Let op gewelddadige tekening

Een jeugdboek over school shootings bracht een Hazerswoudse jongen op het idee om een aanslag voor te bereiden op leraren en medeleerlingen. De aanslag werd verijdeld.

Ze kon het „bijna niet geloven”. Jeugdboekenschrijfster Mirjam Mous las afgelopen weekeinde in een regionale krant dat een veertienjarige scholier uit Hazerswoude een half jaar geleden ideeën had opgedaan uit haar boek Doorgeschoten om enkele leraren en leerlingen neer te schieten. Duizenden jongeren, zegt ze, „hebben het boek gelezen en herlezen zonder op dit soort ideeën te komen.”

De schietpartij kon worden verijdeld. Eind vorige week oordeelde de kinderrechter in Den Haag dat de jongen schuldig is aan voorbereiding van moord. Hij heeft inmiddels 83 dagen jeugddetentie uitgezeten. Mous vraagt zich af waarom haar boek met naam is genoemd. Mensen die het boek niet hebben gelezen, zegt ze, kunnen zo een vertekend beeld krijgen. „Misschien denken ze dat ik in het boek geweld verheerlijk. Het tegendeel is het geval.”

Doorgeschoten is een jeugdboek voor dertien- tot vijftienjarigen, gebaseerd op een schietpartij op een school in de Verenigde Staten, Columbine High School (1999). Dat staat ook op de cover. In de uitspraak van de rechtbank wordt dit boek met name genoemd, omdat de jongen dit boek heeft vermeld, naast andere, algemene informatie over dezelfde schietpartij die hij heeft opgezocht, onder meer op internet.

De rechtbank vond dat het boek voor de jongen een „inspiratiebron” is geweest voor het beramen van het plan om zichzelf en leraren en medeleerlingen te doden. Ook was het een „naslagwerk”.

Het is een vlot geschreven boek over de Nederlandse Janna die een jaar naar school gaat in Amerika. Het verhaal, dat wordt verteld vanuit vier tieners, werkt langzaam toe naar het moment dat twee van de personage s een bloedbad veroorzaken op school. Het boek uit 2004 is toe aan zijn vijfde uitgave en is opgenomen in de lijst van Boektoppers, goedkope uitgaven van succesvolle boeken die aan scholen worden aangeboden.

Mous schreef het boek pas een paar jaar na het incident in Littleton, Colorado. „Ik was er zeer door geraakt.” Ze las alles wat ze over de schietpartij tegenkwam. „Hoe kon zoiets verschrikkelijks gebeuren? En dan nog wel op school, juist een plaats waar je je veilig moet voelen. Wat bezielde die jongens? Ik had al een afkeer van wapens en het wapenbeleid in de VS. Die werd nu zo mogelijk nog groter.”

Mous, die vijftig titels op haar naam heeft staan, denkt niet dat de plannen van de Hazerswoudse scholier „puur veroorzaakt werden” door het lezen van haar boek. „De kiem ligt al in de jongen zelf. En dus ook zijn interesse, op deze manier, voor schietpartijen. Hij kan zijn inspiratie overal vandaan halen: andere schietpartijen op scholen, alle films en boeken die erover gaan, gewelddadige computerspelletjes, muziekteksten die geweld verheerlijken.”

Als ze filmbeelden van Columbine ziet waarin iemand wordt doodgeschoten, gruwt ze daarvan. „Maar er zijn helaas ook mensen die dat stoer vinden of die denken dat zo’n daad je onsterfelijk maakt. Op die manier kun je natuurlijk ook uit mijn boek inspiratie halen om het slechte te doen, als jij je heel verwant voelt met Bud [de slechterik, red.] De meeste lezers verafschuwen hem juist.”

Mous: „Het gaat niet echt om mijn boek. Die jongen heeft hulp nodig.” De rechter bevestigde vorige week dat de jongen sterk verminderd toerekeningsvatbaar is.

Niettemin is het gebruik van boeken, films of toneelstukken over schietpartijen op school uiterst problematisch, zegt Frank Robertz, aan de telefoon. Hij is directeur van het Institut für Gewaltprävention und angewandte Kriminologie in Berlijn. Het gevaar van kopieergedrag door imitators en copycats is bewezen, aldus Robertz. Na een bloedbad in 2002 in Erfurt volgden er meer in Duitsland. Dat is niet toevallig. „Deze kinderen zijn narcistisch. Ze willen opvallen.” Media zijn een manier om die aandacht te krijgen.

Dat school shootings niet in Nederland zijn voorgekomen, is een kwestie van geluk, zegt Robertz. In Duitsland hebben veertien schietpartijen op school plaatsgehad, waarbij 84 mensen zijn gedood en honderden gewond zijn. Dit jaar alleen waren er drie in Duitsland. Robertz: „Bij de daders is dit geweld is niet in paniek ontstaan. Het is weken, soms maanden voorbereid. Deze jongens moorden in koelen bloede.”

Volgens Robertz is het mogelijk om aanstaande daders te ontwaren, als je de signalen maar herkent. Het gaat meestal om één jongen met een wapen. „Deze jongen voelt zich vaak onbegrepen en geïsoleerd. Hij leeft in een fantasiewereld. Het is een jongen die op de achterste rij zit, gewelddadige tekeningen maakt, of inktzwarte verhalen, doorspekt met geweld.”

De school van de Nederlandse jongen, de christelijke scholengemeenschap Groene Hart Rijnwoude in Hazerswoude, is niet mededeelzaam over het incident. Dat is ook het beste, vindt Robertz. Ook media hebben een rol te vervullen, benadrukt hij. Ze moeten zo neutraal mogelijk melding maken van een dergelijke gebeurtenis.

Ouders, zorginstellingen en scholen moeten de signalen proberen op te pikken, zegt Robertz. In Hazerswoude ging het net goed. Een vriendin, die aanvankelijk dacht dat de jongen zijn toespelingen niet serieus meende, zag de ernst van de situatie in en waarschuwde de politie.

    • Marieke van Twillert