Opinie

    • Tom-Jan Meeus

De grote vraag die iedereen overslaat

Politiek is er uiteindelijk voor grote vragen. Voor vragen die niemand (meer) durft te stellen. Je hebt altijd dingen van de dag. Een relletje, gedoe, ophef. Opwinding waarvan je weet: volgende week is iedereen het vergeten, maar vandaag draait alles erom.

Intussen sluimert bijvoorbeeld de grote vraag van de crisis van het kapitalisme. De liberale orde – globalisering, vrijhandel, EU – staat onder druk, niet in de laatste plaats door Trump. Een paar weken terug beschreef ik het een beetje, meestal hoor je uit de politiek weinig op zo’n stukje, maar diverse bekende VVD’ers meldden zich – ze waren het er roerend mee eens.

De crisis is ook groot. The Economist herinnerde er vorige week aan dat meer dan de helft van Amerikaanse jongeren in 2016 het kapitalisme niet meer steunde: te veel mensen zien dat hoge winsten van bedrijven en investeerders ten koste gaan van werknemers. De balans is zoek.

Het blad legt een verband met de groei van het monopolisme. Door te grote marktmacht kunnen bedrijven in de oude en nieuwe economie concurrentie te eenvoudig ontlopen – ze zwemmen in het geld maar geven het amper uit.

In de tech-industrie (Google, Facebook, etc.) komt daar het bedrog van gratis diensten bij, waarbij afnemers buiten hun medeweten worden omgevormd tot verhandelbare dataset. Een concept dat school maakt. Een vergelijkbare aanpak werd zaterdag in deze krant beschreven uit de wereld van het voetbal. Een Britse topclub trekt derderangsvoetballers op jonge leeftijd voor (bijna) niets aan, waarna ze als talenten worden verhandeld aan noodlijdende clubs (in Nederland: NAC), die in de waan worden gelaten dat ze voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.

Ook in de nationale politiek zagen we dit jaar hoezeer verhoudingen zoek zijn. Rutte zette zijn reputatie op het spel in de hoop Unilever met de dividendmaatregel naar Rotterdam te lokken, en werd met één sms’je afgedankt. De premier als klusjesman.

The Economist trekt de conclusie dat een revolutie nodig is. Breek bedrijven met te veel marktmacht op, zoals de Verenigde Staten begin vorige eeuw deden met olie- en spoorbedrijven. Dwing zo nieuwe concurrentie af, zodat ondernemingen hun geld weer stoppen in lonen en vergroting van concurrentiekracht.

Dit is een mondiaal vraagstuk, maar het is wel vreemd dat je er hier amper politici over hoort. Niets ten nadele van de dagelijkse dingen. Allemaal relevant. Maar als die ertoe leiden dat iedereen deze enorme vraag – naar de houdbaarheid van het kapitalisme – overslaat, klopt er misschien iets niet meer.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.

    • Tom-Jan Meeus