Slag der giganten

In 1977 speelden Viktor Kortchnoi en Boris Spassky een kandidatenmatch in Belgrado. Kortchnoi won en mocht daardoor een jaar later tegen Karpov om het wereldkampioenschap spelen.

Aan het eind van het slotdiner in Belgrado raakte de journalist Alexander Münninghoff in gesprek met Spassky, die alleen aan zijn tafel zat, vervuld van sombere en vooral woedende gedachten.

„De schurken, het is verschrikkelijk, ik ga er een boek over schrijven”, fulmineerde hij tegen Münninghoff. Dat boek kwam er nooit.

Er waren inderdaad vreemde dingen gebeurd, maar die kwamen vooral van Spassky. Nadat Kortchnoi in de eerste negen partijen vier punten voor was gekomen, zat Spassky in de rest van de match niet meer achter zijn bord. Hij bleef in zijn rustkamertje, onzichtbaar voor de toeschouwers en zijn tegenstander, keek van daar naar het demonstratiebord op het toneel, ging af en toe naar het bord om zijn zet te doen en trok zich dan weer terug.

Kortchnoi klaagde dat hij zich voelde als een deelnemer aan een simultaan, waarin de meester af en toe aan het bord komt en dan weer wegloopt. Hij maakte een paar akelige blunders en Spassky liep drie punten in.

Toen ging Kortchnoi hem imiteren door zelf ook in zijn rustkamertje te blijven. Spassky escaleerde de waanzin door eerst met een zonneklep op te spelen en later zelfs met een duikbril. De toeschouwers zagen een leeg toneel waar af en toe de spelers als elkaar afwisselende weermannetjes opkwamen en weer verdwenen, een van hen met een duikbril op zijn hoofd. Het was een kandidatenmatch om de wereldtitel.

Spassky was begonnen en hij had het ook het bontst gemaakt. Wat had hem bezield? Uit latere berichten werd duidelijk dat hij er van overtuigd was geweest dat hij door vijanden gehypnotiseerd werd.

In zijn memoires, Chess is my Life, schrijft Kortchnoi dat hij in 1986 op een toernooi in Brussel plotseling door Spassky werd aangesproken: „Weet je nog Viktor, dat ik Kazic beschuldigde dat hij me bij het spelen stoorde en dat hij me een keer belette om mijn paard op f5 te zetten?” Kazic was in Belgrado de wedstrijdleider geweest. Vervolgens legde Spassky uit dat het niet Kazic was geweest van wie hij de hypnotische kracht had gevoeld, maar zijn eigen paranormaal getrainde secondant Igor Bondarevsky, die het overigens met goede bedoelingen had gedaan, om Spassky te helpen.

Als schaakprofessionals stoven we in dezelfde pan en moeten we onze betrekkingen op de een of andere manier normaliseren, schreef Kortchnoi in zijn boek. Dat hebben hij en Spassky gedaan en nu spelen ze tot zondag in Elista een tweekamp van acht partijen, die daar de Slag der Giganten wordt genoemd.

„De helden zijn ouder geworden, helaas, maar hun ogen glanzen nog'', schrijft de website van de Kalmukse schaakbond. Dat is mooi, maar hun partijen glanzen minder dan deze fraaie overwinning van Judit Polgar. Tot hij in de finale kwam, was dit de enige partij die de toernooiwinnaar Boris Gelfand verloren had.

Judit Polgar - Boris Gelfand, World Cup Chanty Mansiysk

1. e4 e5 2. Lc4 Pf6 3. d3 c6 4. De2 Le7 5. Pf3 0-0 6. Lb3 d6 7. 0-0 Pbd7 8. c3 a5 9. a4 b5 10. Lc2 Het spel heeft het karakter van het Spaans gekregen, maar in een versie waarin zwart voorlopig geen problemen heeft. 10...La6 11. axb5 cxb5 12. Pbd2 Dc7 13. d4 a4 14. Ld3 Tfb8 15. Ph4 g6 16. f4 Nu gaat het op het Koningsgambiet lijken. 16...exf4 17. Pdf3 Ze moet de pion offeren, want na 17. Txf4 Ph5 18. Tg4 Pdf6 19. Tg5 zou ze op een dwaalweg komen. 17...Ph5 18. Ld2 Pb6 19. g4 Een bekend motief uit het Koningsgambiet. Wit geeft de f-, g- en h-pion om op de open lijnen aan te vallen. 19...fxg3 20. Pg5 Pc4

Hier had Polgar met 21. Txf7 kunnen winnen. De zet is makkelijk te vinden, maar de consequenties zijn niet zo simpel: 21...Pxd2 22. Pf5 of 21...Dd8 22. Txh7 Lxg5 23. Pxg6 Df6 24. Pe7+ Kf8 25. Lxg5 Dxg5 26. Tf1+, in beide gevallen met winst voor wit. 21. Pf5 Dit is nog geen echt stukoffer. 21...Lxg5 22. Lxg5 f6 23. Lh4 gxh2+

24. Dxh2 Maar met deze spectaculaire zet (in plaats van 24. Kxh2) geeft ze wel een stuk, om zo snel mogelijk met Le2 zwarts paard aan te kunnen vallen. 24...Tf8 Na 24...gxf5 25. Txf5 Pg7 26. Tf3 ontstaat een moeilijke stelling waarin wits aanval waarschijnlijk zwaarder weegt dan het stuk dat ze achter staat. 25. Le2 gxf5 Met het verrassende 25...Pd2 had zwart een spaak in het wiel kunnen steken, al blijft het na 26. Lxh5 Pxf1 27. Dg2 Kh8 28. Lxg6 onduidelijk. 26. Lxh5 fxe4 Er was een betere verdediging met 26...Dg7+ 27. Kh1 Lb7 28. d5 De7. 27. Df4 f5 28. Kh1 Ze gaat met de torens op de g-lijn de aanval afmaken. 28...Kh8 29. Tg1 Tf7 Een wanhopige zet, maar er was niets meer. Na 29...Pb6 30. Dh6 Pd5, om f6 nog eens te dekken, wint wit met 31. Tg2 gevolgd door 32. Tag1. 30. Lxf7 Dxf7 31. Dh6 Tf8 32. Tg6 Zwart gaf op.

Schaakopgave

Oplossing: 1...Td1+ 2. Kh2 (of 2. Dxd1 Dxf2+ en mat) Dxh4+ (wit gaf hier op) 3. Th3 Th1+ 4. Kxh1 Dxh3+ 5. Kg1 Dxg2 mat.

    • Hans Ree