Op humanisme kun je je niet gratis abonneren

TzvetanTodorov: La signature humaine. Essais 1983-2008. Seuil, 480 blz. € 23,-

Op het omslag van La signature humaine, een bundel lange essays van TzvetanTodorov, wordt de lezer ‘een autobiografie tussen de regels door’ beloofd. Dat lijkt misleidend, want Todorovs essays mogen een persoonlijke toon hebben, ze gaan toch vooral over de wereld om hem heen. En over anderen: rustige, even bewonderende als kritische beschouwingen over publieke intellectuelen als Raymond Aron en Edward Said, en over grote humanistische kunstenaars als Mozart, Stendhal en Goethe. Het zijn stuk voor stuk persoonlijke verkenningen, dat is waar, maar nergens verkent Todorov zijn eigen persoonlijkheid. Wanneer hij de rusteloosheid van Edward Said verklaart uit de emotionele afwezigheid van diens moeder, vermeldt hij dat hijzelf, de Bulgaarse jood die het communisme ontvluchtte en zich in Frankrijk vestigde, zich altijd geborgen wist in de liefde van zijn ouders – maar daar blijft het dan ook bij.

Toch benadrukt Todorov zelf in het voorwoord dat zijn essays ook over hemzelf gaan, zij het op een niet-autobiografische manier. Begin jaren tachtig, schrijft hij, ontdekte hij dat zijn denken over de wereld onherroepelijk gekleurd was door zijn persoonlijke ervaringen, dat er in zijn essays en studies geen sprake kon zijn van objectiviteit. Hij geeft het voorbeeld van de Franse etnoloog en verzetsstrijder Germaine Tillion, die toegaf dat ze na haar ervaringen in het concentratiekamp Ravensbrück anders over de Berbers in Algerije schreef dan ze daarvoor deed. De ontmoeting met Tillion op latere leeftijd verdiepte Todorovs eigen humanistische wereldbeeld: ze werd een vriendin, maar ook een voorbeeld. Hij prijst haar intellectuele onafhankelijkheid; haar idealen waren nooit partijgebonden, zodat ze tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd alle partijen bleef bekritiseren. Todorovs humanisme is niet zoetsappig of wereldvreemd; het is tegengif. Het is gevormd door de verschrikkingen van het totalitarisme van de 20ste eeuw. Humanisme volgens Todorov moet altijd bevochten worden op minder verheven eigenschappen. Het is geen eigenschap waarop je je gratis kunt abonneren. Eerder is het een morele kern die sommige mensen ervan weerhoudt kwaad te doen, juist wanneer alles om hen heen hen daartoe uitnodigt.

Een van de mooiste essays in de bundel is dan ook dat waarin Todorov probeert te verklaren waarom de Bulgaarse joden tijdens de Holocaust gespaard zijn gebleven. Na de oorlog eisten de communisten alle eer op, maar Todorov laat zien dat dat schromelijk overdreven is. Ook de rol van de koning, Boris III, die zich op een formidabele wijze op de vlakte hield, is niet doorslaggevend geweest. De meeste eer gaat naar de afgevaardigde Dimitar Petsjev, die zich moreel onverzettelijk toonde. Maar zelfs hij had de vernietiging van vijftigduizend Bulgaarse joden niet in z’n eentje kunnen voorkomen. De landsaard van de Bulgaren, die zelf eeuwenlang door de Turken zijn overheerst, en niet snel de neiging hebben om zondebokken aan te wijzen, speelde ook een rol; er was antisemitisme, maar het was niet wijdverbreid. Het zijn, zegt Todorov, al die beetjes morele moed bij elkaar opgeteld, die een catastrofe hebben voorkomen. Het had ook fout kunnen gaan, bij velen speelden bovendien eigenbelang en berekening een bepalende rol – maar toch. Bovendien werd bij velen de gruwel van de vervolgingen pas duidelijk door het lot van meer dan elfduizend joden uit door Bulgarije bezette gebieden die wél werden afgevoerd. ‘Het lijkt erop dat het kwaad, als het zich eenmaal in het openbare leven heeft gemanifesteerd, zich met groot gemak voortplant, terwijl het goede moeilijk blijft, sporadisch, fragiel. Maar toch mogelijk.’