Meneer Vervoort scherpte en polijstte je denken

DNA helix. Jupiterimages

Hij rende door de gangen, haastig op weg naar de volgende vergadering. Hij was een gedreven en aimabel man, die geloofde in gelijke kansen voor iedereen. Het was de tijd van de Middenschool, minister Van Kemenade (PvdA), spreiding van kennis en macht. Soms kwamen we meneer Vervoort tegen in het café, en dan mochten we Jan tegen hem zeggen. Op een goede dag hebben we Jan een paar spikes cadeau gedaan.

Meneer Vervoort was ook natuurkundeleraar en het was al muisstil voordat hij het lokaal binnenstoof. Op het bord verscheen de wet van Newton, een begin van een paraboolbaan, en voor je het wist hing er een atmosfeer in de klas die je het gevoel gaf dat de natuurwetten in hun allesomvattende samenhang om je heen cirkelden. Meneer Vervoort maakte je nieuwsgierig en daarom sneed ik thuis, na het huiswerk, tollen: hoe stomper de punt, had ik ontdekt, hoe sneller de tol zich oprichtte. Dat werd de volgende dag klassikaal besproken en geanalyseerd, met de grondregels over het impulsmoment. Ik maakte ook wel eens knalgas uit water, met een beetje stroom. De plof, uit het niets ontstaan, maakte steeds weer diepe indruk op me. Of ik berekende de omlooptijd van de maan in het denkbeeldige geval dat zij twee keer zo zwaar zou zijn. Zo scherpte en polijstte meneer Vervoort je denken, leerde je van alles en nog wat te doorgronden door je eigen weg naar de waarheid op te sporen, gefocust, met beheerste wanhoop, als een beeldhouwer die zich met hamer en beitel een weg naar zijn beeld hakt.

In die dagen was er een serie op de Nederlandse televisie, De mens in wording. Dit BBC-programma, dertien delen, was een korte geschiedenis van de mens en zijn vermogen plannen te maken, het leven op aarde naar zijn hand te zetten, materie te splijten en te fuseren, een theorie van de oerknal te ontwerpen, het ontstaan der soorten en de evolutie te doorgronden, allerhande nieuwe materialen te fabriceren. De mens in wording liet zien hoe Pythagoras, Galilei, Darwin, Einstein, die complete canon van genieën, voor hindernissen kwamen te staan die zij met een wonderbaarlijke soepelheid van geest en een fenomenaal doorzettingsvermogen overwonnen.

Behalve een ode aan de rede was De mens in wording een ode aan de enkeling. Enkelingen hebben de aarde rond gemaakt, en buiten het centrum van het universum gestationeerd. Enkelingen hebben het DNA ontdekt, de oerknal, de transistor. Enkelingen hebben de Sint Pieter ontworpen, de Saturnusraket, de klapschaats. Misschien was de impliciete boodschap van de serie dat vooruitgang een zeldzame, hoogst individuele aangelegenheid is. Daarom keek ik naar De mens in wording.

Ik slaagde, met respectabele cijfers, ging natuurkunde studeren en begon aan een loopbaan in allerhande nieuwe kennis en technologie die me tot op de dag van vandaag veel voldoening geeft. Weliswaar begrijp ik nog niet alles over de ‘samenhang der dingen’, maar door mijn verstand te gebruiken ben ik in staat te beoordelen wat waar is en wat niet, wat we wel en niet kunnen weten, en waarom. Bij twijfel weet ik dat ik nog onvoldoende weet.

Zou ik over pakweg dertig jaar op dezelfde manier terugkijken wanneer ik nu, in deze tijd, naar school was gegaan? Ik had vast en zeker een mevrouw Vervoort getroffen. De kans dat zij dezelfde vakdeskundigheid als meneer Vervoort zou hebben, is klein. Dat ligt niet aan haar, maar aan dertig jaar ‘vernieuwing’ die, sinds Van Kemenade daarmee begon, de school heeft getransformeerd van een slijpsteen voor de geest tot een onderkomen waar je je sociaal-emotioneel kunt ontwikkelen door samen met schoolkameraden het internet te doorzoeken. Voor mij zou het fataal zijn.

dr.ir. André Wakker, 1958

    • Dr.Ir. André Wakker