Als getrouwde vrouw zou ik zelf een stofzuiger kunnen kopen

Delft, 15/02/06. Noortje van Velzen met en zonder beugel. Foto Leo van Velzen/Nrc.Hb. Velzen, Leo van

Zou ik in deze tijd willen opgroeien? Ik ben een vrouw van 78. Als ik in deze tijd zou opgroeien, zou ik:

- geen rokje aanhoeven

- niet altijd stil en gehoorzaam hoeven te zijn

- er zou waarschijnlijk meer dan één verwarming in huis zijn en niet één stoffige kolenkachel die ’s nachts uit ging en waar bijna altijd een droogrek omheen stond

- er zou geen honger zijn en geen enge vliegtuigen en bombardementen, zodat we niet hele nachten op de trap hoefden te zitten en geen bloembollen hoefden te eten

- mijn kattige bemoeizieke oma zou niet bij ons inwonen

- als ik van de middelbare school af kwam zou ik misschien wel mogen studeren, want ik kon goed leren. Studeren was toen voor rijke kinderen, meestal jongens, want wij gingen toch trouwen

- als ik nu ging werken zou ik het geld zelf mogen houden, althans een deel. Ik zou vier weken of meer vakantie hebben

- in zo’n vakantie zou ik op stap mogen met jongens en meiden

- er zou een pil zijn!

- ik zou mooie gelijkmatige tanden hebben

- ik zou op kamers kunnen gaan en ik zou niet hoeven trouwen op veel te jonge leeftijd om het huis uit te kunnen (denk erom: als máágd!)

- ik zou niet worden ontslagen omdat ik trouwde

- als getrouwde vrouw zou ik zelf een stofzuiger kunnen kopen zonder de schriftelijke toestemming van mijn man

- als zo’n huwelijk niet ging zou ik kunnen scheiden, want ik had een opleiding en kon werken óf er was bijstand voor een moeder van vijf kinderen, ik zou geen huishoudster hoeven worden bij een oude meneer die in mijn billen kneep

- ik zou misschien wel eens naar een film mogen, of een concert

- wat zou ik voor mezelf opkomen!

- ik zou jongens laten zien dat voor jezelf koken en je huishouden doen je een completer mens maken, zoals ik een completer mens ben als ik economisch onafhankelijk ben

- er zouden, net als vroeger, altijd mensen naar je toe komen rennen als je viel met je fiets

- ik zou geen vriendinnetjes hebben met tbc

- ik zou een mobieltje hebben

- ik zou weten dat er nog andere mensen bestaan dan Nederlanders.

De andere kant:

- ik zou kunnen kiezen uit zoveel opleidingen dat ik door de bomen het bos niet meer zou zien

- ik zou vinden dat er geen eisen aan mij werden gesteld op school en er zou geen structuur zijn

- ik zou álles zelf moeten beslissen, bijvoorbeeld:

- of ik zou willen trouwen

- of ik dan zou blijven werken

- of ik kinderen zou willen

- of ik dan nog zou blijven werken

- mijn vriendinnen en ik zouden geen halma en ganzenbord spelen, maar achter een computer zitten of voor de televisie.

-Er zouden kilometerlange files zijn en getoeter en er zouden brommers door de straat scheuren

- mijn ouders zouden misschien willen emigreren

- er zou mensenhandel zijn

- er zou zeespiegelstijging zijn

- er zouden kutmarokkaantjes bij ons inbreken

- nieuwe Europeanen zouden de pinpas van mijn ouders skimmen

- we zouden weten dat er mensen worden gemarteld

- we zouden verwonderd zijn over de Nederlandse taal, vooral die van boze mensen die andere mensen en zichzelf haten

- ik zou kleurenblind kunnen worden van de 34 soorten jam bij de supermarkt.

En nu ga ik wegen.

Ik zou in deze tijd willen opgroeien. Bevrijd van de beknotting van mijn mogelijkheden. Alleen vurig hopend dat ik ouders had die mij leerden de verantwoordelijkheid voor mijn leven zelf op te pakken.

Nan Noordam, 1921

    • Nan Noordam