'Ze' willen dooi hebben

Toen de kerststalletjes werden opgebouwd dacht je: hm, wat een onzin, kribbetjes in de warmte, maar nu is het enorm passend allemaal. Al zal dat kribbetje destijds zo erg koud niet gestaan hebben, in Israël is het nu zo’n graad of dertien. Wij hebben toch meer zo’n bruegheliaanse kerstvoorstelling: kleumende mensen die in de dikke sneeuw bij een schuur met een hoog dak komen kijken waarin het warme lichtje van het Kerstkindje straalt. Gezellig!

Er ligt, althans in het noordelijke deel van Nederland waar ik woon, nog zó veel sneeuw dat ze dat echt niet wegkrijgen voor de Kerst, al laten ze het regenen dat het giet. ‘Ze’. De weermannetjes.

Hier zeggen de mensen dat ook zo: „Ze willen regen hebben” en „Ze willen sneeuw hebben.” Nu willen ze dooi hebben, maar het Kerstkindje hoeft er niet onder te lijden, dat mag gewoon in een kribbetje onder een besneeuwd dak.

Wij zitten ernaast, kaarsjes aan en we denken: iets lekkers maar niet veel gedoe. Kleine leuke hapjes. En dan denk je als vanzelf aan iets op een toastje of een geroosterd boterhammetje en aan iets salade-achtigs. En dan weet je het ineens: een eenvoudige kippenlevertjesterrine en een caponata (gekookte groentesalade) van bleekselderie met olijven en kappertjes. Ook geschikt als vooraf bij een verse pasta of een visje.

Voor de kerstselderie, de in plakjes gesneden selderie 8 minuten koken in iets gezouten water. Laten uitlekken en met de olijven, de kappertjes en de olie in een pan doen, azijn en suiker erbij. Roeren en op een zacht vuurtje laten staan tot de azijn zo goed als geheel verdampt is. Rooster intussen de amandelen, laat ze afkoelen op een bord en rooster intussen het broodkruim – zacht! dat kan snel aanbranden. Roer het broodkruim, de rozijnen en het grootste deel van de amandelen door de bleekselderie en strooi bovenop nog wat amandelen.

Voor de kippenlevertjesterrine:

Bak de levertjes kort in een klontje boter (25 g), ze moeten van binnen nog een beetje roze blijven. Doe ze in de kom van de keukenmachine. Doe de cognac bij de boter in de pan en laat die borrelen, doe er dan de port of de madeira bij, kook nog een minuutje, zet het vuur uit.

Doe een half teentje knoflook bij de levertjes in de mengbeker, en de tijmnaaldjes. Meng, giet er het botermengsel uit de pan bij plus een klont (50 g) verse boter.

Als het geheel goed is vermengd overdoen in een patéschaaltje. Laat afkoelen.

Het beste is om er een laagje vet overheen te doen, bijvoorbeeld geklaarde boter: laat boter smelten en giet die door een vochtig gemaakt stuk kaasdoek of een dunne zakdoek. De eiwitdeeltjes blijven op de doek liggen, de heldere boter kan worden gebruikt als afdekking voor de levertjesterrine. Maar je kunt er ook plasticfolie direct, zonder luchtbelletjes, bovenop leggen. Hoe dan ook moet het levertjesmengsel ten minste één dag staan voor het gegeten wordt. Maar dat is met deze dagen niet zo moeilijk – zondag ben je er misschien enorm blij mee.