Dimensies

In een rek met kerstversiering zag ik een ongelukkige engel liggen. De engel lag met een gebroken vleugel tussen kerstballen en plastic dennentakken. Ik zag dat de engel niet meer te redden was. Zijn linkervleugel hing aan een draadje. Voorzichtig legde ik hem terug op zijn bed van takken.

Mijn oog viel op een houten huis, vol bont beschilderde, houten figuren. Dat is leuk voor de kinderen, dacht ik. (Met de gedachte dat mijn kinderen er blij mee zullen zijn, heb ik al veel troep mee naar huis genomen.) Toen ik zag dat het huisje een kerststal was, twijfelde ik. Je kunt zo’n stal niet neerzetten en er niets bij vertellen. Ik zou niet alleen een stal, maar het begin van een lange, lange geschiedenis mee naar huis nemen.

„Een baby!” roept mijn zoon van bijna drie vol enthousiasme uit wanneer we de houten figuren uitpakken. Ik weet niet waar zijn plotselinge interesse in baby’s vandaan komt. Zijn broer – ook een baby – negeert hij meestal.

„Eh, ja. Dat is Jezus”, zeg ik, met een ernst die mezelf overvalt.

„Jezus”, herhaalt hij ernstig.

Wanneer we beiden plechtig naar de kribbe hebben gekeken, besluit ik dat dit voldoende was als kennismaking met de lange geschiedenis.

Mijn zoon haalt Sneeuwwitje en vier dwergen te voorschijn, afkomstig uit dezelfde supermarkt als de kerststal. De heks met de rode appel in haar hand zingt Zie ginds komt de stoomboot voor de baby. Ze staat tussen drie houten koningen in. Deze vrolijke vermenging van verhalen maakt van de beladen kerststal weer een huis. Ik zet – om misverstanden te voorkomen – een Playmobil-motor bij de stal.

Tot mijn verbijstering zie ik dat het figuurtje van Jezus geen gezicht heeft. Hij heeft alleen en profil een gezicht gekregen. Een streepje voor de mond, en een stip voor het oog. Zijn vooraanzicht is door de makers kennelijk gezien als een soort verwaarloosbare zijkant.

Wanneer je Jezus strak tegen de achterwand van zijn stal aanzet, merk je niet dat hij geen gezicht heeft. Maar zodra je hem in de hand neemt, om hem bijvoorbeeld op een vrachtwagen te laden, of achterop een kameel te zetten, staart het lege gezicht je aan.

Het lege gezicht is omzoomd met haar. En het heeft een huidskleur. Dat maakt het des te vreemder. Zijn gezicht is behandeld zoals sommige schilders de zijkant van hun doek beschilderen. Ze trekken de kleuren van het doek door, zodat de zijkant geen opvallende grens vormt met de voorkant.

Deze Jezus is niet helemaal aanwezig. Hij leeft tussen de tweede en derde dimensie in. Ik denk dat ik hem daar voorlopig nog even laat.

    • Maria Barnas