Spanning over zorg loopt op

Minister Klink staat voor miljardenbezuinigingen in de zorg. Marktwerking ziet hij als goed middel. Maar de opvattingen van CDA en PvdA daarover lopen steeds verder uiteen.

De kosten in de gezondheidszorg leveren het kabinet hoofdbrekens op. Nu spitst alles zich toe op de liberalisering van de ziekenhuiszorg. De spanningen tussen de coalitiepartners CDA en PvdA zijn hierover zo hoog opgelopen, dat het niet is gelukt voor het kerstreces overeenstemming te bereiken. Of de ziekenhuiszorg verder wordt geliberaliseerd, zal daarom pas na de jaarwisseling blijken.

Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) wil meer marktwerking, maar vicepremier Bos (Financiën, PvdA) trapte vorig week op de rem. Hij ziet de besparingen niet die Klink er mee denkt binnen te halen. De PvdA-leider heeft ook ideologische bezwaren.

De gemoederen zijn verhit geraakt over beloning naar werk in de ziekenhuiszorg. Of in jargon: prestatiebekostiging. Klink wil dat de zorgverzekeraar de betaling van zorgverleners meer relateert aan hun prestaties. Op advies van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) streeft Klink er naar dat ziekenhuizen vanaf 2011 voor de helft van hun behandelingen met zorgverzekeraars onderhandelen over de prijzen. Ze krijgen dan geen vast budget meer. Nu geeft de overheid dat nog voor tweederde van de ziekenhuiszorg.

Het risico van dit belonen naar werken is dat artsen meer gaan behandelen, omdat extra verrichtingen direct tot meer inkomsten leiden. Om dit te ondervangen en chaos te vermijden, stelt de NZa voor de omzet van ziekenhuizen te maximeren: meer vrijheid dus, maar binnen strakke grenzen. Klink wil af van de overheidsregulering, maar acht die de komende drie jaar noodzakelijk om rust te creëren en een kostenexplosie te voorkomen. Als het te ingewikkeld gemaakte declaratiesysteem van ziekenhuizen is vereenvoudigd, en verzekeraars beter zicht krijgen op de kostprijs van behandelingen, wil Klink vrijwel de hele zorg liberaliseren. Hij hoopt daar een deel van zijn enorme bezuinigingsopgave mee te realiseren.

De PvdA in het kabinet is huiverig. De Kamerfractie voelt weinig voor verdere liberalisering. En ook onder leden is er onrust, bleek op recente PvdA-congressen. Tijdens een debat over marktwerking in de zorg op het laatste congres in Apeldoorn was de boodschap duidelijk: „De markt verdeelt niet eerlijk.” Vrije prijsvorming kan ertoe leiden dat artsen en ziekenhuizen zich meer en meer toeleggen op veelvoorkomende kwalen en makkelijk planbare zorg. Mensen met zeldzame aandoeningen kunnen dan in de knel raken, betoogden PvdA-parlementariërs Eelke van der Veen en Kim Putters.

In november was de kritiek op de marktwerking op het ‘zorgcongres’ van de partij in Groningen ook fors. Het doel van marktwerking, lagere kosten, blijkt niet dichterbij gekomen, stelde PvdA-senator Jan Hamel: „De overheid moet reëel zijn, erkennen dat het nieuwe stelsel op punten tot niet-acceptabele uitkomsten kan leiden en aanpassingen doen om dit te voorkomen.” Het PvdA-lid Dirk Achterberg (huisarts) schreef in de congresbundel: „Door de toenemende nadruk op marktwerking is de publieke oriëntatie aan erosie onderhevig. Meer en meer worden zorgvragers en zorgaanbieders aangemoedigd om te denken en te handelen in termen van persoonlijk voordeel: ‘what’s in it for me?’ Dit is een bedreiging voor het voortbestaan van een vitale publieke zorg.” Hierdoor is volgens Achterberg „de sociaal-democratie op achterstand geraakt”.

Hoezeer de coalitiepartners ideologisch tegenover elkaar staan, bleek onlangs uit het rapport van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA: Op weg naar houdbare overheidsfinanciën. Daarin wordt voorgesteld 6 miljard euro te bezuinigen op de zorg. Het CDA gaat ervan uit dat de productiviteit met 18 tot 25 procent omhoog kan. Uit vergelijkingen van zorginstellingen blijken grote verschillen tussen werkwijze en effectiviteit ervan, schrijft het CDA. „Door prestatiebekostiging kunnen deze verschillen worden benut om de gemiddelde productiviteit te verhogen.” Dat zou ziekenhuizen tot 2021 een besparing kunnen opleveren van jaarlijks 1 miljard euro. Klink zelf denkt aan een besparing van 400 miljoen (in 2018), maar het Centraal Planbureau vond zelfs dit lagere bedrag „niet erg plausibel”.

Intussen overwegen de ziekenhuizen een rechtszaak tegen Klink omdat zij de liberaliseringsplannen niet zien zitten. Ze verzetten zich vooral tegen de omzetbeperking die hij hun tijdelijk wil opleggen. De minister heeft haast. Zijn uitgaven blijven stijgen, terwijl ambtelijke werkgroepen onderzoeken hoe Volksgezondheid 12 miljard kan besparen. Klinks tempo ligt al hoger dan afgesproken in het coalitieakkoord. Daarin werd overeengekomen dat de vrije prijsvorming in 2007 zou worden uitgebreid van 10 tot 20 procent. Verdere maatregelen zouden alleen mogelijk zijn „na zorgvuldige evaluatie van voorafgaande stappen”. Ruim een maand geleden vroeg de PvdA de regering opnieuw niet verder te liberaliseren zonder deze evaluatie. Deze motie werd bij de begrotingsbehandeling met algemene stemmen aangenomen, ook door CDA en ChristenUnie. Bos zal Klink daar vast op wijzen.