Een stukje rust op de 'Javaboulevard'

De Indische buurt in Groningen is de laatste jaren flink opgeknapt. De ‘gemengde buurt’ trekt nu jonge tweeverdieners. „Heel gezellig, tussen de volkse mensen.”

Nederland - Groningen - 15-12-2009 ' Prachtwijk ' Mevr. Hielkema bezig met de kerstversiering aan haar huis aan het R. Feithplein. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

De Javalaan ligt er keurig bij. De straat wordt gescheiden door een grasveld van zo’n honderd meter, waar honden worden uitgelaten. Kinderen zijn aangewezen op de speelplaats die er vorig jaar met hulp van buurtbewoners is aangelegd. „Wij noemen het hier de Javaboulevard”, zegt bewoonster Rosieta in de woonkamer van haar bovenwoning. De kleine huurwoningen aan haar kant van de straat hebben pas een verfbeurt gekregen. „Geriefsverbetering noemen ze dat met een deftig woord.”

De Javalaan ligt in de Indische buurt van Groningen, een Vogelaarwijk. Uit de Leefbaarometer van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer – waarover zaterdag in NRC Weekblad werd gepubliceerd – blijkt dat de leefbaarheid in die stad de afgelopen tien jaar het sterkst is verbeterd. Woonde in 1998 een derde van de Groningers in een buurt die ‘matig’ of slechter scoorde, in 2008 was dat nog maar 7 procent. Positieve uitschieter is de Indische buurt. En daarin scoort de Javalaan weer goed.

Hoe dat komt? Wethouder Frank de Vries (ruimtelijke ordening, PvdA): „Groningen pakt de achterstandswijken al 25 jaar aan. Onze krachtwijken liggen er goed bij.” Een kwestie van lange adem, zegt hij, waarbij de steun van woningcorporaties nodig is. „De gemeente kan het niet alleen.” En: „We luisteren naar bewoners en buurtagenten. We investeren in buurthuizen en speeltuinen.”

Rosieta, „vrijwilligster bij van alles en nog wat”, woont aan de ‘oneven’ kant van de Javalaan. Naoorlogse sociale woningbouw, waarin van oudsher stadjers wonen met een kleine portemonnee. Er hangt nu veel kerstversiering aan de gevels. Tijdens een EK of WK voetbal zijn alle huizen oranje, vertelt Rosieta. „Dit is een gezellige volkswijk. We leven als het even kan buiten op straat, met de vuurkorf in het midden.”

De buurt bestaat voor het merendeel uit autochtone Nederlanders. Met de allochtone minderheid heeft Rosieta geen problemen, zegt ze. De Turkse buren komen tijdens het offerfeest altijd lamsvlees brengen. „Krijgen ze van mij als dank een kerststol.” Met de Surinaamse buurman heeft ze minder contact. „Maar we zeggen elkaar wel vriendelijk gedag.”

De diversiteit van de buurt heeft een keerzijde. Haar twee kinderen verruilden de buurtschool vorige zomer voor een basisschool in de binnenstad.

„We werden flauw van de zwarte school hier om de hoek. Ze leerden er geen Nederlandse normen”, zegt Rosieta. Ze is er wel overblijfmoeder gebleven. „Ze zagen me eerst als verrader. Ik heb gezegd dat het niks persoonlijks is. Nu is het ouderwets gezellig met de overblijf.”

Overlast had Rosieta van een junk in de benedenwoning en van een dealer aan de overkant. „Maar de ene zit in de bak en die andere heeft een bezoekverbod. Wel zo rustig.” Toch mist ze de reuring in de straat soms. „Het heeft wel wat, zo’n zwaaiende halvegare die in het portiek hangt.”

Haar man Richard, „leidinggevend installateur”, denkt er iets anders over. „Voor de overlast van die ene junk hadden we al drie keer naar de politie gebeld – zonder resultaat. Bij het vierde telefoontje zei ik: als jullie hem niet ophalen, doen wij het. Gaan we er via de voordeur in en via de achterdeur weer uit. De politie was er meteen. Weg junk.”

Aan de ‘even’ kant van de Javalaan – de overburen van Rosieta en Richard – staan vooroorlogse huizen. Een combinatie van huur- en koopwoningen. De gemeente verving sloopplannen na protesten in de buurt door een grondige renovatie. De woningbouwvereniging knapte de even kant een jaar of vijf geleden op. Veel huurwoningen zijn ‘opengebroken’ en samengevoegd tot koopwoningen. Dit deel van de Indische buurt is nu beschermd stadsgezicht.

De nieuwe bewoners zijn veelal jonge tweeverdieners. Zoals Stijntje en Erwin. Hij is beleidsmedewerker bij de gemeente, zij is kinderarts in opleiding in het academisch ziekenhuis. Hij zag de ‘dubbele’ woning enkele jaren terug te koop staan en was meteen enthousiast. Zij aarzelde. „Ik dacht eerst: in die buurt, wil ik daar wel wonen? Ik ben gevallen voor het huis. Nu heb ik het prima naar mijn zin. Heel gezellig, tussen de volkse mensen.”

Op de binnenplaats achter het tuintje hadden ze in het begin last van buurtbewoners, geeft Stijntje toe. „Stonden ze ons uit te schelden, out of the blue.” Intussen is de rust weergekeerd. Een doofstomme buurman wil nog wel eens lawaai maken. „Dat moet kunnen”, vindt de dokter in spe.

Toch heeft ze op de lange duur verhuisplannen, geeft ze toe. „Ik wil een grotere tuin en die heb je hier niet in de buurt.” Tot die tijd integreren ze in de gemengde buurt met autochtonen én allochtonen. „Binnenkort opent een Afghaanse familie een pizzeria. Gaan we zeker naartoe.”

De twee kinderen van Stijntje en Erwin zitten op dezelfde basisschool als die van Rosieta en Richard. Stijntje: „Wij hebben niks tegen de kinderen in de buurt, maar de scholen zien er hier zo ongezellig uit.” Erwin: „Ik neem ze mee op de fiets. Op weg naar mijn werk kom ik langs school.”

Na een aanvankelijke aarzeling zijn Rosieta en Richard dik tevreden over Stijntje, Erwin en andere nieuwkomers. Rosieta: „Wij hadden onze twijfels: willen die dure lui wel dat wij ’s zomers op straat leven? Maar ze vallen alles mee. Een ander publiek betekent een stukje rust in de straat.”

Vlakbij de Javalaan ligt het Rhijnvis Feithplein, de Indische buurt à la Anton Pieck. Huizen met luiken, gezandstraalde stenen, opgewekte pensionado’s. Een ouder echtpaar heeft wel zin in een praatje. Meneer Hielkema, voormalig tegelzetter, draait een sjekkie. Mevrouw Hielkema, oud-verkoopster bij de HEMA, staat op een keukentrap en hangt de kerstversiering op. „Val niet”, zegt hij. „Laat mij toch”, zegt zij.

De Hielkema’s zijn trots op hun keurige optrekje. Ze hebben dertig jaar in een bovenwoning om de hoek gewoond – aan een ander plein, met veel overlast. „Daar hadden we in het begin burgerwacht, tegen de drugsdealers. Niet normaal hoeveel junkies er toen rondliepen. En kijk nu eens hoe rustig het hier is”, zegt mevrouw Hielkema terwijl ze een verlichte arreslee boven de voordeur hangt.

„Ik werd door wethouder Wallage [later burgemeester van Groningen] de bengel van de Indische buurt genoemd, want ik heb overal actie tegen gevoerd”, zegt ze. „Als het aan de hoge heren in het stadhuis had gelegen was deze wijk platgegaan. Nou, over mijn lijk. Wij wilden de buurt laten opknappen.”