Het is de eigenzinnige vorm die 't hem doet

Automerk Saab haalt 2010 mogelijk niet. Fans volgen het nieuws op de voet.

De berijders zijn aan hun merk verknocht, vooral aan de oude modellen.

Slechts één keer slipte zijn Saab, ’s nachts in Amsterdam, tijdens een ritje in de verse sneeuw. De auto van Ritsert Huijsman (33) is bestand tegen winterweer; hij is van Zweedse makelij. Dapper draait-ie de gladde bochten door.

Dat autofabrikant Saab mogelijk nog voor het einde van het jaar wordt ontmanteld, deert Huijsman niet. Zijn model, de Classic 900, wordt toch al sinds 1993 niet meer gemaakt. En hij heeft „geen sentimentele binding met het merk”, zegt hij. Maar deze auto vindt hij fijn. Met name het design.

Ja, goed, het hemeltje hangt. Het handschoenenkastje sluit niet meer. En schakelen vergt mankracht. Maar kijk, hoe cool, het contact dat tussen de voorste stoelen zit. Zie de ruitenwissers voor de koplampen. En dan die steile voorruit. Dit is de laatste „echte Saab”, vindt Huijsman, een lichtarchitect. „Zijn uitgesproken lijnen zijn vervlakt bij nieuwere versies. Als een gebruikt stukje zeep; de hoekjes zijn eraf.”

Dat vinden meer Saab-rijders. De oudere modellen, die tot 1993 werden gemaakt, zijn het populairst. Liefhebbers prijzen vooral de eigenzinnige vorm, die opvalt tussen de Audi’s en de BMW’s. En de techniek, die zo vroeg al zo vooruitstrevend was: stoelverwarming was vanaf de jaren zeventig standaard.

Saab-fans volgen het nieuws dezer dagen op de voet. Gevreesd wordt dat moederbedrijf General Motors (GM) voor 1 januari de tent sluit. Men hoopt dat het laatste bod van de Nederlandse autoproducent Spyker de zaak nog deze week gaat redden. Over de mogelijke overname kwamen maandag op het online Saab-forum ruim 250 nieuwe berichten binnen, vol speculaties, doemscenario’s, dromen. „Wachten en niet in paniek raken, maar vooral niet melancholisch worden”, adviseren ze elkaar.

Volgens Feike van Zanten (31) uit Haarlem bestaat er een groot onderscheid tussen liefhebbers van de Saab ‘oude stijl’ (die elkaar onderweg groeten) en bezitters van modernere varianten. Hij rijdt zelf een zwarte Classic 900, uit 1991. Het is zijn vierde Saab in tien jaar. Hij ging naar eigen zeggen in eerste instantie overstag door het uiterlijk van zijn auto, die hij zelf een „youngtimer” noemt en een aantal jaar geleden voor 8.000 euro kocht: „Tijdloos klassiek.”

Pas later viel Van Zanten voor de techniek. „Vooral voor de details uit de vliegtuigbouw.” Svenska Aeroplan Aktiebolaget (SAAB) maakte oorspronkelijk vliegtuigen. En dat zie je, zegt Van Zanten, aan de aerodynamica, de panoramische voorruit, het dashboard.

Hij gaat wel geregeld kapot, zegt Van Zanten. „Maar ik houd van sleutelen en dat is bij deze auto makkelijk. Ik kan overal bij. Het is net lego: allemaal losse blokjes.”

Tegenliggers steken vaak hun duim naar hem op. „Ze vinden het leuk dat ik in een oude auto rijd.” Maar zeldzaam is het niet. „Ik werk bij een reclamebureau en zie veel branchegenoten die ’m ook rijden.” Vroeger was een Saab iets voor de arts en advocaat. Nu zijn het meer de creatievelingen, meent Van Zanten.

Volgens zijn goede vriend en Haarlemse Saab-specialist Robert Wiering is de Saab tegenwoordig voor iedereen. Zijn klanten zijn tussen de twintig en de tachtig jaar en wonen verspreid over het land.

Hijzelf is ook niet zo rouwig om de mogelijke ondergang van Saab. De markt voor old- en ‘youngtimers’ blijft bestaan – zolang onderdelen leverbaar blijven. Van de klassieke modellen kan hij voorlopig nog goed boeren, denkt hij. „De carrosserie van de Classic 900 is zo sterk, die gaat nog zeker mee tot 2030.”

En Wiering rekent bij het faillissement van Saab op een prijsstijging.

Daarbij, zegt Wiering, is het merk sinds het onderdeel uitmaakt van GM (2000) toch al ten dode opgeschreven. „GM heeft het verkwanseld aan de commercie. De nieuwe Saabs zijn Opel-derivaten. Daar is de hele onderkant afkomstig van de Vectra. Het is net een stoomboot, zo’n nieuwe, hij deint. Die wordt goedkoop in elkaar geplet; een drama.” De kwaliteitsproblemen hebben het merk aangetast, meent Wiering. „En omdat er nooit echt een opvolger is geweest voor de 900, is het merk eigenlijk al kapot sinds 1993.”

Onzin, vindt televisiemaker Ralph de Beurs (27), die gisteren ook een rondje maakte in Amsterdam. Hij rijdt nu bijna drie jaar in zijn tweedehands donkerblauwe Saab 9-3, bouwjaar 2000. Het is de esthetiek, zegt De Beurs. „Saab heeft nog steeds een grappig imago, een retrolook. Het is het mannetje onder wagens.” Hij heeft eigenlijk niks met auto’s, zegt hij. „De Alfa Romeo vind ik een standaard patserwagen. Alleen de Saab is tof.” En, niet onbelangrijk, zijn baas Jeroen Pauw rijdt ’m ook.

De Beurs denkt wel te weten waarom het merk jaar in jaar uit verlies lijdt. De doelgroep is te klein, meent hij. „Saab is te duur voor de middenklasse en te goedkoop voor rijke mensen. Het is een soort D66-wagen: net niet rechts, net niet links. Hij is alternatief.”

De aanschaf van de auto is de slechtste financiële beslissing die hij ooit nam, zegt De Beurs. Hij is „knetterduur”. Benzine: 1 op 10.

En hij rijdt zwaar. De koppeling moet je diep intrappen, vol met de voet erop. „Niet zo prettig. Bij mijn broer slaat hij steeds af”, zegt De Beurs. Maar zijn vader zei: „Vertroetel hem maar, als Saab straks niet meer bestaat, kun je er nog wat mee verdienen.”