Eenzaam naar Mars

Een retourtje Mars duurt al snel duizend dagen. Is dat menselijk?

Waar kunnen astronauten tijdens een Marsmissie ruzie over krijgen? Nou, bijvoorbeeld over de dvd’tjes die ze willen bekijken. Dan wil een meerderheid van de bemanning de serie Lost zien, over een groep mensen die na een vliegtuigcrash op een mysterieus eiland strandt. Maar één van de astronauten kent de verhaallijn van de serie niet en anderen willen de ondertitels in hun eigen taal, omdat ze het anders niet begrijpen.

Dat gebeurde bij een experiment in 2007, waarbij vier mannen en drie vrouwen vier maanden lang in een onherbergzaam stukje Noord-Canada deden alsof ze op Mars woonden. Geen radio of tv, geen mobieltjes, alleen communicatie via de computer. Medische assistentie uren ver weg, ook in noodgevallen. Wonen in een soort dubbeldeks conservenblik op een ‘landingsgestel’. Buiten altijd een ongemakkelijk ruimtepak aan, en dan geologisch en microbiologisch onderzoek doen. Het leek wel wat op een verblijf op een vreemde planeet. En die ijsberen, die verhoogden natuurlijk alleen maar het gevoel van gevaar.

STRESS

Flashline Mars Arctic Research Station (FMARS) 2007, dat binnenkort beschreven wordt in Acta Astronautica (28 november, al online), is het langste Marssimulatie-experiment tot nu toe. En mannen mogen dan van Mars zijn; de drie vrouwen deden het beter. Hun stress nam in de loop van het onderzoek af, die van de mannen nam toe. Mannen waren aanvankelijk enthousiaster en wilden graag méér doen dan nodig was, maar voelden zich al snel eenzaam en moe en konden daar niet goed mee omgaan. Vrouwen hielden zich aan het programma en probeerden hun problemen actief op te lossen. Natuurlijk, het is maar één experiment – of vrouwen echt geschikter zijn voor een eventuele Marsreis weten we niet. We weten er sowieso weinig van. Een ruimtereis naar Mars (een datum is er nog niet) is praktisch en psychologisch gezien zo’n extreme gebeurtenis dat moeilijk te voorspellen valt hoe mensen zich gaan gedragen, nog los van zaken als botweefselverlies door gewichtloosheid en het vernietigende effect van kosmische straling.

Zo’n duizend dagen zou een retourtje kunnen duren: zeven tot tien maanden per enkele reis, een maand of vijftien verblijf. Ter vergelijking: het langste verblijf in de ruimte tot nu toe is 438 dagen, en die Rus zat relatief veilig en relatief dichtbij: op een ruimtestation in een krappe baan om de aarde. Tijdens een reis naar Mars krimpt diezelfde aarde tot een onbeduidend stipje dat steeds verder uit zicht verdwijnt. Onderzoekers zijn nu al bezorgd over dit Earth-out-of-view-verschijnsel: hoe mensen daarop zullen reageren valt niet te voorspellen, maar positief zal het niet zijn.

Behalve die uit het zicht verdwijnende thuisplaneet proberen wetenschappers alles aan een Marsreis na te bootsen wat er maar na te bootsen valt. De Mars Society (niet te verwarren met de chocoladefirma) heeft naast FMARS nog een ‘ruimtestation’, in de Moabwoestijn in Utah, het Mars Desert Research Station. In Australië zijn ook verschillende locaties waar ruimtepakken, instrumenten en ruimterobots worden uitgeprobeerd. FMARS is ook niet het enige Marsstation in het poolgebied – koud, saai en gevaarlijk is precies wat je hebben moet voor een Marssimulatie.

VRIJWILLIGERS

Er wordt meer onderzoek gedaan. Zoals het Mars500-project: de European Space Agency (ESA) sloot in juli een pilotstudie af waarbij zes vrijwilligers 105 dagen lang in Moskou werden afgezonderd voor een volledig gesimuleerde Marsreis: lancering, ruimtereis, landing en rondlopen op de rode planeet en terugreis, inclusief noodgevallen en vertraagde communicatie (vanaf Mars duurt het zo’n twintig minuten voor een bericht de aarde te bereikt). Er zijn ook al vrijwilligers geworven voor het vervolgonderzoek van 520 dagen, dat voor de zomer van 2010 van start moet gaan.

De bemanning van de 105-daagse pilotstudie was enthousiast over de teamspirit, maar dat zegt nog niet heel veel. Meestal wordt de eerste euforie na zo’n project gevolgd door meer realistische beschrijvingen van het groepsproces aan boord.

Er kan wat dat betreft van alles gebeuren (zie Acta Astronautica april/mei 2009): de ruimtereizigers kunnen subgroepjes vormen die elkaar dwarszitten, enkele teamleden kunnen buiten de groep vallen (of dat gevoel hebben), of het hele team kan zich in meer of mindere mate tegen Mission Control op aarde keren – dat versterkt weliswaar het teamgevoel van de bemanning, maar ongevaarlijk is het natuurlijk niet.

Dus hebben astronauten een sterke, inspirerende leider nodig, schrijft psycholoog Peter Suedfeld in Planetary and Space Science (2 juni 2009 online). Maar het probleem is wel dat die leider in de ruimte status markers ontbeert: geen stoere werkkamer met houten bureau, geen secretaresse die het contact met de ondergeschikten rantsoeneert, nauwelijks mogelijkheden tot belonen en straffen.

VERVELING

Tegelijkertijd is een goede leider cruciaal voor het slagen van een Marsreis, denkt Suedfeld, en hij haalt voorbeelden aan van leiders van meer en minder geslaagde poolexpedities van rond 1900. Die tochten zijn goed te vergelijken met een eventuele Marsmissie nu, vindt hij: moeilijke fysieke omstandigheden, voedselrantsoenering, geen hulp bij noodgevallen, hard werk afgewisseld met verveling, speciale kleding als noodzaak.

De meeste van die missies mislukten. En heel vaak gingen er mensen bij dood.