De waarheid, en niets dan de waarheid

Wat is afgedrukt, is goed. Zo zien journalisten het graag. Maar ’t is niet helemaal waar.

nrc.next vroeg correspondent Bram Vermeulen om een oud verhaal opnieuw te bekijken.

Ik heb de lezer nooit bedrogen. Ik heb hem niet voorgelogen, in elk geval niet met opzet. Terugdenkend aan de verhalen die dit jaar vanaf mijn nieuwe standplaats Turkije de wereld werden ingestuurd, is er hooguit het bange vermoeden speelbal te zijn geweest van grotere belangen. Veel groter dan de simpele waarheid, veel complexer dan de duizend woorden reportage die in deze krant werden afgedrukt.

De achterkant van een journalistiek verhaal is als de achterkant van een grandioos decor. Vol bladderende verf, onafgewerkte spleten en loshangende draden. Als niemand het ziet, bestaan de onvolkomenheden niet. Het is een plek waar journalisten niet graag naar terugkeren. Wat is afgedrukt, is goed. Niets meer aan doen, het volgende verhaal wacht alweer.

Maar nrc.next vroeg erom en dus keer ik nog een keer terug naar de Turkse badplaats Ayvalik en het Griekse eiland Lesbos, waar ik begin november naartoe reisde met de zuiverste journalistieke intenties. Er was geen persbericht, geen rapport en geen persbureau dat in die richting wees. Alleen de nieuwsgierigheid naar het leven op twee onbetekenende plekken die een grote rol spelen in een onderbelicht verhaal: de groeiende stroom vluchtelingen uit met name Afghanistan, Irak en Gaza die de Turkse kust gebruiken als springplank naar Europa. De Grieks-Turkse grens is nu de drukste oversteekplaats naar de Europese Unie.

Er kleefde een netelig probleem aan die nieuwsgierigheid: illegale migranten willen niet gevonden worden. Ze zijn criminelen voor de Turkse en de Europese wet. Er is eigenlijk maar één manier om zo’n verhaal goed te schrijven en dat is je laten inschepen met een groep migranten en hopen dat je maanden later levend de eindbestemming bereikt. Een twee meter lange correspondent met een bleke huid is tussen mensensmokkelaars kansloos, zelfs al krijgt hij van zijn baas de tijd. Een collega van de Volkskrant die dit eerder dit jaar van Afrikaanse kant probeerde, werd bedreigd en beroofd van duizenden euro’s.

Er bestaat in Turkije geen hulplijn voor dit soort onderwerpen, geen 0900-illegalen. In de weken voorafgaand aan vertrek sloten alle deuren zich van de instanties die hulp konden bieden. De Turkse kustwacht noch de Turkse politie wenste medewerking te verlenen aan een verhaal dat een toetredingskandidaat tot de Europese Unie een slechte naam bezorgt. Public relations in Turkije is nog altijd: geen commentaar.

In Ayvalik bestaat geen hulporganisatie die een oog houdt op de migrantenstroom. Al wat we hadden aan plaatselijke contacten was de lokale correspondent van het persbureau Anatolië en die bleek bij aankomst een levensgroot obstakel op de weg naar de waarheid. In zijn werkruimte met uitzicht op de haven maakte hij in een wolk van goedkope sigaretten twee dingen duidelijk: Turken doen niets fout, „wij geven ze dekens en eten”. En: de echte schoften wonen verderop, dat zijn de Grieken. „Die verdienen grof geld aan onze vissersboten die door de mensensmokkelaars gestolen worden uit de haven.”

In dat kantoor begon langzaam te dagen dat hij en ik geen collega’s waren, op zoek naar dezelfde waarheid. Hij was Turk en ik Europeaan. Hij was iemand die de grondlegger van de republiek, Atatürk, uit het hoofd kon citeren: „De enige vriend van een Turk is een Turk”. „Gelukkig is hij die kan zeggen dat hij Turk is.” Ik was in zijn ogen zo vijandig en gekleurd als een blanke in Afrika.

Dat werd nog duidelijker na het verlaten van zijn kantoor. Hij volgde, met cameraman en fotograaf die ongevraagd onze stappen in hun dorp vastlegden. Niet de migranten, maar de Europeaan in Ayvalik was nieuws.

De rijen in Ayvalik sloten zich hermetisch tegen de indringers. Geen van de vissers, hoteleigenaren of barmannen waagden een kwaad woord te spreken over de mensonterende behandeling van migranten, waarover we in mensenrechtenrapporten hadden gelezen. Turkije houdt van zijn migranten, was de lijn.

Er was slechts één interessant verhaal, dat nota bene werd aangedragen door de Turkse verslaggever. Hij liet ons kennismaken met kapitein Numan Irdel, een oudere man die de zeven zeeën had bevaren. Hij sprak Grieks en Turks. Hij noemde de migranten een speelbal van de politiek. En hij vertelde dat hij met eigen ogen had gezien hoe een boot van de Griekse kustwacht elf vluchtelingen had gedumpt op een onbewoond Turks eiland. Hij was bereid ons naar de plek te brengen waar hij het had zien gebeuren en onderweg liet ik hem het verhaal steeds weer opnieuw vertellen om te controleren of de feiten in zijn getuigenis onveranderlijk bleven. Dat bleven ze.

Bovendien sloot zijn verhaal aan bij een juist verschenen rapport van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch waarin vluchtelingen vertelden hoe de Griekse grenspolitie migranten in het holst van de nacht dwong de noordelijke rivier de Evros over te steken, terug naar Turkije. Europa pingpongt met migranten, was de kop die ik in gedachten al in NRC Handelsblad zag staan.

Kapitein Numans verhaal baarde zorgen: er was geen vluchteling en geen grenswacht die zijn verhaal kon of wilde bevestigen. Er was alleen het aanvullende bewijs uit het mensenrechtenrapport van Human Rights Watch over andere praktijken van de Griekse kustwacht, zoals het leksteken van boten en het maken van golven met de buitenboordmotor zodat de boten van de smokkelaars terugdreven in Turkse wateren.

Aan de andere kant van de Egeïsche Zee gingen alle deuren open. De Griekse kustwacht nodigde me uit op een nachtelijke patrouille en lachte hardop bij de beschuldiging dat ze migranten op Turks grondgebied zouden hebben gedumpt. „Hoe kunnen we ongezien de Turkse twaalfmijlszone binnenvaren?”, zei een van de agenten. Volgens hem waren de beschuldigingen louter excuses van de Turken die zelf geen hand zouden uitsteken om de vluchtelingenstroom naar Europa te stoppen.

Bij het detentiecentrum voor vluchtelingen mocht worden gefilmd, inclusief de natgeregende matrassen waarop de migranten hun nachten moesten doorbrengen. Die openheid maakte uitstekende plaatjes, voor krant en televisie, en plaveide de weg voor een aanklacht tegen de behandeling van migranten aan deze kant van de zee.

Aan de poort sprak een jeugdige activist met een serieuze blik ingestudeerde woorden: „Het probleem is dat al deze regeringen druk bezig zijn met het beschermen van hun grenzen. Maar wie beschermt de vluchtelingen?”

In Griekenland is het pesten van de zittende regering nationale folklore. Het was een levensgroot verschil met de manshoge hagen waarmee de Turken aan de andere kant van de Egeïsche Zee hun imago beschermden.

Waar de deuren gesloten blijven, kun je ook niet aanklagen. Als het niet gefilmd of gefotografeerd kan worden, is het niet gebeurd.

Een belangrijke les voor de doctors van spin en propaganda: geslotenheid werkt. In de beeldvorming van twee landen die beide hun migranten liever kwijt dan rijk zijn, verloren de Grieken en hun openheid. „Grieken dumpen migranten op Turkse kust”, kopte NRC Handelsblad op 11 november. Zonder aanhalingstekens. Kapitein Numan Irdel kreeg de eerste alinea. De twijfel over de Turkse praktijken kleefde ergens onderaan.

    • Bram Vermeulen