rintje in de sneeuw

‘Alle geluiden klinken zachter”, zegt mama als Rintje wakker wordt. „De hele wereld is stil. Er is iets heel bijzonders gebeurd vannacht! Ga maar eens buiten kijken.”

Rintje springt uit zijn mand en schuift het gordijn van zijn slaapkamer opzij. „Oooohh!” roept hij. „Alles is helemaal wit! Het heeft gesneeuwd!”

Als hij naar boven kijkt, ziet hij dat er nog steeds sneeuwvlokken omlaag dwarrelen. Heel langzaam komen ze naar beneden. In de tuin en op de takken van de bomen ligt een dikke laag sneeuw. De zon schijnt op de witte poedersneeuw en het lijkt wel alsof er overal kleine sterren schitteren.

„Mag ik naar buiten?” vraagt Rintje. Hij kan niet wachten.

„Eerst even ontbijten”, zegt mama. „Maar dan gaan we meteen je vrienden halen om lekker buiten te spelen.” Nadat ze heerlijke gebakken worstjes hebben gegeten belt mama Tobias en Henriette.

Al snel staan ze voor de deur. Ze zien er heel anders uit dan anders.

Tobias heeft een soort geruite sok over zijn lange lijf en een dikke muts op. En Henriette ziet er helemaal raar uit. Ze heeft een soort roze bontjas aan met een capuchon. Ze lijkt wel een suikerspin!

„Doe een sjaal om!” roept mama als Rintje naar buiten rent. „Maar ik heb het nooit koud!” zegt Rintje.

„We gaan een hele grote sneeuwman maken!” zegt Tobias. „Een sneeuwreus! Eerst maken we een kleine sneeuwbal. En die rollen we alsmaar verder, dan wordt hij vanzelf groter en groter omdat de sneeuw eraan blijft kleven.”

„Ik kijk wel of het mooi wordt”, zegt Henriette. „Ik vind die sneeuw te koud aan mijn pootjes!”

„Tobias, ik heb een ander idee”, zegt Rintje. Hij fluistert een lang verhaal in Tobias’ oor. Tobias moet heel erg grinniken.

„Henriette”, zegt Rintje dan. „Omdat je het zo koud hebt kan je beter even bij mijn moeder binnen gaan zitten. We roepen je wel weer als de sneeuwman klaar is!”

Henriette vindt het een goed idee. „Tot straks!” zegt ze.

Nu gaan Tobias en Rintje aan de slag. Maar ze gaan geen sneeuwpop maken, maar een sneeuwhond! En niet zomaar een hond. Nee, ze maken een hond van sneeuw die precies op Rintje lijkt. Een mooie witte Rintje.

Rintje doet zijn rode halsband af en bindt hem om de nek van Sneeuwrintje. Twee zwarte steentjes worden de ogen. Uit de papierbak halen ze twee zwarte stukjes papier voor de oren. „Klaar!” roept Tobias. „Ik ga Henriette halen. Dan moet jij je verstoppen.”

„Door de kou is er iets naars gebeurd met Rintje”, zegt Tobias even later tegen Henriette. „Hij is helemaal bevroren en kan niet meer bewegen.”

„Wat verschrikkelijk”, zegt Henriette als ze voor Sneeuwrintje staan.

„Voel maar”, zegt Tobias. „Hij voelt ook helemaal bevroren aan!”

„Het is net ijs!” roept Henriette uit. „Hoe krijgen we hem nu weer warm?” Ze moet er bijna van huilen.

Maar dan springt de echte Rintje tevoorschijn. „Gefopt!” roept hij. „Deze Rintje is van sneeuw!”

„Voor straf mag ik jullie inzepen!” zegt Henriette. Ze pakt twee bergjes sneeuw en wrijft die in de snuiten van Rintje en Tobias.

    • Sieb Posthuma