De Picasso onder de theologen

Necrologie Hij was de luis in de pels van het Vaticaan. Maar Edward Schillebeeckx oogstte vooral lof voor zijn controversiële opvattingen.

Toen prof. dr. Edward Schillebeeckx zijn negentigste verjaardag vierde, met een symposium in Nijmegen, schitterden de Nederlandse bisschoppen door afwezigheid. Veel aanwezigen ervoeren dat als respectloos. Schillebeeckx was een van Nederlands grootste rooms-katholieke theologen van na de Tweede Wereldoorlog. De gereformeerde theoloog Harry Kuitert noemde zijn collega ooit „de Picasso onder de theologen”. Gisteren overleed de omstreden dominicaan in zijn woonplaats Nijmegen, op 95-jarige leeftijd.

Schillebeeckx werd op 12 november 1914 geboren in Antwerpen, als zesde kind uit een gezin van veertien. Hij volgde de middelbare school bij de jezuïeten in Turnhout. Daarna studeerde hij drie jaar filosofie in Gent en vijf jaar theologie. Eerst in Leuven, het laatste jaar aan de Sorbonne, de École des hautes études en het Collège de France in Parijs.

Hij was en bleef Belg, ook nadat hij eind 1957 zijn intrek nam in het Albertinum, hoofdkwartier van de Dominicaner Orde in Nijmegen, waar hij hoogleraar werd. De charismatische pater zette de tot dan toe onbeduidende theologische faculteit internationaal op de kaart. Hij was het brein achter de vernieuwingsbeweging binnen de rooms-katholieke kerk.

Schillebeeckx’ vele boeken zijn in de hele wereld in onwaarschijnlijk hoge oplagen verkocht, aan christenen en niet-christenen. In de jaren vijftig en zestig waren zijn Sacramentele Heilseconomie, Christus, sacrament van de Godsontmoeting en Het Huwelijk invloedrijke werken. In de jaren zeventig en tachtig verschenen zijn belangrijkste boeken, zoals Jezus, het verhaal van een levende, Gerechtigheid en liefde en Genade en bevrijding.

Zijn eruditie en grote kennis van de christelijke traditie gingen gepaard met een bewogen engagement in kerk en samenleving en zorg voor de rechtelozen en lijdenden. Hij kreeg talrijke onderscheidingen en zeven eredoctoraten. In 1982 ontving hij de Erasmusprijs. Toen hij 75 jaar werd, werd een naar hem genoemde stichting opgericht, die het doel had zijn veel omvattende oeuvre verder te verbreiden.

Schillebeeckx verbaasde de katholieke wereld met controversiële standpunten over kerkelijke hiërarchie, celibaat, het priesterambt en Jezus Christus. Het bracht hem in conflict met het Vaticaan. Dat begon zo: kort vóór het Vaticaans Concilie (1962-1965) deden de progressieve Nederlandse bisschoppen, onder wie Alfrink en Bekkers, een ‘herderlijk schrijven’ uitgaan. Kern van het document was dat de paus als kerkvorst niet zonder de bisschoppen kan. Aan het einde van de brief stond ‘Met dank aan Edward Schillebeeckx’, herinnert professor J. Jacobs, kerkhistoricus aan de Universiteit van Tilburg, zich. „De brief gaf ergernis bij het Vaticaan, ook doordat de Italiaanse vertaling veel harder was dan de Nederlandse tekst.”

Schillebeeckx was in het Vaticaan – hij woonde het concilie bij als adviseur van de Nederlandse bisschoppen – meteen de kwaaie pier. In tegenstelling tot veel andere toenmalige bisschoppelijke raadgevers, zoals de huidige paus Benedictus XVI, liep Schillebeeckx een promotie tot concilie-theoloog of peritus mis, zegt Jacobs. „Ook al werd hij wel betrokken bij de totstandkoming van de constitutie over de kerk in de moderne wereld.” Nadien volgde het Vaticaan alle publicaties van Schillebeeckx „met argusogen”, voegt de kerkhistoricus daaraan toe. „En dan vind je altijd wat om over te mekkeren, zeker als iemand toch al de gebeten hond is.”

In een profiel met de kop ‘Luis in de pels van Vaticaan’ in NRC Handelsblad (1989) staat: „Het Vaticaan, in het bijzonder de Congregatie voor de Geloofsleer, stelde tot drie keer toe een onderzoek in naar de deugdelijkheid van ’s mans opvattingen over bijvoorbeeld de Christusfiguur (onder andere in het boek Jezus, het verhaal van een levende), de rol van de leek in de kerk en de ontkoppeling van priesterschap en celibaat.”

Volgens Schillebeeckx, vervolgt het profiel, „zou het in uitzonderlijke omstandigheden mogelijk moeten zijn dat niet-gewijden voorgaan in de eucharistie. Als een rode draad door zijn werk loopt zijn godsbeeld: God openbaart zich volgens Schillebeeckx in en door de mensen. Bij hem gaat het niet om het statische beeld van de Godmens die de schuld van de wereld op zich heeft genomen, maar om de mens die wegens de inhoud van zijn boodschap werd gedood”.

De drie processen – het eerste speelde in 1968 – leidden nimmer tot een veroordeling, vertelt kerkhistoricus Jacobs. „Schillebeeckx kreeg geen schrijfverbod van het Vaticaan. Zijn boeken kwamen niet op de index. Hij mocht blijven doceren aan katholieken.” Hij wist goed uiteen te zetten wat zijn overwegingen waren, vermoedt Jacobs. „Het Vaticaan vond binnen zijn speelruimte geen stok om zijn katholiek-zijn aan de kaak te stellen. Naar die stok is wél gezocht.”

Dat laatste bleek in 2000 nog, toen de Katholieke Universiteit Nijmegen de Schillebeeckx-leerstoel onder druk van het Vaticaan omdoopte tot leerstoel voor theologie en cultuur. De leerstoel was een jaar tevoren ingesteld ter gelegenheid van de 85ste verjaardag van de katholieke ‘ketter’, die in 1983 met emeritaat ging als hoogleraar dogmatiek en geschiedenis der theologie.

M.m.v. Herman Amelink

    • Guido de Vries