Lekkerder dan kip kasjmiri

Het tv-programma DNA Onbekend deed het afgelopen jaar veel stof opwaaien. Al of niet biologische vaders zijn ook een belangrijk thema in veel jongerenliteratuur.

Man and kids studying flowers. Jupiterimages

Corien Botman en Yasmine van Leur: Hou van mij. Querido, 13+, 156 blz. €12,95

Karlijn Stoffels: Tegen de muur op. Querido, 14+,146 blz. € 13,95

Mariken Jongman: Kiek. Lemniscaat, 222 blz. €13,95

Meer dan 10.000 keer per jaar vult in Nederland een moeder bij de geboorteaangifte van een kind in: vader onbekend. Dat mag niet meer, vindt regeringspartij ChristenUnie, die onlangs een wetswijziging heeft voorgesteld. Elk kind moet het recht krijgen te weten wie zijn vader is.

Daarmee is 2009 het jaar van de ‘onbekende vader’ geworden. Deze vader heet ook wel ‘biologische vader’, de schimmige figuur die rond de geboorte uit het leven van zijn kind is verdwenen. Hij is de tegenhanger van de ‘opvoedvader’, de man die het kind van een andere man grootbrengt als zijn eigen. Beide type vaders zijn de voorbije maanden nadrukkelijk in beeld gekomen, naast de aloude ‘adoptievader’, ‘pleegvader’ en ‘stiefvader’.

Dat is vooral te danken aan het tv-programma DNA Onbekend, dat nogal wat stof heeft doen opwaaien. Daarin onthult de NCRV met de uitslag van een DNA-test de identiteit van de biologische vader van iemand die een leven lang door iemand is grootgebracht. ‘Want leven in het ongewisse, of het nu gaat om oorlogskinderen, adoptiezaken of het vermoeden voortgekomen te zijn uit overspel, veroorzaakt veel verdriet’, schrijft de omroep. Psycholoog Martine Delfos noemde het programma onethisch – ‘je verlustigen aan het pijnlijke geheim van een ander’ – en ontwrichtend voor families.

Drie jeugdboeken, die 2009 ook tot het jaar van de onbekende vader hebben gemaakt, geven beide partijen gelijk. Het geheim van de ‘echte’ vader is zo ondraaglijk, dat de hoofdpersonen alles op alles zetten om zijn identiteit te achterhalen. Tegelijkertijd zetten de onthullingen de levens van alle betrokken zo op hun kop, compleet met hysterische huilbuien en diepvrieskoude gesprekken, dat je je afvraagt of de waarheid inderdaad zo zegenrijk is.

Kiek, de 14-jarige hoofdpersoon van de gelijknamige roman van Mariken Jongman, is ‘verwekt in een genadewip’. Ooit heeft haar moeder in een bezemkast ‘medelijdenseks’ gehad met de sneue bassist van een bandje; daarna is de verwekker met de noorderzon vertrokken. Omdat haar moeder een speurtocht onmogelijk maakt, besluit Kiek om een portret samen te stellen uit de gezichten van bassisten met wie ze spreekt. Dat doet denken aan het monster van Frankenstein, waarnaar in dit boek dan ook veel wordt verwezen.

Graffitimilieu

In Tegen de muur op van Karlijn Stoffels komt Bibi er na de dood van haar moeder achter, dat de man die haar groot heeft gebracht niet haar biologische vader is. Maar wel haar echte vader, vindt hij zelf. ‘Het enige wat voor een ouder telde, vond hij, was de zorg voor het kind, het verschonen en voeden, het spelen en de aandacht die je gaf.’ Bibi gaat niettemin haar biologische vader zoeken en belandt zo in het Amsterdamse graffitimilieu dat zijn glorietijd beleefde in de jaren tachtig

Hou van mij van Corien Botman en Yasmine van Leur is een onbekende-vaderboek in de overtreffende trap. Hoewel dit boek is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, telt het zoveel ontwortelde personages dat het bijna niet te geloven is. De moeder van Monisha is een adoptiekind uit India, dat met een tv-programma haar ouders gaat zoeken in haar land van herkomst. Monisha worstelt met haar emotieloze moeder, weet niet beter dan dat haar vader is gestorven aan een overdosis, heeft een vriend met borderline die zelf geadopteerd is en onderhoudt los-vastrelaties met jongens die alles in zich hebben om een onbekende vader te worden.

Dat Hou van mij overeind blijft is te danken aan de sobere en precieze manier waarop het hartverscheurende verhaal is opgeschreven. Droog registreert Botman het ontwrichte meisjesleven, van de ‘ijsmuur’ in Monisha die pas na een enorme huilbui breekt tot de bobbel onder de dekens die een jongen blijkt te zijn. De lichtvoetige stijl van Botman, die in haar andere boeken vaak net iets te lollig is, zorgt er in dit boek voor dat ontroerende passages nergens sentimenteel worden. Wie niet volschiet bij de scène waarin de 17-jarige Monisha bij haar moeder op schoot kruipt, is niet geschikt als opvoeder.

Ook Jongman is een lichtvoetige schrijfster, die in haar debuut Rits (2005) overtuigde met originele personages en een mooie droogkomische toon. De personages in Kiek zijn helaas nogal doorsnee en het verhaal bezwijkt onder de constructie: de wat gekunstelde samenstelling van het portret wordt doorsneden met een verhoor op het politiebureau, een cafégesprek en terugblikken. Het wordt pas spannend als Kiek toch haar vader gaat zoeken en zich ontpopt als manipulatieve puber, die met listen de waarheid achterhaalt.

Tegen de muur op is ook een nogal vol boek, met filmopnames over oude graffitihelden, een kwaadaardige junk, de dreams van de Aboriginals en behoorlijk wat seks. Stoffels houdt de zaak echter goed in de hand. Zo krijgt de onbekende vader diepgang door een mooi verteld verhaal over de Aboriginalkinderen die door de Australische regering werden weggehaald bij hun ouders.

Worsteling

Echt bijzonder is de worsteling van Bibi om tijdens het vrijen eindelijk eens klaar te komen. Stoffels beschrijft de lange zoektocht naar het orgasme bijna als in een voorlichtingsboek – een verademing in vergelijking met het gezwijmel in veel andere jeugdboeken. Bibi verwerft een zelfbewuste omgang met seksualiteit, anders dan haar moeder die uit onzekerheid het bed deelde met veel mannen.

Ook Monisha in Hou van mij slaapt met jongens om een innerlijk gat te dichten. Het leidt tot zielloze seks, en zelfs een keer tot een soort verkrachting. Dan komt ze op een dag voor het eerst klaar (‘lekkerder dan kip kasjmiri’), niet toevallig door een minnaar die ook buiten het bed heel zorgzaam is. De ervaring helpt bij het op orde brengen van haar leven.

Waar met name Angelsaksische jeugdboeken preuts zijn, zijn Nederlandse jeugdboeken aangenaam openhartig over seks – misschien wel openhartiger dan ooit. Dat kan niet genoeg geprezen worden, vooral omdat de boeken bijdragen aan de seksuele opvoeding: beiden moeten het leuk vinden en erover praten. Seks kan leiden tot onbekende vaders, maar laat het vooral leuk zijn en meer dan wat de moeder van Kiek ‘het eten van een broodje kaas’ noemt.

    • Karel Berkhout