Nederland: van Gidsland naar een onaangenaam Pipsland

Nederland - Eemshaven- ( Groningen) - 25-04-2009 Eemshaven, met windmolenpark van Essent. Traditionele molen tussen de windmolens. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Ik ben geboren in 1984. Toen ik na een zorgeloze jeugd op mijn 18e de wijde wereld in trok, praatte ik graag over mijn geboorteland. In Nederland kon iedereen studeren, vertelde ik trots aan mijn buitenlandse vrienden. Als je ouders minder te besteden hadden, kreeg je gewoon wat meer van Vadertje Staat. In Nederland waren we groen, we liepen voor met onze windmolens. Trots vertelde ik over het Nederlandse softdrugsbeleid. Inderdaad, wiet was legaal in coffeeshops te verkrijgen, maar de gebruikersstatistieken waren laag en in Nederland overleden veel minder mensen aan de gevolgen van drugs dan in de VS. Ja, homohuwelijk, abortus, euthanasie: alles mag bij ons maar ook alles heeft een goede reden, die ik graag in mooie woorden uiteenzette. En inderdaad, wat zijn die Nederlandse vrouwen pittige tantes, dat zie je niet overal.

Hoe anders is het nu wanneer ik met buitenlanders praat. Tegenwoordig moet ik vooral vertellen wie Geert Wilders is. Misschien nog veel erger: Nederland is in mijn ogen niet meer het superallerallerbeste land ter wereld. Natuurlijk, dat komt doordat ik als kind overal tegen opkeek. Maar toch heb ik het gevoel dat Nederland veranderd is. Van Gidsland naar Pipsland.

We hebben het allemaal niet meer zo goed voor elkaar. Of we hebben nu eindelijk door dat we het nooit goed voor elkaar hebben gehad. Nederlandse dames zijn helemaal geen pittige tantes, we hebben de meeste parttime werkende vrouwen van Europa. We worden door China, Brazilië en Slowakije voorbijgestreefd als het gaat om schone technologie. Stond Nederland altijd bovenaan de internationale lijstjes met het beste onderwijs, nu kijken we zuchtend naar België waar kinderen nog wél gewoon een staartdeling kunnen maken. Het hoger onderwijs wordt steeds duurder en is allang niet meer vanzelfsprekend voor alle inkomensgroepen. Kraken is verboden, paddo’s ook en over wiet wordt hevig gediscussieerd.

De afgelopen jaren hoor ik politici zeggen dat we niet meer het beste jongetje van Europa moeten willen zijn. Volgens mij is dat een verkeerd uitgangspunt. Dat moeten we wél willen zijn. Of nee, het liefst het beste meisje van Europa.

Zij die niet meer het beste meisje van de klas willen zijn en bezuinigen op duurzame energie, paddo’s verbieden en de multiculturele samenleving hebben opgegeven, zeggen dat ze realistisch zijn. Nederland is nu eenmaal geen wonderland. En met de crisis wordt het leven al helemaal een stukje harder. Maar wie niet investeert in schone energie mist later de expertise om te leiden in een groene wereldeconomie, wie paddo’s verbiedt doet aan symboolpolitiek, en wie de multiculturele samenleving dusdanig opzij schuift zoals dat de laatste jaren is gebeurd, zet hele groepen Nederlanders aan de kant.

Kinderen die in zo’n klimaat opgroeien, nemen het idee over dat het reëel is om een zesje te halen. Dat we niet beter kunnen. En dat het normaal is dat verworvenheden zoals privacy, gelijkwaardigheid en innovatie af en toe ondergeschikt zijn. Toch zou ik graag opgroeien in een tijd waarin de drang heerst om de superallerbeste samenleving te realiseren.

Als kind wil je in het beste land ter wereld wonen. Het superallerallerbeste. Het Nederland van nu is dat niet. Het was dat ook niet toen ik opgroeide, maar ik had toen wel meer redenen om te fantaseren dat het wél zo was.

Neeltje Bollen,1984