Mag iemand worden gekort op zijn uitkering omdat hij een baard laat staan?

baardHij weigert vrouwen een hand te geven en hij weigert zijn baard in te korten. Om deze reden krijgt een islamitische inwoner van Amsterdam eenmalig 200 euro minder bijstandsuitkering. Terecht, oordeelt de bestuursrechter.

Lees hier de uitspraak van de Amsterdamse bestuursrechter. De zaak: een islamitische man is op zoek naar een baan. De gemeente Amsterdam, die de Wet Werk en Bijstand moet uitvoeren, helpt hem hierbij. De man - van wie het vonnis geen leeftijd of arbeidsverleden vermeldt - krijgt een opleiding en werk in de beveiliging aangeboden. Vanwege de kans op agressie in de beveiligingsbranche dient de man zijn baard in te korten tot 3 tot 5 centimeter. Als iemand zijn baard vastgrijpt, is hij immers weerloos. De man weigert. Hij vindt dat hij het recht heeft ‘deze baard te dragen in de lengte die hij wil en op de wijze die overeenkomt met zijn geloofsovertuiging’.

De man krijgt een tweede aanbod: hij mag komen werken bij de Formulierenbrigade van de Dienst Werk en Inkomen. Ook hiertegen heeft de man vanwege zijn islamitische geloofsovertuiging bezwaar: hij weigert vrouwen een hand te geven. De gemeente wijst erop dat de medewerkers van de Formulierenbrigade - een helpdesk waar burgers terecht kunnen met vragen bij het invullen van formulieren - een publieke functie bekleden. ‘Het is een redelijke eis dat werknemers wordt verzocht zowel mannen als vrouwen een hand te schudden bij kennismaking.’

Ook nu weer voert de gemeente diverse gesprekken met de man om hem ertoe te bewegen zijn werkhouding te veranderen. Dat gebeurt niet. Het geduld van de gemeente is op en zij stelt dat de man onvoldoende meewerkt aan zijn begeleiding naar werk. ‘Door zijn houding en gedrag wordt de begeleiding ernstig belemmerd.’ Doordat de man niet meewerkt, vindt de gemeente, maakt hij ‘langer dan noodzakelijk’ gebruik van de bijstand. Om deze reden is besloten de uitkering van de man eenmalig, in maart 2009, met 200 euro te korten.

De man maakt hiertegen bezwaar. Maar de bestuursrechter is van mening dat de gemeente Amsterdam juist heeft gehandeld. De Wet Werk en Bijstand voorziet in de verplichting voor de bijstandsgerechtigde om mee te werken bij de zoektocht naar werk. Hij doet immers een beroep op algemene middelen. Aangezien de man er niet voor heeft gekozen af te zien van de bijstandsuitkering, omdat hij zich niet kan verenigen met de aan de uitkering verbonden verplichtingen, moet hij die verplichtingen nu aanvaarden.

De rechtbank oordeelt dat de eis dat de baard moet worden ingekort om aan werk als beveiliger te komen, niet te ver gaat. Hetzelfde geldt voor het schudden van handen van vrouwelijke collega’s en klanten. De vrijheid van een ieder om zich te gedragen en eruit te zien zoals hij wil, vindt zijn begrenzing op het moment dat dit leidt tot grote beperkingen in de toegang tot de arbeidsmarkt.

Wat vindt u? Vindt u ‘veiligheid’ een goed argument om deze man te verbieden een lange baard te dragen? Of zou zijn geloofsovertuiging zwaarder moeten wegen? Heeft een baard op grond van geloofsovertuiging voor u een andere betekenis dan een piercing waarmee iemand uiting aan zijn levensstijl geeft? En wat vindt u van het handen schudden? Zou u zich als burger onheus behandeld voelen als de beambte u op een andere manier groet? Hoe ver mag een werkgever gaan in het opleggen van sociale omgangsvormen?

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.