De OPEC kan best een dagje zonder u

Dit is Theo, luidde in 1991 de voice-over in een reclamespotje van de overheid voor het terugdringen van het autogebruik: ‘De auto kan best een dagje zonder u’. Theo benaderde zijn auto, die hem agressief verhinderde in te stappen. De man droop af, maar niet zonder eerst alsnog zijn autoriteit over het voertuig terug te claimen. ‘Maar jij blijft hier!’

Theo zou zich kunnen aansluiten bij de OPEC, de club van olie-exporterende landen. Die sprak gisteren in een vergadering in de Angolese hoofdstad Luanda af om de olieprijs tussen de 70 dollar en 80 dollar te houden. Er is alleen één klein probleem: in de geest van Theo claimt de OPEC het commando, maar in werkelijkheid heeft de organisatie steeds minder te vertellen. Olie doet wat zij wil en gromt vervaarlijk naar iedereen die in de buurt komt.

De tijd dat de olieproducenten met afspraken over het verhogen en verlagen van de productie de olieprijs dachten te kunnen sturen, is allang voorbij. Dat heeft voor een deel van oudsher te maken met het feit dat veel aangesloten landen zich niet aan de productieafspraken houden.

Maar veel belangrijker is dat er krachten in het leven zijn geroepen die een veel grotere invloed hebben op de prijsvorming dan het evenwicht tussen vraag en aanbod dat de OPEC probeert te sturen. In het begin van deze eeuw streefde de OPEC naar een prijs tussen 22 en 28 dollar per vat, om de olieprijs vervolgens alle kanten op te zien gaan. Sindsdien is er geen houden meer aan. In de zomer van 2008 piekte de olieprijs op 145 dollar, om vervolgens tijdens de financiële crisis weg te zakken naar nog maar 33 dollar. Het gemiddelde is inderdaad zo’n 80 dollar, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Grote boosdoener is de termijnmarkt. Daar zijn de afgelopen jaren steeds meer partijen ingestapt die niets te maken hebben met de vraag of het aanbod van olie. Ze zijn puur speculatief bezig. Gewone beleggers kunnen tegenwoordig via allerlei instrumenten en diensten die banken aanbieden, meedoen op de grondstoffenmarkten.

Die stortvloed van speculatief geld zorgt voor wilde prijsbewegingen, die van grote invloed kunnen zijn op de wereldeconomie. Nu zijn er pogingen om die invloed terug te dringen, zowel in de VS als in Europa. Maar dat beleid schiet niet echt op. In de jaren zeventig vreesde het Westen de macht van OPEC. Zoals wel met meer kwesties in de nasleep van de financiële crisis, neemt de kans op werkelijke regulering af naarmate de situatie verder terugkeert naar normaal. De tijd nadert dat we er nog naar terug zullen verlangen.

Maarten Schinkel