van de vier leerlingen van Staatsschool nummer 8 is Nalendra Wisam (17) de enige die de datum 27 december 1949 kent. Dat het komende zondag zestig jaar geleden is dat Nederland de macht in Indonesië overdroeg, zegt de andere scholieren niets. Net als de rest van het land kennen zij maar één onafhankelijkheidsdag: 17 augustus 1945, toen de latere president Soekarno de Republiek Indonesië uitriep.

De eindexamenleerlingen kijken elkaar tijdens het gesprek soms vertwijfeld aan. Horen ze dit allemaal te weten? Geschiedenislerares Ermayani Astuti (42) valt haar leerlingen bij. Het is, zegt ze, helemaal verkeerd om te denken dat Nederland Indonesië de onafhankelijkheid heeft gegeven. „Die hebben we zelf bevochten.”

In Indonesië, waar de belangrijkste straten zijn genoemd naar helden uit de onafhankelijkheidsstrijd, is dat een belangrijk deel van het nationaal bewustzijn. Het geschiedenisboek van de scholieren meet de overwinningen van de Indonesische strijders breed uit. Zo weet Nalendra dat ze uit protest in Bandung „alle gebouwen van de Nederlanders platbrandden”. In detail beschrijft het schoolboek gevechten bij Ambarawa en Medan. Ermayani: „Ik wil dat ze van mijn lessen onthouden hoe heldhaftig ons leger was.”

Over de ‘Nederlandse Militaire Agressie 1 en 2’, in Nederland bekend als de politionele acties, weten de leerlingen minder. „Nederland kon niet accepteren dat Indonesië onafhankelijk was”, zegt Henry Panji (17). Nalendra weet dat de Nederlanders de modernste vuurwapens en kanonnen hadden. „De Indonesiërs hadden alleen scherpe bamboestokken.”

Het aantal Indonesiërs dat bij die acties sneuvelde is „ontelbaar”, zegt Henry. Preciezer weten hij en zijn lerares het niet. Het schoolboek zwijgt erover. „Maar in de hele koloniale tijd waren het er honderdduizenden”, weet Henry.

Vanaf de lagere school leren Indonesische kinderen over de ‘Nederlandse overheersing’. In de laatste klassen neemt het de belangrijkste plaats in de geschiedenisles in. Ze leren over leiders die in Nederland al hard op weg zijn naar vergetelheid. Ermayani: „Ze zaten hier dan ook 350 jaar!”

Die ‘350 jaar onderdrukking’ komt in Indonesië altijd terug en is overgenomen van de Nederlandse visie op de koloniale tijd, laat hoogleraar geschiedenis van Zuidoost-Azië Henk Schulte Nordholt van de Vrije Universiteit vanuit Nederland weten. „En van de Nederlandse zelfoverschatting, want grote delen van de kolonie werden hoogstens vijftig jaar bezet.” Net als de scherpe bamboestokken – „alsof de vrijheidsstrijders helemaal geen moderne wapens hadden” – zijn het clichés die de onafhankelijkheidsstrijd heroïscher moeten maken.

De „wreedheid” van de Nederlanders is het belangrijkste uit de koloniale tijd, vinden de leerlingen, vooral de dwangarbeid die werd gebruikt om wegen aan te leggen of plantages te bebouwen. In het begin, zegt Henry, kwamen de Nederlanders met goede bedoelingen. „Daarna dwongen ze Indonesiërs om producten te planten. Ze namen alle oogst mee. De Indonesiërs kregen niks.” Nalendra: „Alleen mensen uit de hoge klasse mochten studeren. Weinig vrouwen konden naar school.”

Gouverneur-generaal Daendels (1762-1818) is berucht, wegens de aanleg van de Grote Postweg tussen Jakarta en Surabaya. „Als de dwangarbeiders niet meer konden, werden ze doodgeschoten, zonder menselijk gevoel”, zegt Vidza Dwi Astariyani (17).

Net als de rest van Indonesië betrekken de leerlingen die feiten niet op het Nederland van nu, dat vooral bekend is om zijn goede voetballers. De Nederlanders hebben ook goede dingen gebracht, zeggen ze. Het rechtssysteem, gebouwen, infrastructuur. Er waren ook goede Nederlanders, die het opnamen voor de ‘inheemsen’, staat in het schoolboek. Zoals Multatuli.

Bovendien: de Japanners waren erger. De Indonesiërs, meldt het boek, hebben tijdens de Japanse bezetting meer en zwaarder geleden dan in de Nederlandse tijd. De Japanners, legt lerares Ermayani uit, waren altijd belust op seks. „Die verkrachtten vrouwen. De Nederlanders waren wreed door mensen keihard te laten werken.”