'Verknoei de kansen niet'

Rinnooy Kan, de voorzitter van de SER, is druk met het herstel van het sociaal overleg na de AOW-mislukking. Er is werk aan de winkel.

De teleurstelling is voorbij. Alexander Rinnooy Kan (60), de dirigent van de Nederlandse overlegeconomie, heeft het mislukte AOW-overleg achter zich gelaten. De voorzitter van de SER is bezig de werkgevers, vakbonden en kroonleden weer bij elkaar te brengen. Er is werk aan de winkel. Het kabinet heeft de Sociaal-Economische Raad om advies gevraagd over de toekomst: hoe kan de economie van Nederland worden versterkt nu er door de financiële crisis zoveel welvaart verloren is gegaan.

In het nieuwe jaar zal bovendien het debat losbranden over het megapakket aan bezuinigingen (‘heroverwegingsoperatie’) om de explosief gestegen overheidstekorten weg te werken. Hierbij kan de stem van de SER niet ontbreken, vindt zijn voorzitter.

Begin deze maand voerde de voormalige hoogleraar, ex-werkgeversvoorzitter (VNO) en oud-verzekeraar (ING) voor de derde achtereenvolgende keer de top-200 van machtige Nederlanders aan, die de Volkskrant jaarlijks publiceert. Hij haalt zijn schouders erover op: „Een politieagent heeft meer macht”.

Is een nieuwe visie wel nodig?

„Jazeker. Het gaat om vertrouwen in onze instituties. We maken een ernstige financiële, economische en ecologische crisis door. De eerste ronde van het crisisbeleid is achter de rug. In ieder geval hebben we weer vastere grond onder de voeten dan een jaar geleden. De pogingen van overheden in de wereld om de grote catastrofe te voorkomen zijn succesvol verlopen.

„De bereidheid om lessen te trekken en hervormingen in de financiële sector door te voeren is ook echt aanwezig. Er is iets op gang gekomen, in Amerika, in Europa, ook in Nederland.’’

Geeft u eens voorbeelden?

„,De eerste stappen zijn gezet om de excessieve honorering van bankiers aan te pakken. Het toezicht op financiële instellingen wordt verscherpt, in Amerika en in Europa. Er zijn maatregelen genomen om het buitensporig lenen van geld in te dammen. Het is niet genoeg. Het debat is nog volop gaande.

„Ook bij de vanzelfsprekende rol van de staat, die de risico’s moet opvangen als grote banken in moeilijkheden komen, worden vraagtekens geplaatst. Want die rol vertekent de risicoperceptie van bankiers op een onwenselijke manier. Belangrijk is of we er in zullen slagen de volgende ronde goed te gebruiken.’’

Waar bestaat die volgende ronde uit?

„De financiële huishouding van de overheid zal op orde moeten worden gebracht. Tegelijkertijd moeten we antwoorden bedenken op de ecologische crisis. Intussen zijn twintig ambtelijke werkgroepen aan de slag om te onderzoeken waar op de departementen kan worden bezuinigd.

„Ik hoop dat deze operatie meer wordt dan een routinematige restauratie waarbij we via omwegen weer terugkeren naar de oude situatie van vóór de kredietcrisis. Dat zou een teleurstellende ontknoping zijn.’’

U vreest voor louter botte bezuinigingen?

„Nu de financiële perspectieven zijn versomberd en verslechterd, kun je in het slechtste geval bij bezuinigingen de ‘kaasschaaftechniek’ toepassen. Hoe de bezuinigingen ook mogen uitvallen, ze zullen substantieel zijn. Substantiëler dan we de laatste tien tot twintig jaar hebben meegemaakt. Als dat uitsluitend tot het schrappen van begrotingsposten leidt, zou ik dat een domper vinden. Er is behoefte aan een helder perspectief.

„De ontwikkelingen die we momenteel meemaken zijn dermate ingrijpend, dat de crisis moet worden gebruikt om een aantal uitgangspunten fundamenteel te herzien. Verknoei de kansen niet die een crisis biedt.’’

Welke ingrijpende veranderingen zijn noodzakelijk?

„De rol van de overheid en de inrichting van het beleid van die overheid zijn aan diepgravende herbezinning toe.

„Participatie is het sleutelwoord. Meedoen. De betekenis daarvan is breder dan sociaal-economische participatie. Hetzelfde geldt voor medezeggenschap, dat moet ook buiten de werkomgeving meer worden geconcretiseerd.’’

Op welke terreinen?

,,De ontevredenheid die in Nederland wordt gesignaleerd is niet alleen te verklaren vanuit onvoldoende sociaal-economische participatie. Mensen hebben ook het gevoel onvoldoende betrokken te zijn bij de feitelijke besturing en beïnvloeding van hun directe woon- en werkomgeving.

„De overheid en de instituties van die overheid worden gewantrouwd. Het politieke midden kalft af. Er dreigt door de globalisering en de klimaatveranderingen een gevoel van hulpeloosheid te ontstaan.

„Als we iets geleerd hebben de afgelopen jaren is het dat participatie breed moet worden geïnterpreteerd. Deelname aan de arbeidsmarkt blijft heel belangrijk, ook voor de lager opgeleiden en kwetsbare groepen. Maar betrokkenheid heeft ook een politieke en democratische betekenis.’’

Hoe kan die betrokkenheid groter worden?

„Vertrouwen kan alleen hersteld worden als mensen worden betrokken bij kwesties die ze bezig houden. Een van de redenen voor de kloof tussen burger en politiek is de ingewikkelde bestuursstructuur. Die hebben we in de loop der tijd steeds verder opgetuigd. Aan de drie oorspronkelijke bestuurslagen [uit de grondwet van 1848] van de staatsman Thorbecke zijn een Europese laag toegevoerd en een stadsdeellaag. Ook de waterschappen zijn gedemocratiseerd. Je vraagt je af of deze structuren betrokkenheid bevorderen of hinderen. Ik zeg het nog heel voorzichtig.

„Een bestuurlijke schoonmaakoperatie waarbij bestuurslagen verdwijnen kan helpen om de afstand tussen staat en burgers te verkleinen. Dat zou ook onderdeel van zo’n heroverwegingsoperatie kunnen zijn. Het is een van de grote opgaven de komende jaren.’’

Welke rol kan de SER spelen, ook dit instituut heeft door de AOW-mislukking schade opgelopen?

„Het kabinet heeft de SER gevraagd om volgend jaar een advies uit te brengen over het sociaal-economisch beleid voor de middellange termijn. Hoe het groeivermogen van de Nederlandse economie kan worden versterkt, is een hele wezenlijke vraag.

„Nederland is er eerder, in de jaren tachtig, in geslaagd om een financiële crisis op te lossen zonder dat de economische groei er onder hoefde te lijden. Kunnen we het succes van Zweden of Finland nabootsen, die er na een diepe crisis in de jaren negentig in slaagden het oude groeitempo weer op te pakken. Of gaan we in het slechtste geval Japan achterna waar de economie jarenlang stagneerde. Dat zal grote gevolgen hebben voor de inrichting van ons sociale stelsel.’’

Moeten de collectieve verzekeringen op de helling?

„Zeker niet. Er is wel sprake van een zich emanciperende werknemer die steeds meer ruimte vraagt. Hij wil zijn eigen toekomst vorm geven, ook in relatie met zijn werkgever.

„Collectieve afspraken moeten niet overboord worden gezet, maar zo worden gemaakt dat er ook ruimte voor eigen individuele wensen ontstaat. Dat is de kern. We moeten ook nadenken over modernisering van de arbeidsverhoudingen. Steeds minder werknemers hebben een vast contract, terwijl er nog steeds scherpe scheidslijnen zijn tussen werknemers in vaste dienst en flexwerknemers en zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers).

Wat kan er individueler geregeld worden?

„,Heel veel veranderingen van onze economie hebben te maken met de noodzaak kennis op peil te houden en aan te passen aan de behoefte van de arbeidsmarkt van morgen. Die verlangens kunnen niet alleen door werkgevers gedicteerd worden. Werknemers hebben er zelf ook opvattingen over.

„Individuele scholingsrechten horen bij zo’n moderne arbeidsmarkt. De vraag is hoe organiseer je dat. Hoe ruim? Is het een recht dat je kunt uitoefenen tijdens je loopbaan? Kun je het meenemen bij wisseling van werkgever? Wie bekostigt het? Als inzetbaarheid van werknemers het doel is, is het volstrekt redelijk dat werknemers daar ruimte voor vragen en krijgen.

„Bij afspraken over de collectieve arbeidsvoorwaarden is meer maatwerk vereist. We moeten een goede mix zien te vinden tussen eigen verantwoordelijkheid en brede solidariteit.’’

Minder solidariteit, meer eigen verantwoordelijkheid?

„De kunst is collectieve regelingen zo in te richten dat ze ruimte bieden voor mensen die bereid zijn individuele verantwoordelijkheid te nemen en ondersteuning voor hen die dat niet of nog niet kunnen. Dat lijkt mij de opgave. Iets wat voor de sociale partners van groot belang is om ideeën over te ontwikkelen voor de economische toekomstagenda die de SER voor het kabinet moet maken.’’

Trekken de verharde verhoudingen tussen sociale partners een wissel op dit overleg?

„Ik ben natuurlijk niet blind voor wat er gebeurd is. Het is duidelijk dat de onenigheid over de AOW een moeizaam moment heeft opgeleverd. Maar het is echt niet de eerste keer dat werkgevers en werknemers scherp tegenover elkaar staan. Het is toch ook vaak gelukt er aan de onderhandelingstafel van de SER uit te komen, en vaak onder moeilijke omstandigheden.

„Het advies over de toekomst van de economie is een belangrijke opgave. Het is ook een kans voor werkgevers en werknemers mee te praten over de richting van de economische ontwikkeling. Van politieke partijen wordt na deze crisis een ‘nieuw verhaal’ verwacht. Wij kunnen proberen vanuit het gezamenlijke belang van sociale partners zo’n verhaal op te stellen. Ik hoop zeer dat ze daaraan willen bijdragen.’’

    • Michèle de Waard