REACTIE

Kafka geen nudist (Leesclub Live)

Het is zeer te loven dat Bas Heijne in een beknopt artikel (Boeken 11.12.09) een goed beeld wist te geven van de persoon en de schrijver Franz Kafka en daarbij, zeer terecht, de nadruk legt op diens ambivalentie. Toch ontkwam ook Heijne niet aan de mythologie die zo langzamerhand woekert rond datzelfde leven en werk. Het is maar half waar dat Kafka’s werk in het communistische Tsjechoslowakije verboden was. Dat was het niet. Het kon wel degelijk uitgegeven worden, maar de truc van het regime was om maar heel beperkte oplagen toe te staan die dan in no time waren uitverkocht.

Dan dat andere boekverbod, dat van de nazi’s in de jaren dertig. Kafka’s werk werd inderdaad niet in de vlammen geworpen op 10 mei 1933. Nog in 1935 konden de eerste vier delen van het verzameld werk bij Schocken Verlag in Berlijn verschijnen, omdat de nazi’s deze joodse uitgeverij hadden vrijgesteld van hun rassenwetten op voorwaarde dat zij alleen aan joden zou leveren. Dat duurde niet lang, want vanaf het volgende jaar moest dat toch in Praag gebeuren. Formeel, want feitelijk ging men gewoon door in Berlijn.

Kafka’s zionistische gezindheid is het onderwerp van veel studie geweest. Een voorzichtige samenvatting luidt dat hij er wel interesse voor had, maar geen uitgesproken bepleiter was, laat staan er zich actief voor inzette. Dus ook hier in zekere zin die befaamde ambivalentie. Zijn vriend Brod was echter wel een fel zionist, wat zo rond 1914 zelfs voor enige verwijdering tussen beiden leidde. En inderdaad had hij met zijn laatste vriendin Dora Diamant het plan om naar Palestina te gaan, maar dat was niet vanuit ideologische, maar overwegend medische motieven: het klimaat daar was gunstig voor zijn tbc. Wat weinig bekend is, is Kafka’s eigenlijke streven – samen met Dora aardappels verbouwen in Galicië!

Het is ronduit onzin om te beweren dat Kafka een nudist was. Dat was hij niet. Niet meer dan eenmaal heeft hij in zo’n sanatorium doorgebracht en hier kreeg hij juist de bijnaam ‘der Mann mit den Schwimmhosen’. Een uitgesproken zonaanbidder was hij evenmin, vegetariër is hij met onderbrekingen geweest. Ook hier weer die ambivalentie, zou je kunnen zeggen.

En dan nog de langzamerhand ridicule maar ook tragische erfeniskwestie in Israël, waarvan Elsbeth Etty naast het stuk van Heijne verslag doet. Ze gaat te kort door de bocht als ze stelt dat ‘de laatste wil van Brod niet uitgevoerd’ werd. Dat testament was namelijk helaas nogal vaag, zo valt te lezen in het uitstekende artikel van Florian Illies en Stefan Koldehoff in Die Zeit van 19.11.09. In zijn testament van 1961 legde Brod vast dat zijn assistente (en minnares?) Ilse Esther Hoffe ‘die einzige Nachlassverwalterin’ is, ‘wenn sie nicht zu Lebzeiten ein anderes Arrangement getroffen hat.’ Dat liet dus Hoffe ook de formele mogelijkheid om het haar toe te eigenen en eventueel te verkopen. Of het wel zo verstandig is wat ze heeft gedaan – verkopen en schenken aan haar dochters – is natuurlijk de vraag.

Het is overigens vrij precies bekend wat er in die nalatenschap zit, simpelweg omdat veel daarvan al gepubliceerd of door kafkalogen ruim geciteerd is: manuscripten van twee vroege novellen, een vroeg handschrift over esthetica, twee aforismen in handschrift, een briefwisseling Kafka-Brod en hun reisdagboeken, en verder nog een aantal fotokopieën, geen originelen. En ten slotte circa vijftig nog onbekende tekeningen – het belangwekkendst, omdat Kafka aanvankelijk niet schrijver maar beeldend kunstenaar wilde worden. Bij Brod gaat het onder andere om belangrijke correspondentie met uitgevers en collega-schrijvers. Kafka’s papieren liggen niet weg te rotten bij Hoffes dochters thuis, maar liggen in een kluis in… Zürich, waar Brod ze al in 1956 naar aanleiding van de Suez- crisis heeft gedeponeerd. Brods geschriften zijn inderdaad nog steeds in Tel Aviv.

Het is mooi dat de Israëlische krant Ha’aretz de toegang tot het aanvankelijk besloten proces heeft geforceerd, maar er zit een luchtje aan. De vader van de hoofdredacteur, uitgever Schocken, maakt namelijk ook aanspraak op de nalatenschap, omdat zijn bedrijf de rechten op Kafka’s werk zou hebben, althans wat het ongepubliceerde deel betreft, want de andere rechten zijn in 1994 vrijgekomen.

De werkelijk grote vraag is die naar de beste plek voor deze documenten. Niet alleen Hoffe en nu haar dochters, maar ook allerlei specialisten zeggen: Deutsches Literaturarchiv in het Marbach. Nee, zegt Israël, het is joods erfgoed en hoort dus hier te blijven, in de Nationale Bibliotheek. Wat joods erfgoed?! Kafka was, zoals gezegd, geen overtuigd zionist, had weinig op met de geassimileerde joden in Oostenrijk- Hongarije, en Israël heeft zich lange tijd weinig om zijn werk bekommerd. De belangrijke Kafka-studies kwamen lange tijd niet dáár vandaan. Bovendien geeft men daar toe dat de klimaatregeling in de Nationale Bibliotheek slechter is dan in Marbach.

Niels Bokhove, Utrecht

Lees de stukken van Bas Heijne en Elsbeth Etty (samen met Naema Tahir en Pieter Steinz in de Winternachten Leesclub Live over Kafka op za. 16 januari) via nrcboeken.nl. Kaarten via www. winternachten.nl en www. theateraanhetspui.nl; en bij de kassa van Theater aan het Spui (070- 346 5272). Eén kaart € 15,- / twee kaarten € 25,-