De stem van het bange platteland

Zwitserland is het eerste land met een verbod op minaretten. Het dorp juicht, moslims kijken naar zichzelf.

A poster of a conservative initiative promoting the ban of the building of minarets in Switzerland is sprayed with a peace sign and a sticker saying "thank you" in the village of Amsteg in central Switzerland, Monday, Nov. 30, 2009. Swiss voters overwhelmingly approved a constitutional ban on minarets on Sunday, barring construction of the iconic mosque towers in a surprise vote that put Switzerland at the forefront of a European backlash against a growing Muslim population. (AP Photo/Keystone, Urs Flueeler) AP

Het is stil in Zimmerwald. Angstaanjagend stil, vinden stedelingen. Hemels stil, vinden de 700 dorpelingen. Op enkele tientallen kilometers van bondsstad Bern ruikt de ijsblauwige sneeuwlucht naar koeienmest. In de struiken van een besneeuwd voortuintje kan je een vogel horen ritselen, op zoek naar iets eetbaars tijdens de eerste vrieskou. Voorbijgangers knikken elkaar toe, stilletjes „Grüsse” of „Abend” mompelend.

Aan het prikbord van de lokale spaarbank hangt het Weihnachtsfenster: een lijst met 22 adressen, namen en telefoonnummers waar tijdens de advent ’s avonds samen kan worden gebeden. Gezinnen met een sterretje voor hun naam bieden ook glühwein aan. Gelieve wel zelf een beker mee te nemen.

Het zijn dorpen als Zimmerwald, waar Lenin en Trotski in 1915 nog de breuk tussen sociaal-democraten en communisten forceerden, die doorslaggevend waren in het referendum waarbij Zwitsers eind november beslisten tot een verbod op de bouw van minaretten bij moskeeën. In kanton Bern stemde ruim 60 procent voor het verbod. In de herstelplaats voor tractoren en landbouwwerktuigen, bij de bakker die ook zaken doet als antiquair of in Gasthof Löwen, hier kent niemand een dorpeling die eventueel tegen zou hebben gestemd. Of het zou een van de minder geïntegreerde „vreemdelingen” moeten zijn die werken voor het meteorologisch instituut in het dorp, maar die komen zelden in de Gaststube. Hier is in geen velden of wegen een moskee te bespeuren, laat staan een minaret. „Wat zouden we tegen moslims hebben? Hier is nog nooit een moslim geweest”, zegt Peter Riegel (52), er snel aan toevoegend: „en dat willen we graag zo houden.”

Aan tegenwerpingen of vervelende vragen over schending van mensenrechten of inperken van de vrijheid van religie hebben de dorpelingen geen boodschap. Er wordt schouderophalend op gereageerd. „Wij hebben geen lessen te ontvangen van die intellectuelen uit de stad, of erger nog, uit het buitenland. Zwitserland is de beste democratie ter wereld, veel democratischer dan de Europese Unie. Hier beslist het volk. En het volk heeft beslist dat er geen minaretten komen. Omdat Zwitserland moet blijven zoals het is”, zegt Anna Kobel (46).

Het is een antwoord dat zo uit een pamflet van de SVP lijkt te komen, de rechts-populistische Zwitserse Volkspartij die bij verkiezingen in het dorp tot tegen de 70 procent behaalt. De SVP voerde hard campagne voor het minaretverbod, met affiches met een gesluierde vrouw naast een kaart van Zwitserland vol minaretten, opgesteld als raketten. In enkele stedelijke kantons werd de affiche zo discriminerend bevonden dat ze werd verboden. Maar daar hadden ze in Zimmerwald geen last van.

Terwijl in het dorp de laatste boer tegen middernacht het licht uitknipt, staan op de Bundesplatz in Bern enkele honderden jongeren voor het ‘glazen huis’. Ook hier voert de lokale jongerenzender strijd om malaria de wereld uit te helpen, onder het motto ‘jeder rappen zählt’. Stevig ingeduffelde studenten drinken Feldschlösschen uit gifgroene halveliterflessen en roken Parisiennes, zachtjes meedeinend op hits van Robbie Williams en Madonna.

Zoals Lajka Sakic (19), een studente optiek die tijdens de Bosnische oorlog samen met haar ouders werd opgevangen in een Zwitsers vluchtelingenkamp. Zij heeft wel begrip voor het minaretverbod. „Een minaret hier zou toch een beetje belachelijk zijn. Bovendien, in veel moslimlanden mogen ook geen kerken worden gebouwd, het is goed dat die landen eens een spiegel wordt voorgehouden. Ik geloof niet dat de Zwitsers racistisch zijn, dit land is zeer goed geweest voor ons tijdens de oorlog. Ik vind het wel jammer dat ze weinig over de islam weten, nu lijkt het wel alsof wij allemaal extremisten zijn. Dat is natuurlijk ook onzin”, zegt ze.

Angst voor de islamextremisten, het is een verklaring voor het minaretverbod die erg vaak wordt gehoord uit de mond van politici en academici. Het onderwerp beheerst al een maand lang de opiniepagina’s van de kranten. Terwijl van de 400.000 moslims er ongeveer 12 procent gelovigen zijn, de rest gaat zelden naar de moskee. Volgens sommigen hebben rechtse media de angst aangewakkerd. „Als ik alleen maar naar het nieuws op de commerciële zender zou kijken en kranten als Blick en Weltwoche zou lezen, iedere dag die confrontatie met vrouwen in burka en zelfmoordaanslagen, dan zou ik ook bang worden voor de islam’, zegt Aziz Osmanoglu (33), secretaris van de Islamitische Gemeente in Basel. Niet alleen moslims denken zo. Albert Kuhn (56), redacteur bij Weltwoche, nam ontslag bij het weekblad wegens de „schaamteloze, haatdragende, racistische campagne” die de hoofdredactie voerde.

Osmanoglu beschuldigt niemand van racisme. In zijn zoektocht waar het ‘verkeerd’ ging kwam hij ook bij de moslims zelf uit. „Wij moeten veel opener worden, duidelijk maken waar we voor staan, de dialoog aangaan met de andere Zwitsers.” Andere Zwitsers, want hoewel van Turkse origine voelt hij zich helemaal een Basler. Hij houdt van de Rijn en de kerken. „Dit is mijn heimat.” Dat Basel het verbod heeft afgekeurd, vervult hem van trots. „Hier wonen 10 procent moslims. Als de mensen met elkaar in aanraking komen, leren ze elkaar begrijpen. Dat is wat we hier iedere dag proberen te stimuleren, bijvoorbeeld met gemengde, multiculturele kinderopvang, met Duits als voertaal.” Het gaat hem niet eens om die minaretten. In Basel staan geen minaretten. „En we willen ze ook niet. Wij hebben geen minaretten nodig. Wederzijds begrip, dat hebben we nodig.” Met het minaretverbod hebben alleen de fanatici gewonnen, zowel die van de islam als van de rechtse partijen, vindt Osmanoglu.

Saïda Keller-Mehssali heeft een beetje haar buik vol van die goedbedoelde interreligieuze en multiculturele dialoog. „Confrontatie hebben we nodig. We moeten moslimvaders duidelijk maken dat ze in Zwitserland wonen en de wetten van dit land moeten naleven.” Keller-Mehssali richtte de vereniging ‘Seculiere moslims voor een progressieve islam’ op. „Ik was het beu dat de imams en de extremisten altijd maar namens alle moslims spreken, dus ook namens mij. Terwijl ik helemaal niets met hen te maken wil hebben”, aldus Keller-Mehssali.

Toen ze op haar autoradio de uitslag van het referendum hoorde, schrok ze zo dat ze pardoes tegen een stilstaande voorligger knalde. Want ze voerde wel campagne tegen het verbod. „Niet omdat ik zo van minaretten hou, maar omdat hier voor het eerst een mensenrecht wordt beknot. Die weg willen we niet opgaan.” Het is wat Hubert Barony uit Vévey in het Franstalige weekblad L’Hebdo samenvatte als: onze grondwet wordt een prullenmand voor allerlei emotionele oprispingen.

Keller-Mehssali ziet in de uitslag de stem van het bange platteland, en dat wrijft ze ook zichzelf aan. „Ik voerde campagne in de steden. Ik preekte voor de reeds overtuigden. Ik kreeg applaus. Maar intussen werd in de dorpen de toekomst van dit land vorm gegeven. Die fout mogen we niet nog eens maken, ook met de SVP moeten we de confrontatie aangaan.”

„Misschien is Zwitserland nog veel conservatiever dan we al dachten”, zegt Esther Weber (59) die voor de sociaal-democratische SP in het kantonale parlement van Basel-stad zetelt. Zij reageerde geschokt en beschaamd op het verbod. „Als mensen zeggen dat ze bang zijn dat de islam ons land overneemt, dan hebben we iets heel erg verkeerd uitgelegd. Maar we mogen die stemmers niet isoleren, net zomin als de moslims.” Ook Weber ziet heil in een open, soms confronterende dialoog, zeker met de SVP-stemmers. Maar ze ziet meteen ook problemen. „Met populisten die alleen in slogans praten, is het vaak moeilijk in dialoog treden. Maar het alternatief is isolement, en juist dat zorgt ervoor dat de mensen angstig zijn.”