Een rotstuin op Mars

NRC-columnist, fysicus en KNAW-president Robbert Dijkgraaf koos de mooiste Marsfoto’s.

Vanaf het moment dat in januari 2004 de twee gemotoriseerde robotjes Spirit en Opportunity op Mars landden en al rondrijdend de planeet gingen onderzoeken, volgden miljoenen mensen de missie online. Niet alleen kon men alle beelden bekijken die terug naar aarde werden gestuurd, er was ook de mogelijkheid om commentaar te geven. Tussen alle enthousiaste berichten in, werd ik getroffen door één zure reactie. De schrijver daarvan was teleurgesteld over het in zijn ogen geringe exotische karakter van de gefotografeerde landschappen. Was dit nu al die honderden miljoenen dollars waard? De kiezels en keien op Mars zagen er net zo uit als in zijn achtertuin.

Een kleine opmerking voor een mens, maar een reusachtige denkstap voor de mensheid. Hoe zouden vroegere culturen op deze Marsfoto’s gereageerd hebben? In de meeste kosmografieën uit de wereldgeschiedenis was zo’n alledaagse aanblik van een hemellichaam volstrekt onvoorstelbaar geweest. De sterren en planeten bestonden in die denkwerelden helemaal niet uit dezelfde materialen als waaruit alles op aarde was gemaakt. De Griekse filosofen hadden er zelfs een speciaal vijfde element voor bedacht: de kwintessens. Anders dan in onze wereld, waar de chaos regeert en dingen altijd kapotgaan, heersten in de hemelse sferen absolute orde en regelmaat. In het kristallijnen universum buiten de aarde, uitsluitend bevolkt door zuivere vormen als perfecte cirkels en bollen, was geen ruimte voor verandering of verval. Dit alles in groot contrast met de rotzooi waarmee de mens iedere dag wordt geconfronteerd.

Maar hoe anders deze aanblikken van Mars. In dit opzicht had de sikkeneurige commentator groot gelijk. Het landschap op Mars ziet er maar aards uit, heel gewoontjes. De steenhopen en kiezels laten zien dat de natuur ook op verre planeten haar afbrekende werk blijft doen. Er is niets van de vermeende perfecte orde te zien. Maar daarmee zijn de Marsfoto’s niet teleurstellend. Integendeel, ze maken juist treffend hét grote inzicht van de moderne wetenschap zichtbaar: de natuurwetten zijn letterlijk universeel, ze gelden overal in het universum. De rotzooi buiten de dampkring is even groot als daarbinnen, zo niet groter.

Op het handjevol planeten en manen in ons zonnestelsel na, zal het praktisch onmogelijk zijn om andere hemellichamen, zoals andere sterren en sterrenstelsels, te bezoeken en van dichtbij te fotograferen. Maar we weten één ding zeker: al die verre streken worden door dezelfde wetten geregeerd als hier op aarde. De fijne strepenpatronen in de spectra van het verre sterrenlicht – die kosmische barcodes die alleen astronomen kunnen lezen – laten zien dat daar precies dezelfde atomen en moleculen te vinden zijn als we in onze laboratoria bestuderen, met precies dezelfde eigenschappen. Vanuit dit perspectief ziet de gehele kosmos er aards uit.

Het is een fascinerende gedachte dat een paar stukjes grond op die grotendeels onbekende planeet, honderden miljoenen kilometers ver weg, zo uitputtend bestudeerd zijn. Anders dan de foto’s mogelijk suggereren, is het geportretteerde landschap op Mars namelijk bescheiden van omvang en verhoudingen. Als deze landschappen op aarde te vinden waren – en met enige fantasie zijn ze dat ook wel – dan zou er maar weinig aandacht aan worden besteed. U zou er zo achteloos aan voorbijrijden. De kale stenen zouden niet belangrijk genoeg zijn voor een toeristische attractie, een park of zelfs maar een ANWB-bord. Ook dat aspect delen ze met menige achtertuin.

Toch zijn de duizenden foto’s die van deze bescheiden rotsen zijn gemaakt tot in de allerkleinste details bestudeerd. Liefdevol heeft iedere kiezel, barst of greppel een geografische koosnaam gekregen: Sugar Loaf Flats, White Boot, Stone Council, Last Chance, Laguna Hollow, Cape St Mary, Husband Hill, Big Bend, Methusaleh. Kleine groeven, soms door de robotjes zelf gegraven, krijgen het prestige van de Grand Canyon. Sommige kiezels stijgen naar het niveau van de hoge bergen op aarde waarnaar ze zijn vernoemd, zoals Stone Mountain in Georgia of El Capitan in Texas. Maar van deze versie van Stone Mountain kun je rustig afvallen. Hij is slechts enkele centimeters hoog. En op Mars is El Capitan maar tien centimeter. Sommige details in deze woeste vergezichten zijn slechts millimeters groot en met het blote oog nauwelijks te zien. Het is maar helemaal de vraag of er enkele vierkante meters aardoppervlak in natuurlijke staat te vinden zijn die met dezelfde detaillering zijn bestudeerd en benoemd. Zelfs de keien in de achtertuin van de teleurgestelde commentator zullen geen individuele namen dragen.

Miniaturisering is een diep menselijke manier om de wereld te bevatten. Wie heeft als kind niet een schaalmodel van de wereld gemaakt met poppetjes, speelgoedauto’s, elektrische treinen of lego? In hun symbolische waarde kunnen de gefotografeerde landschappen van Mars gezien worden als buitenaardse versies van de rotstuinen die we bij Japanse tempels vinden. Die rotstuinen zijn ook miniatuurwerelden, schaalmodellen van de Japanse archipel. De witte kiezelbedden verbeelden de grote oceanen. De gestileerde cirkels en lijnen, die de monniken er met grote precisie in trekken, suggereren de golven en stromingen. Met mos begroeide keien vormen tropische eilanden, afgeknepen heggen worden wilde oerwouden. De toeschouwer kan in enkele vierkante meters een complete wereld aanschouwen. Een simpele kei krijgt zo een symbolische betekenis.

De miniatuurbergen op Mars en de rotstuinen in Japan doen me denken aan een andere symbolische steen die gewoon in Nederland te vinden is en wel in Haarlem, in de Ovale Zaal van Teylers Museum. Daar ligt namelijk de top van de Mont Blanc. Dit zeer bescheiden stukje rots heeft Horace-Bénédict de Saussure bij de eerste beklimming in 1787 hoogstpersoonlijk van de berg afgehakt. Menigeen fronst even bij het lezen van de beschrijving van deze steen.

Want het is natuurlijk allesbehalve de top van de hoogste berg van de Alpen die daar in de vitrine ligt. Als het goed is zit die per definitie nog op de Mont Blanc. Maar dit neemt niets weg van de zeggingskracht van deze simpele steen. Wat heeft hij allemaal meegemaakt op de tocht, die ook een figuurlijk hoogtepunt van de geologie was? Hoe en wanneer is hij gevormd, en hoe heeft de aarde hem omhooggestuwd? En welke magische betekenissen werden in het jaar 1787 aan dit rotsblokje toegedicht, dat immers toen als de hoogste steen op aarde werd beschouwd? Ook dit bescheiden rotsblokje staat met zijn paar centimeter symbool voor een reuzenberg.

Zo bekeken staan deze foto’s van enkele bescheiden rotsen op Mars in een lange traditie. Ze zijn een monument voor de belangstelling en liefde waarmee het menselijk oog de wereld kan observeren en de betekenis die het menselijk verstand daaraan kan toekennen. Als we nu ook eens zoveel aandacht aan een plekje op aarde zouden besteden.