Kamerlid én raadslid

Vier Tweede Kamerleden van de PVV (Fritsma, De Mos, De Roon en Wilders) staan volgend jaar kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag en Almere. Fritsma in Den Haag en De Roon in Almere zijn zelfs lijsttrekker. Zij hebben aangekondigd na hun te verwachten verkiezing als raadslid ook Tweede Kamerlid te zullen blijven.

Dat is toegestaan. Het Kamerlid Neppérus van de VVD bijvoorbeeld is ook raadslid in Voorschoten. In Nederland zijn royale mogelijkheden voor volksvertegenwoordigers om er een zogenoemd dubbelmandaat op na te houden. Dat was vroeger ook al zo. In de jaren dertig was er een politicus die voor de SDAP zowel lid was van de Tweede Kamer, Provinciale Staten van Zuid-Holland als de gemeenteraad van ’s-Gravenhage, waar hij bovendien wethouder was. Later zou hij nog tien jaar minister-president zijn. Hij heette Drees.

Ook het Europees Parlement kende vroeger vele leden die er als Kamerlid ook een nationaal mandaat op nahielden. En diverse prominente politici als Lubbers (CDA), Rottenberg (PvdA), Van Aartsen (VVD) en Brinkhorst (D66) betoonden zich in het verleden voorstander van een dubbelmandaat voor Europarlementariërs. Maar dat is sinds 2004 verboden, op initiatief van het Europees Parlement zelf.

Voor het dubbelmandaat pleit dat de kloof tussen Europa en de lidstaten er kleiner door kan worden. Maar Europarlementariërs laten, idealiter, het Europese belang zwaarder wegen dan nationale overwegingen en horen de vrijheid te hebben tot andere besluiten te komen dan hun ‘thuisland’ wenst. Zeker nu het Europarlement dankzij het Verdrag van Lissabon over meer macht beschikt en de nationale parlementen mogelijkheden hebben gekregen om Europese besluitvorming aan te vechten.

Ook op het laagste bestuurlijke niveau is er een voor de hand liggend verbod op een dubbelmandaat: een stadsdeelraadslid mag niet tevens gemeenteraadslid zijn.

Een feit is dat het leerzaam kan zijn om het volk op verschillende bestuurlijke niveaus te vertegenwoordigen. Een Kamerlid dat ook raadslid is, ondervindt aan den lijve wat min of meer abstracte besluitvorming op landelijk niveau voor de dagelijkse realiteit in een gemeente betekent. En dan is er ook het praktische probleem dat relatief weinig burgers voor een actieve politieke functie te porren zijn.

Maar toch. De bezwaren die er tegen een dubbelmandaat voor Europarlementariërs en stadsdeelraadsleden zijn, gelden mutatis mutandis ook op andere niveaus. Raadslid De Roon kan straks in conflict komen met parlementariër De Roon. Het raadslid kan het heel goed in het belang van zijn gemeente achten dat Almere een nieuwe spoorverbinding krijgt met Amsterdam. Maar omdat het Rijk voor de financiering moet opdraaien, kan het Kamerlid tot de conclusie komen dat andere infrastructuur prioriteit verdient.

De Roon weet deze monologue intérieur wellicht tot een bevredigende conclusie te brengen. Maar het risico is duidelijk: een dubbelmandaat leidt tot een politieke spagaat.