De antwoorden heeft hij al klaar

Wyatt Russell wil als ijshockeydoelman veel van de wereld zien.

Nu speelt de Amerikaan bij het noodlijdende Groninger Grizzlies.

Nederland- Groningen- 02-12-2009 IJshal Kardinge, ijshockey doelman van de Groningen Grizzlies Wyatt Russell. Wyatt Russel is de zoon van actrice Goldie Hawn en Kurt Russel en een halfbroer van actrice Kate Hudson. Foto Sake Elzinga Elzinga, Sake

Wyatt Russell vond het als kind al vervelend dat hij werd beoordeeld op zijn uiterlijk, gedrag en karakter. Wildvreemden letten extra op hem, omdat hij uit een familie van acteurs en profhonkballers komt. Als ijshockeyer ontdekte hij dat het ook anders kan. „Ik houd van deze sport omdat die zwart-wit is”, vertelt de doelman van Groninger Grizzlies. „Het maakt niet uit wie ik ben. Voorkom ik doelpunten, dan speel ik goed. Laat ik de puck door, dan speel ik slecht. Grijs bestaat niet.”

Russell waarschuwt in ijshal Kardinge dat hij weinig zin heeft over zichzelf te praten. Talloze verslaggevers vroegen naar zijn ouders, acteurs Kurt Russell en Goldie Hawn. „Ik had standaardantwoorden klaar. Ja, ik bezoek ze wel eens in Californië. Nee, ik denk niet dat ze hier langskomen”, vertelt de keeper nadat hij de ochtend wegens een liesblessure grotendeels heeft doorgebracht in een MRI-scanner. „Wat is daar interessant aan? Ik ben niet degene die iets heeft gepresteerd. Ik speel alleen ijshockey.”

Twintig jaar geleden werd Russell door zijn vader meegenomen naar een ijsbaan in Toronto. Hij was meteen verkocht. Het belang van hockey voor Canada en het noorden van de Verenigde Staten is volgens Russell bijna niet in woorden te vatten. „Het is een religie, een manier van leven. IJshockey speelt zich af in een wereld waar iedereen elkaar kent en alles van elkaar weet. Ik heb als tiener echt jaren geleefd in een ritme van school, training en ijshockey op tv kijken. Dag in, dag uit. IJshockey was het enige wat in mijn hoofd zat. Je houdt ervan zoals je van een vrouw houdt. Wat je in de relatie stopt, krijg je ervoor terug.”

Russell speelde als junior door heel Noord-Amerika en woonde bij gastgezinnen. Als twintiger besefte hij dat zijn talent niet toereikend zou zijn voor een plek in de profcompetitie NHL. Hij vroeg zijn zaakwaarnemer een club voor hem te zoeken in Europa. „IJshockeyers in de lagere Amerikaanse profcompetities hebben het zwaar. Ze krijgen niet veel betaald, zijn constant aan het reizen en kunnen niet anders dan hun relaties verwaarlozen, allemaal voor hun sport. Die weg wilde ik niet afleggen. Liever wilde ik overzees mijn geld verdienen en levenservaring opdoen.”

Hij kwam terecht bij een club in het Duitse Timmendorfer Strand, aan de Oostzee. De overstap van de Amerikaanse universiteitscompetitie naar de lager aangeschreven Regionalliga viel hem zwaar. „De meeste teamgenoten konden zich verstaanbaar maken in het Engels, maar in het plaatsje waar ik woonde sprak iedereen alleen Duits”, vertelt Russell. „Ik wist niet hoe ik een telefoon kon kopen, de weg moest vragen of eten moest halen. Via internet heb ik de goedkoopste taalcursus gekocht die ik kon vinden. Twee weken lang heb ik op bed zinnen en woorden uit mijn hoofd geleerd. Met hulp van een woordenboek en een oudere serveerster in een restaurantje heb ik me gered.”

Een tweede seizoen in Duitsland zat er voor Russell niet in wegens financiële problemen bij zijn nieuwe club in Hamburg. De ijshockeyer besloot daarop zijn diensten kosteloos aan te bieden bij Groninger Grizzlies, dat voor dit seizoen hoofdsponsor Pecoma kwijtraakte. Hoewel de Russische coach Sergei Yashin – als speler met de Sovjet-Unie olympisch, wereld- en Europees kampioen – hem eerder had afgetest, wilde Russell per se naar Nederland. Hij heeft vrienden onder de tientallen Noord-Amerikanen in de eredivisie.

Yashin stemde in met de komst van Russell en is halverwege het seizoen tevreden over de Amerikaan, die op zijn beurt lovend is over club en stad. „Drie uur hier vandaan voelde het alsof ik op de maan was. Hier voel ik me door de behulpzaamheid van iedereen niet zo ver van huis. Ik wil niets liever zijn dan Amerikaan, maar dit is mijn favoriete land. Ik houd van de oude gebouwen, de fietsen en de mensen. Groningen betaalt mij niet, maar ze helpen wel met het vinden van woonruimte en misschien een bijbaan. Ik heb vorig seizoen genoeg verdiend om hierheen te komen. Wat heb ik nu nodig op mijn 23ste? Ik heb nog geen hypotheek, geen auto, geen gezin. Moet ik dan kiezen voor 6.000 euro per maand in Duitsland? Dan heb ik het liever naar mijn zin in Groningen.”

Russell helpt graag bij het reddingsplan dat het bestuur van de Grizzlies heeft bedacht om 100.000 euro bij elkaar te krijgen voor het lopende seizoen. De club streeft naar veertig sponsors die elk 2.500 euro betalen voor deelname aan een loterij. De winnaar van de trekking wordt hoofdsponsor. „De hele economie lijdt, overal verdwijnen bedrijven en vallen ontslagen. Sport ontkomt daar niet aan”, stelt Russell. „Iedereen moet offers brengen en ik heb mezelf voorgehouden dat ik dat ook moest doen om te kunnen ijshockeyen en rondtrekken in Europa.”

Hij maakt de vergelijking met zijn sport. „Winnen kunnen we allemaal, maar het gaat erom hoe we met tegenslagen omgaan. Voor de crisis leefde iedereen op champagne. Nu het minder gaat, zie ik veel mensen in paniek raken, terwijl we juist zouden moeten uitzoeken waar het probleem ligt en daar oplossingen voor vinden. Door mijn tijd in Duitsland en blessures ben ik in staat op een goede manier met teleurstelling om te gaan. Een tegenvaller is geen falen, maar een signaal dat ik anders met een situatie moet omgaan.”

Niet voor niets noemt Russell zijn mentale gesteldheid als zijn grootste kracht op de ijsvloer. „Ik ben heel pragmatisch als het op ijshockey aankomt. Techniek is maar een klein deel van het spel en maakt zeker niet het verschil tussen de beste goalie ter wereld en een jongen die nooit in de NHL zal spelen. Ik geloof dat sommige mensen zijn geboren en gebouwd voor een bepaalde sport omdat ze het in hun hoofd hebben. Ik weet niet waar ik precies sta volgens die logica, maar zeker is dat ik onderweg voldoende heb geleerd.”

    • Michiel Dekker