Geen nieuwe overnamekoorts op de Europese markten

Europese zakenbankiers hopen op het einde van de nu al twee jaar aanhoudende droogte op de markt voor fusies en overnames. Ze hopen dat de stijgende markten, soepeler financieringsmogelijkheden en dierlijke driften onder topmanagers tot een opleving van de transacties zullen leiden. Maar er zijn net zo veel redenen voor de bazen om behoedzaam te blijven in 2010.

In het verleden liepen de fusie- en overnameactiviteiten ongeveer zes maanden achter op de aandelenmarkten. Daarom putten de bankiers moed uit de nu al negen maanden durende beurshausse. De kapitaalmarkten, die in de winter van 2008/2009 zo goed als gesloten waren, zijn in de tweede helft van 2009 weer opengegaan, met name voor grotere bedrijven.

Uit een recente enquête onder Europese topfunctionarissen, uitgevoerd door UBS en de Boston Consulting Group, bleek dat 19 procent meende volgend jaar een bedrijf te kunnen overnemen met een omzet van minstens 500 miljoen euro. In 2003, het eerste jaar van de vorige opleving van de markt voor fusies en overnames, bedroeg het aantal feitelijke transacties 10 procent, en in het topjaar 2006 19 procent.

Maar ‘kunnen’ en ‘willen’ zijn twee heel verschillende zaken. Van de groep op overnames beluste topmensen zei slechts een kwart dat overnames ‘heel waarschijnlijk’ of ‘zeker’ waren.

Een groot struikelblok is de prijs. Een groot deel van de potentiële kopers zegt dat de waarderingen te hoog zijn, nog voordat er sprake is van premies. Bovendien lijken de mogelijke verkopers nog niet bereid om belangen af te stoten, omdat ze denken dat de prijzen nog verder zullen stijgen.

En hoewel de kapitaalmarkten weer open zijn gegaan, aarzelen de banken nog steeds om kredieten te verstrekken, met name omvangrijke. Omdat zelfs een op de obligatie- of aandelenmarkt gefinancierde deal doorgaans een overbruggingskrediet nodig heeft, kan de financiering een aanzienlijk obstakel zijn.

Niets van dit alles betekent dat er geen deals in Europa zullen plaatsvinden. Maar de transacties die wél doorgang zullen vinden, zullen over het algemeen klein en makkelijk verteerbaar zijn. En bankiers zullen wellicht meer werk moeten verrichten voor hun geld.

    • Margaret Doyle