Friet, kalkoen, pannenkoeken en tiramisú

De Kerstdagen zijn voor topsporters niet altijd een zegen. Vetpercentages gaan omhoog, trainingsschema’s lopen in de soep en ook een voedselvergiftiging is niet uitgesloten.

Woldhek, Siegfried

Joris Hermans gebruikt hem vaak ter illustratie tijdens zijn betogen: de triatleet die met Kerst naar Tenerife vloog om zijn lichaam te laten herstellen. Door een zwaar seizoen was het vetpercentage van de triatleet flink geslonken; een zonvakantie zou vast wonderen doen. Hermans: „Tot mijn verbazing bleek hij na terugkomst nog even licht. Hij had in Tenerife stiekem door getraind, uit angst dat hij te dik zou worden.”

Niet alle topsporters kijken uit naar de feestdagen, weet sportdiëtist Hermans. Vooral degenen die te maken hebben met een winterstop – zoals wielrenners, zwemmers en triatleten – weten zich vaak geen raad met alle rust en overvloed. „In hun geval is het belangrijk dat het lichaam herstelt. Maar hoe kun je herstellen als je denkt dat ‘mager’ gelijkstaat aan ‘beter presteren’? Het verzet tegen vettoename is groot, weet de man die zowel de TVM-schaatsploeg als de voetballers van NEC en PSV adviseert.

Met wat extra vet heeft Nicolien Sauerbreij (57 kilo) geen probleem; het is in haar sport eerder een voor- dan een nadeel. Maar van schranspartijen tijdens de feestdagen moet zij weinig hebben, zegt de snowboardster die zich onlangs voor de Winterspelen in Vancouver plaatste. „Het is tegen mijn principes om een winkelkarretje vol te proppen. Ik houd het met Kerst bewust simpel.”

Ook Henk Grol viert Kerst op sobere wijze. „Want topsporter ben je 365 dagen per jaar”, vindt de judoka die in september geblesseerd raakte bij het WK in Rotterdam. Hoewel hij tegenwoordig „zijn rust pakt” tijdens de feestdagen, heeft Grol jarenlang als een berg opgezien tegen Kerst. „Mijn hele trainingsschema werd erdoor in de war gegooid.”

Sauerbreij en Grol hebben geen grootse plannen voor Kerst. De snowboardster gaat waarschijnlijk thuis in Amsterdam pannenkoeken bakken, de judoka zit met pa en ma in Veendam. Grol: „Ik eet alles wat ik wil. Friet, aardappelen, het is mij om het even. Maar ik zorg er via het krachthonk wel voor dat ik in shape blijf.”

Waar sommige topsporters dezer dagen een pas op de plaats maken, volgen anderen juist een druk programma. Zoals de schaatsers die vanaf zondag een olympisch kwalificatietoernooi in Heerenveen rijden; voor hen gelden er volgens sportdiëtist Hermans stringente voedingsvoorschriften. „Als Sven Kramer zich te buiten gaat aan het kerstdiner, heeft hij echt een probleem. Zijn lichaam heeft twee, drie maanden nauwelijks vet gehad. Een afwijkend voedingspatroon leidt onherroepelijk tot diarree of andere lichamelijke ongemakken.”

Marianne Vos heeft haar moeder om die reden gevraagd het simpel te houden op Eerste Kerstdag. Een dag later heeft ze in België een wereldbekerveldrit en dan komt een copieuze maaltijd niet echt als geroepen. „Normale kost, misschien een kalkoen”, zegt de wielrenster. „De voedingsdeskundige van onze ploeg dringt aan op gevarieerd eten en voldoende voedingsstoffen.”

Tegenwoordig is haar gewicht geen issue, maar dat is volgens Vos wel eens anders geweest. „Dan was ik zó met eten bezig bezig, dat ik er gestoord van werd”, zegt de wielrenster die eerder deze maand tot Sporter van het Jaar werd verkozen. „Een koekjesfanaat”, noemt Vos zichzelf; met name voor speculaas heeft zij een zwak. „Die verslaving houd ik in december extra in de gaten.”

Naast de vetbalans is ook de voedselveiligheid een veelbesproken onderwerp in de laatste weken van het jaar. „Ik ken het voorbeeld van een schaatser die tijdens de kerstmaaltijd een voedselinfectie opliep – met desastreuze gevolgen”, zegt sportdiëtist Hermans. „Je zult mij nooit horen zeggen dat sporters door goede voeding een medaille winnen, maar door slechte voeding kunnen ze er wel een mislopen.”

Gerechten met rauwe producten in luxueuze restaurants zijn volgens Hermans vaak een bron van bacteriën. En thuis kunnen sporters beter geen stokbrood snijden op dezelfde plank waarop de kip is gekruid. In een tweesterrenrestaurant is er meer gevaar een voedselvergiftiging op te lopen dan thuis bij de bereiding van een supermarktmaaltijd, meent de sportdiëtist.

Arantxa Rus moet dat hebben geweten: de tennisster kookt op Tweede Kerstdag een feestmaal met vriendinnen. Zij maakt tiramisú. Rus wil de teugels laten vieren voordat zij zondag naar Nieuw-Zeeland vliegt, voor een voorbereidingstoernooi op de Australian Open. „Eén keer per jaar zondigen mag” zegt de nummer 115 van de wereld. „Ik let altijd goed op mijn voeding.”

Om het advies van Hermans dat topsporters moeten bewegen tijdens het kerstdiner, moet judoka Grol hartelijk lachen. „Ik ga lánguit op de bank, geen diëtist die daarin verandering kan brengen.”