'Ik voel me nu anders; alsof ik gereset ben'

Marathonschaatser Jan Maarten Heideman (36) is na een ‘religieuze beleving’ een ander mens geworden. „Ik heb nu heel sterk het gevoel dat wat in de bijbel staat ook echt klopt.”

Jan Maarten Heideman wint niet zoveel schaatsmarathons als weleer. Oké, de scherpte van de sprint is er vanaf, maar verder zit de sleet er nog niet op, bezweert hij. Ja natuurlijk, de concurrentie is ook sterker geworden. Maar Heideman zelf is niet veranderd. Of toch?

Sinds de marathonschaatser een jaar geleden op een nacht een ‘religieuze beleving’ – noem het een visioen – meemaakte, is zijn bewustzijn veranderd. De band met God is intenser geworden. Heideman heeft zich afgelopen zomer opnieuw laten dopen en zegt dat zijn geloof nog sterker is geworden.

Wat gebeurde er precies die nacht? Is dat uit te leggen?

Jan Maarten Heideman: „Ik werd plotseling wakker, had het ene moment een gevoel dat ik naar de hemel ging en het andere moment dat ik in de hel belandde. En dat ging gepaard met angst en paniekaanvallen. Het was intens en heel apart. Ik had zoiets nooit eerder beleefd. En ik hoop het ook nooit meer mee te maken. Ik heb er een paar dagen goed last van gehad en kon niet normaal functioneren. Ik heb er zelfs een aantal wedstrijden door moeten afzeggen”

Hoe gaat het nu?

„Heel goed. Alleen zijn de bijbel en het geloof belangrijker voor mij geworden. Ik heb nu heel sterk het gevoel dat wat in de bijbel staat echt klopt. Ik geloofde altijd al, maar niet zo krachtig als nu. Ik snap alles beter. Ik ben me er nu gigantisch van bewust dat God een plan voor ons heeft. En omdat in de Bijbel staat ‘bekeert u en laat u dopen’ heb ik dat ook gedaan. Lange tijd dacht ik dat het niet nodig was, omdat ik als kind was gedoopt en later belijdenis heb gedaan. Maar ik voel me nu een anders mens; alsof ik gereset ben. Daarom die volwassen doop, dat voelt als meer bijbels.”

Is sporten op zondag nu ook taboe?

„Nee. Het heeft niet mijn voorkeur, maar als er een wedstrijd op zondag is, doe ik gewoon mee. Gelukkig is dat dit seizoen nauwelijks het geval.”

Na de val van ploegsponsor DSB is er een vervanger. Opgelucht?

„Natuurlijk, al is het maar omdat we nu toch aan de buitenlandse natuurijswedstrijden in Finland, Zweden en Oostenrijk kunnen meedoen. De kappersketen Ami, de nieuwe sponsor, heb ik persoonlijk aangebracht. Die maakt dit seizoen af als hoofdsponsor en heeft voor de daaropvolgende twee jaar toegezegd als co-sponsor verder te willen. Ami was mijn eerste sponsor toen ik twaalf jaar geleden van het langebaanschaatsen overstapte naar de marathon. In datzelfde seizoen werd de Elfstedentocht gehouden. Van mij mag die geschiedenis zich herhalen.”

Hebben de kwalijke, zakelijke praktijken van Dirk Scheringa niet tot een bezwaard gevoel geleid?

„Ik vind dat moeilijk. Ik denk wel eens: Wehkamp verkoopt ook artikelen op kredietbasis, BAM stort overal beton in de grond, niet bepaald bevorderlijk voor het milieu en mijn oude sponsor Klerk’s Plastic maakte ook spullen die slecht voor de natuur zijn. Natuurlijk, die foute polissen keur ik sterk af, maar ik vind het jammer dat Scheringa niet de kans heeft gekregen zijn fouten te herstellen.”

Terugkijkend: was de periode onder Scheringa een goede tijd?

„Voor ons schaatsers was Scheringa een heel goede werkgever. Ik kan niet anders zeggen dan dat hij de zaken voortreffelijk had geregeld. Wij waren ook gewoon in loondienst. Bovendien was Scheringa een schaatsliefhebber, die niet alleen oog had voor winnaars. Als je in Oostenrijk op de Weissensee als dertigste binnenkwam, stond hij je ook op te wachten en liet hij zijn waardering merken.”

Opgelucht na de zege maandag op het natuurijs van Noordlaren?

„Nou, dat valt mee. Ik heb vorig jaar ook nog drie wedstrijden gewonnen: in Utrecht, bij FlevOnice en op de Weissensee. Maar winnen op zo’n sfeervolle, karakteristiek Nederlandse ijsbaan met al zijn vrijwilligers blijft bijzonder.”

Speelt leeftijd bij iemand die 71 marathons op kunstijs heeft gewonnen niet langzaam maar zeker parten?

„Voor mijn gevoel niet. Fysiek voel ik me sterker dan in de beginjaren als marathonschaatser. Alleen, die jonge jongens zijn supersnel in de sprint. En daarin merk ik het wel: ik mis tegenwoordig de scherpte in massasprints. Maar dat is het enige. In wedstrijden over 200 kilometer ben ik alleen maar beter geworden. Trouwens, het ligt ook aan mijn taak. Soms ben ik kopman, maar een andere keer knecht ik voor Ingmar Bergma.”

Wat is de betrokkenheid bij de ijsbaan FlevOnice in Biddinghuizen?

„Ik heb het idee voor die baan gelanceerd. Maar zakelijk heb ik er geen bemoeienis mee. Ik geef er schaatsclinics. Maar ik hoop heel sterk dat het een succes wordt. Het gaat de goede kant op. De belangstelling neemt toe en er worden dit seizoen zes marathons gereden.”

Is er dit jaar een reële kans op de Elfstedentocht?

„Ik hoop het van harte. Ik ben echter niet zo’n weerdeskundige die daar iets zinnigs over kan zeggen. Maar als de Elfstedentocht komt, maak ik meer kans dan in 1997. Ik heb een betere basisconditie en ben meer ervaren.”