De stelling van Irene Kahn: Armoede bestrijd je door te hameren op mensenrechten

Amnesty International spant zich nog steeds in voor individuele politieke gevangenen. Maar vrouwenrechten en ervoor zorgen dat armen beter kunnen participeren hoort ook bij ons werk, zegt Irene Kahn tegen Maartje Somers.

Op 31 december treedt Irene Kahn na negen jaar terug als secretaris-generaal van Amnesty International. Op de valreep maakt de koerswijziging die onder haar bewind vanaf 2001 werd ingezet, felle discussie los onder ontwikkelings- en mensenrechtenexperts. De tijden zijn veranderd, schrijft Kahn in haar dit najaar verschenen boek De ongehoorde waarheid. De Koude Oorlog liep af, een democratiseringsgolf ging door ontwikkelingslanden. Dictaturen die burgers martelden en zonder vorm van protest opsloten, hebben inmiddels veelal plaatsgemaakt voor chaotische ‘mislukte staten’, waarin multinationals hun gang kunnen gaan, met groepen opgejaagde burgers en economisch gemarginaliseerden tot gevolg.

Tijd dus dat Amnesty zich niet langer alleen concentreert op politieke en civiele rechten, zoals vrijheid van meningsuiting en vrijwaring van marteling, maar zich ook inspant voor sociaal-economische rechten, zoals recht op huisvesting of medische zorg. Pas als mensenrechten gerespecteerd worden, kunnen mensen ontsnappen uit de poverty trap.

Maar, zeggen Kahns critici, hoe moet het dan met de ‘gewetensgevangenen’ voor wie Amnesty zich altijd inzette? Is juist het klassieke Amnesty in, zeg, Iran, Guantánamo, de geheime CIA-gevangenissen en politiestaat Rusland niet hard nodig?

U trad in dienst op 12 september 2001. Wat is uw grootste teleurstelling uit het afgelopen bijna-decennium?

„Dat het zo lang duurde voor ik de nieuwe koers van Amnesty International kon verwezenlijken. Het voorbije decennium werd gedomineerd door de war on terror en de pogingen van de kampioenen der mensenrechten, West-Europa en de VS, om burgerlijke vrijheden in te perken. De impact daarvan zal nog doorgaan lang nadat Guantánamo Bay is gesloten. Landen als Rusland en China hebben gezien dat zelfs het Westen mensenrechten de rug toekeert als dat beter uitkomt. Een ander gevolg waar veel mensen nog lang onder zullen lijden is de naargeestige draai die de discussie over migratie heeft genomen en het institutionaliseren van discriminatie van migranten.”

Was het dan niet eerder zaak het oude Amnesty te versterken in plaats van van koers te veranderen?

„Het is een misverstand te zeggen dat Amnesty zich niet meer inspant voor individuele politieke gevangenen. Als u de persberichten op de website telt, kunt u zien dat wij dat nog net zo hard doen als anders. Maar we doen tegenwoordig méér dan dat. Ik ben bijvoorbeeld heel tevreden over het agenderen van vrouwenrechten. Dat was vijf jaar geleden de eerste stap om het werkterrein van Amnesty te verbreden en ik geloof dat we daar zeer goed in geslaagd zijn.”

Maar waarom die koerswijziging als het klassieke Amnesty zoveel te doen heeft?

„Het bevalt me niet dat iedereen het heeft over ‘het oude’ en ‘het nieuwe’ Amnesty. De mensenrechtenverklaring erkent zowel de politieke en civiele als de economische en sociale rechten. De Koude Oorlog veroorzaakte daarin een scheuring: het Westen hamerde vooral op politieke en burgerrechten en het Oosten op economische rechten. Maar inmiddels is die scheiding achterhaald. Mensenrechten zijn ondeelbaar. Uitsluiting en armoede versterken elkaar: iemand die arm is, kan zijn rechten niet opeisen, en iemand die zijn rechten niet opeist, blijft arm.

„Onder armen zelf werd die scheiding tussen burgerrechten en economische rechten sowieso nooit gevoeld. Onder mijn leiding is Amnesty vijf jaar geleden begonnen met een evaluatie, de eerste ooit, onder de mensen voor wie we werken. We vroegen voormalige gewetensgevangenen wat ze eigenlijk van Amnesty vonden. ‘Fantastisch dat jullie me vrij kregen’, was dan het antwoord, ‘maar waar waren jullie toen ik uit de gevangenis kwam? Toen ik geen huis of werk konden krijgen omdat ik gediscrimineerd werd?’ ”

Voor die problemen zijn er toch andere ngo’s?

„Amnesty wordt geen Oxfam. Wij gaan geen huizen of scholen bouwen. Wel oefenen wij druk uit op overheden en bedrijven waar uitsluiting, discriminatie en rechteloosheid de armoede van mensen versterken en hen zo gevangenhoudt in uitzichtloosheid.”

U wilt armen beter laten participeren, ze hun rechten laten opeisen. Maar ‘empowerment’ is een term die al sinds de jaren 70 rondzingt binnen de ontwikkelingshulp. Waarom zou Amnesty slagen waar anderen hebben gefaald?

„Omdat wij empowerment zien als basis van het hele raamwerk van mensenrechten, niet als een extraatje, een inspraakavond bijvoorbeeld bij een project dat overheid en projectontwikkelaar op touw zetten. Er zijn tal van verdragen waarin inspraak en participatie zijn vastgelegd, maar die verdragen worden onvoldoende benut. Daar valt voor Amnesty dus nog heel veel te doen.”

Naar welk concreet resultaat streeft u? In geval van een politieke gevangene is dat duidelijk, zijn vrijlating. Maar wanneer beschouwt u sociaal-economische campagnes als geslaagd?

„We starten dit voorjaar een nieuwe publiekscampagne, Demand Dignity. Die heeft een aantal doelen die we in vijf jaar willen bereiken. Discriminatie bijvoorbeeld moet op de een of andere manier aan de Millenniumdoelen (de acht ontwikkelingsdoelen voor 2015 die door de Algemene Vergadering van de VN zijn vastgelegd, red.) gekoppeld worden. Discriminatie is de reden dat vrouwen en minderheden geen toegang krijgen tot gezondheidszorg, waardoor het bereiken van Millenniumdoel vijf: het terugdringen van moedersterfte (sterfte rond zwangerschap en bevalling, red.) gehinderd wordt.

„Verder streven we naar een implementatie op veel grotere schaal van de bestaande verdragen op het gebied van huisuitzettingen. Dit is een groeiend probleem waaraan we meer bekendheid willen geven. De grond in steden wordt duurder, sloppenbewoners die er huizen worden zonder pardon verjaagd ten gunste van lucratieve bouwprojecten. Er is een verdrag waarin de rechten van sloppenwijkbewoners zijn vastgelegd, maar dat wordt niet gebruikt.”

Maar zit er een vast beleid achter de keus voor campagneonderwerpen en -strategie, of past voortaan ieder onrecht bij Amnesty?

„Omdat het ook bij uitzettingen en moedersterfte gaat om mensenrechtenschendingen is Amnesty’s beleidsstrategie onveranderd. We oefenen druk uit, alleen nu op meer plekken. We wijzen op discriminatie in wetten en lobbyen voor verandering. We proberen betere wetten af te dwingen. Als je naar armoede kijkt door de bril van mensenrechten, zie je duidelijk een systeemcrisis. Grote bedrijven hebben baat bij het gezagsvacuüm van zwakke regeringen, maar leggen geen rekenschap af. Om dit af te dwingen moet je terugvallen op nationale regeringen, maar die zijn vaak niet sterk genoeg. Maar er zijn andere wegen, waarmee we nu experimenteren. Zoals het Internationaal Strafhof in Den Haag.”

Hoe maakt u uw keuzes als de taakopvatting zo breed is? Waarom wél huisuitzettingen in Egypte en niet watergebrek in de Palestijnse gebieden?

„We kijken hoe ernstig een bepaalde misstand is, in hoeveel landen die zich afspeelt, en of je er een wereldwijde campagne op kunt baseren.”

Brengt u de kostbare neutraliteit en onafhankelijkheid van Amnesty niet in gevaar met uw kritiek op sociaal-economische politiek? Uw boek leest als een pleidooi voor meer regulering.

„Mensenrechten zijn een vorm van regulering, omdat het respecteren van mensenrechten vaak neerkomt op de inperking van machtsconcentratie. Daarnaast heeft Amnesty natuurlijk altijd in een politieke context geopereerd, ik denk niet dat het ooit neutraal of onpartijdig is geweest. We hebben altijd partij gekozen voor de machtelozen. Maar dat staat onafhankelijkheid niet in de weg.”

Amnesty is voor toegang tot abortus, een politiek gevoelig onderwerp.

„Ja, wij zijn voor toegang tot abortus, zeker in geval van dwang, geweld of gevaar voor gezondheid van de vrouw. Dit vloeit voort uit het zelfbeschikkingsrecht van over het lichaam. Maar dat betekent niet dat we per definitie de kant kiezen van vrouwenorganisaties, net zo min als dat we steevast de kant kiezen van het Vaticaan. Het gaat ons om het recht op zelfbeschikking en het recht op medische zorg en begeleiding. Bewust wijs ik daarom in mijn boek zowel beschuldigend naar de VS als naar China.”

U bent ook erg kritisch over de vrije markt. Dat past bij een bepaalde politieke overtuiging.

„De stroming die pleit voor een vrije markt is in het afgelopen decennium dominant geweest, vandaar dat ik pleit voor een beteugeling van de schadelijke gevolgen daarvan. Maar ik ben niet voor een bepaald politiek systeem. Ik pleit ervoor álle politieke systemen te toetsen aan mensenrechten. Als je een zo vrij mogelijke markt wilt, moet je er wel zeker van zijn dat de markt geen mensen uitsluit. En dat is nu vaak wel het geval.”

Vroeger waren sterke staten het probleem, nu juist zwakke staten. Wat verkiest u?

„Amnesty verkiest de effectieve staat. Dat is de staat die rekenschap aflegt aan burgers en hun rechten respecteert. En dat is iets wat je niet van bovenaf kunt opleggen. Je moet het net zo goed van onderaf organiseren, via burgerparticipatie en mondigheid.”

Wat gaat u hierna doen?

„Dat is nog niet helemaal duidelijk. Het kan zijn dat ik vanuit mijn eigen land Bangladesh aan mensenrechten ga werken. In ontwikkelingslanden zijn mensenrechten lang gezien als buitenlandpolitiek van het Westen. Je ziet dat nu kantelen, omdat mensen door krijgen dat ze met hameren op mensenrechten hun voordeel kunnen doen. Ik werk al dertig jaar op dit terrein, ik wil er nu eens vanaf die kant naar kijken.”

Irene Kahn: The Unheard Truth, Norton, 251 blz. € 16,00. In het Nederlands verschenen onder de titel Een ongehoorde waarheid, Elmar, 256 blz. 19,95. Website: www. theunheardtruth.org