Heel fijn was de sfeer hier nooit

Volgende week krijgt een nieuwe moslimzender een zendmachtiging.

Drie potentiële omroepen vechten om de eer. Ze stellen onderling dat ze niet deugen.

Nederland, Hilversum, 14-2-2008 NMO, Nederlandse Moslim Omroep. Postvakjes in het kantoor van de NMO op het Media Park Foto Maarten Hartman Hartman, Maarten

Ruim een uur zendtijd op tv en krap vier uur radio per week. Dat mag de nieuwe moslimomroep gaan invullen, met een budget van zo’n 6 miljoen euro. De animo is groot. Het Commissariaat voor de Media beslist naar verwachting volgende week dinsdag welke van de drie aanvragen voor de zendtijd het zal honoreren.

Slechts één omroep wordt toegelaten. Volgens de Mediawet is „de grootte van de achterban” doorslaggevend. Verder let het Commissariaat er onder meer op of er goed intern toezicht is en of partijen bereid zijn samen te werken. Daarom is de OUMA al samengegaan met Stichting Moslim Omroep Nederland (SMON) en de Nederlandse Islamitische Media met de Stichting Samenwerking Islamitische Koepel. En dan is er nog de Stichting Moslimomroep (SMO).

Dick Douwes, hoogleraar geschiedenis van het Midden-Oosten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, vraagt zich af of er voor die paar uur tv en radio niet te veel verwacht wordt van de islamitische organisaties. „Gezien de grote verschillen in herkomst en religieuze oriëntatie zou het een waar wonder zijn als er een breed en coherent platform zou komen. Zo’n platform wil het Commissariaat kennelijk wel. Aan christelijke zijde ontbreekt het nog altijd.”

De vraag naar een islamitische zendgemachtigde komt volgens Douwes voort uit de Nederlandse verzuilingstraditie. „Maar die traditie is niet toegesneden op de organisatievormen en behoeftes van de moslimgemeenschap in Nederland. Ze proberen er nu wel met alle macht aan te voldoen. Maar het verleden wijst uit dat er een hoop ruzie uit voortkomt en het zal nooit representatief zijn.”

De SMO en de OUMA (‘eenheid’ in het Arabisch) maken de meeste kans. De SMO stelt dat ze een brede achterban vertegenwoordigt: 23 koepelorganisaties, en vijf kleinere. Fethi Killi, secretaris van de SMO, zegt: „Het is de eerste keer in de migrantengeschiedenis dat de vier zuilen van de islam vertegenwoordigd zijn in een organisatie: soennieten, shi’ieten, alevieten en ahmadiyya.” Volgens Killi is het vooral bijzonder dat de soennieten, de grootste groep moslims in Nederland, bereid zijn volgens het Nederlandse poldermodel te werken. Daarnaast, stelt Killi, worden we gesteund door moslims afkomstig uit elf verschillende landen.

Killi wil met de omroep laten zien hoe breed en divers de moslimgemeenschap in Nederland is. Zijn omroep hoopt bovendien alle uitersten te verenigingen: „Van oer-conservatief tot genuanceerd liberaal.” In Nederland overheerst volgens hem de gedachte dat er één soort moslim is, die vaak de jihad, de heilige oorlog aanhangt. „Dat beeld doet ons absoluut geen recht.”

De OUMA richt zich vooral op de moslims die in Nederland zijn geboren. Moslims die, volgens een van de oprichters, Mohammed Cheppih, voortrekker van de poldermoskee in Amsterdam-Slotervaart, zich niet meer herkennen in de breuklijnen van islamitische stromingen of etniciteit. „Dat hoort bij de importislam. Jonge moslims herkennen dat wel van hun ouders of grootouders, maar ze hebben er zelf niets mee. Zij voelen zich Nederlandse moslims. Ik geloof in de polderislam.” OUMA heeft dan ook niet een achterban, zoals de SMO, die bestaat uit allerlei organisaties. Maar wel een potentiële brede achterban van moslims die zich niet vertegenwoordigd voelen door de oude garde. Een aantal populaire websites, zoals Marokko.nl en wijblijvenhier.nl, steunt OUMA.

OUMA is samengegaan met Stichting Moslim Omroep Nederland (SMON) van Radi Suudi, die eerder met omroep Zenit het bestel in wilde als ledenomroep. Radi Suudi zette die omroep op met de van fraude verdachte Frank William, oud-directeur van een van de huidige moslimomroepen, NMO. Zenit wilde de nieuwe multiculturele Nederlandse samenleving in haar programma’s zichtbaar maken en het debat over islam en Nederlandse moslims voeren op een minder eenzijdige manier dan volgens de initiatiefnemers gebruikelijk is. Het lukte niet om voor 1 april 2009 ten minste 50.000 leden te krijgen om de status van aspirant-omroep te krijgen. Allochtonen zijn onbekend met het Nederlandse omroepbestel met omroepen waar je lid van moet worden. Suudi probeert nu zijn idealen samen met OUMA te verwezenlijken. William doet niet mee: naar hem loopt een strafrechtelijk onderzoek.

Aanhangers van SMO en OUMA stellen over en weer dat groepen die de andere partij steunen niet deugen. Moddergooien en zwartmaken was bij bestuurders van de twee huidige moslimomroepen NMO en NIO aan de orde van de dag. Het is de vraag of dat in een nieuwe omroep tot het verleden zal behoren. Verschillende mensen die bij de oude omroepen hoorden, hebben zich nu aangesloten bij de nieuwe.

Zo zegt de SMO dat de OUMA alleen soennieten vertegenwoordigt. „Hoezo alleen soennieten?”, vraagt Mohammed Cheppih. „Wij dénken niet eens in die traditionele scheidslijnen. Wij vertegenwoordigen iedereen die zich bij ons thuis voelt.” Cheppih stelt op zijn beurt dat de aanhangers van de SMO heel nationalistisch denken. „Zodra ze een licentie hebben, gaan ze rollebollen.”

De omroepen-in-oprichting hebben al draaiboeken klaarliggen. Fethi Killi van de SMO denkt aan programma’s over vraagstukken als euthanasie in moslimkringen, gelijkheid van man en vrouw, het toenemend aantal echtscheidingen. „Het zijn vraagstukken die onze religie en cultuur raken. Onze wortels liggen elders, maar onze toekomst is hier. Hoe gaan wij daarmee om?”

Wat de Nederlandse Islamitische Media, die samen is gegaan met de Stichting Samenwerking Islamitische Koepel, voorstaat is niet duidelijk. Zij willen geen pers te woord staan voor ze eventueel een zendmachtiging hebben.