Pubers zijn zoals altijd, per definitie onbegrepen

Als tamelijk oude, in 1969 geboren moeder van een dochter van vier, ben ik het contact met ‘de jeugd van tegenwoordig’ behoorlijk kwijtgeraakt. Ik game niet, kom niet op YouTube, twitter niet. Dus hoe zou ik iets moeten zeggen over jong zijn in deze tijd?

Ik lees het wel allemaal in de krant, hoe de jeugd het doet. Meestal zijn het zure opiniestukken van babyboomers (ben ik niet) die voeling proberen te houden met een generatie die door hen al lang niet meer te begrijpen is. Volgens mij blijven pubers gewoon pubers – per definitie onbegrepen.

Ik zie ze verveeld rondhangen op familiefeestjes, mijn nichtjes en neefjes in de tienerleeftijd. Gekleed in een voor mij bijna onzichtbaar gecodeerde kledingstijl. Ik weet nog goed dat mijn moeder altijd nét met de verkeerde sjaal of T-shirts aan kwam zetten. En haar teleurstelling als ik het weer niet mooi vond. Dat ken ik dus wel ergens van.

Als ik de Hyvespagina’s van mijn nichtjes bekijk, herken ik het geklooi met gedichtjes en rondstuurenquêtes met vragen als „zou je me kussen als het moest?” En het gedweep met popsterren en acteurs. Ik ben echt, écht verliefd geweest op Ernst Jansz. En op George Michael voordat hij uit de kast kwam. Careless whisper heb ik zo’n driehonderdduizend keer gedraaid. Op mijn cassetterecorder in plaats van op mijn laptop.

Heel langzaam, veel te langzaam naar haar zin, zie ik de wat oudere jeugd (twintig) verschijnen op zichtbare plekken in de maatschappij. Ik ben steeds weer verrast als een in mijn ogen heel jonge winkelbediende een sluitend betoog houdt over het door mij aan te schaffen ingewikkelde apparaat. Of een even jong grietje een weloverwogen artikel schrijft in de krant.

Voor zover ik er iets van kan zeggen, zie ik niet zo veel verschil tussen de pubers van nu en die in mijn tijd. Natuurlijk heb je altijd de excessieve groepjes in de Randstad, waar dan weer een hele generatie naar genoemd wordt, maar daar krijg je als tiener in Brabant niet zo veel van mee. Zoals wij maar drie punkers op school hadden, hebben mijn neefjes en nichtjes maar een paar coke snuivende nihilistische hedonisten in het dorp.

De kleuters van nu kan ik beter vergelijken met mijn eigen kleutertijd. Mijn dochter behoort namelijk tot die doelgroep, ze gaat tegenwoordig naar groep één. Ik ging destijds naar de kleuterklas, maar volgens mij is dat woord het enige verschil. Laatst vond ik een oude klassenfoto, waar ik met mijn tong buitenboord op stond (van verlegenheid), net als mijn dochter op die van haar.

Dingen uitprikken op een matje van dikke stof. Weer andere dingen knippen en dan opplakken met die kinderlijm waar je bolletjes van kunt rollen. Vertellen over je weekend, op maandagochtend in de kring. Miniloco. Het is allemaal precies hetzelfde gebleven. Maakt het dan zo veel verschil dat mijn dochter met Fawana en Sultan aan tafel zit, in plaats van met Michiel en Karin?

De kindjes hebben soms een andere kleur, maar zijn verder net zo lastig of aardig. Er is het stuiterende ADHD-jongetje dat ook in mijn klas zat, alleen heette dat toen nog niet zo. En het meisje met de blonde lange haren en de mooiste kleren is nog steeds het populairst.

„Ze zijn hetzelfde maar toch anders”, om mijn jeugdheld (ongeveer) te citeren. Hun kindertijd lijkt op die van mij, ook al had ik geen My little Pony maar Barbie en geen ‘Schuddebuikjes’ of ‘K3-vruchtenhagel’, maar simpele chocoladehagelslag. Mijn dochter heeft een speelgoedlaptop terwijl ik al tien was toen ik ‘10 MIRJAM, 20 GOTO 10’ programmeerde op de Commodore 64. Dan kreeg je een heel beeldscherm vol met je naam.

Ja, het leven van de jeugd is doorweven met computers en internet, heel anders dan eerdere generaties. Maar de belangrijkste kenmerken van peutertijd of pubertijd blijven hetzelfde. Dus het had mij geen bal uitgemaakt of ik in deze tijd was opgegroeid. Dan had ik toch, net als mijn oude zelf, ‘eerst een boterham met goed en dan pas één met zoet’ moeten eten van mijn moeder.

Mirjam van Zelst, 1969

    • Mirjam van Zelst