Waarom is elke sigaretfilter bruingeel met korrelprint?

„Ik ben inmiddels gestopt met roken”, mailt Remko Weijer uit Utrecht, „maar nog altijd vraag ik me af waarom de filters van de meeste sigaretten allemaal hetzelfde uiterlijk hebben: namelijk bruingeel met vooral een kenmerkende korrel in het ontwerp.”

Het is nu bijna niet meer voor te stellen, maar er was een tijd (begin jaren 50) dat bijna iedereen sigaretten rookte zonder filter. In die tijd werden sigaretten met filter beschouwd als een nieuwigheidje, bedoeld voor vrouwen. Die rookten minder dan mannen en het filter moest ze over de streep trekken: het voorkwam een zere keel, bleef niet aan je lippen hangen en was gezonder. Het werkte.

Marlboro produceerde toen sigaretten voor dames met een rood filter zodat de sporen van lippenstift niet op het filter te zien waren.

Toch waren filtersigaretten geen totaal nieuw concept, maar eigenlijk een variatie op een bestaand concept: de sigaret met een tip, of mondstukje. „Toen sigaretten nog geen filter hadden, plakten de lippen van de roker snel aan het sigarettenpapier”, zegt Mathijs Peters, woordvoerder van sigarettenfabrikant Philip Morris in Nederland. „Om dat probleem aan te pakken, werd er door producenten vaak een soort hulsje van kurk om het uiteinde van de sigaret geschoven. Toen later de meeste sigaretten een filter kregen (waaraan de lippen niet bleven plakken), was er geen echte kurk meer nodig, maar werd het kurkuiterlijk behouden.”

Filtersigaretten werden pas echt populair toen eind jaren vijftig roken in verband werd gebracht met longkanker. Sigarettenfabrikanten brachten het filter als een wetenschappelijk innovatie die de meeste teer en nicotine uit de rook zou halen. Voorloper was het merk Viceroy dat in 1954 als eerste een filter had van celluloseacetaat.

Celluloseacetaat werd het standaardfilter voor de sigarettenindustrie en wordt tot op de dag van vandaag gebruikt. Met kurkpapier wordt de filter onderscheiden van de rest van de sigaret. Zodat rokers niet per ongeluk het filter aansteken – al wil dat op een onbewaakt moment toch nog weleens gebeuren.

Toon Beemsterboer