Bijgeloof baadt soms

Over bijgeloof praat de hedendaagse westerse mens doorgaans alleen in intieme kring. Soms nadat we iemand hadden betrapt op het oversteken van een straat na het zien van een zwarte kat. Of gewoon, na een paar eenheden alcohol. Dan worden er wel eens meer persoonlijke vormen van bijgeloof opgebiecht.

Dat zoiets eerder schoorvoetend gebeurt, komt omdat gelukscijfers en ritueeltjes door de toehoorders in het kader van een neurotische aandoening zullen worden geïnterpreteerd. Bovendien blijken sommige mensen er – in wisselende gradaties – last van te hebben, en anderen helemaal niet.

Zelf behoor ik tot die eerste groep, in een mate die leefbaar blijft, maar die mij desondanks al vaak het onbegrip van mijn rationele zelf op de hals heeft gehaald. Waar komt al dat ‘moeten’ en ‘afweren’ toch vandaan?

De bijgelovige mens blijkt niet noodzakelijk banger dan de anderen. Baat het niet dan schaadt het niet, zo luidt zijn excuus om toch maar op de drang in te gaan. Vandaag de dag bestaan er neurotheologen om ons te tonen dat het allemaal met de werking van ons oriëntatie- en associatiegebied te maken heeft. Op hersenscans duiden ze aan waar het bijgeloof ontstaat, en ook zouden zij hebben ontdekt op welke plek een religieuze trance valt te meten. Een gelovige zou daarop kunnen antwoorden dat enkel de plaats in de hersenen werd ontdekt waarin God contact met ons zoekt.

Als bijgeloof een vorm van waanzin is, dan proberen sommige culturen die veel minder te verbergen. Men acht het zelfs verstandig op bijgelovige impulsen in te gaan. De Belg Frank De Winne, die begin deze maand terugkeerde van een zes maanden durende ruimtereis, rapporteert in zijn dagboek over de bijgelovige Russische rituelen die aan het vertrek voorafgingen. Alvorens aan boord te gaan in de Sojoez, moest een aantal handelingen worden uitgevoerd die de gebeurtenissen tijdens het vertrek van Joeri Gagarin kopieerden: het tijdstip waarop de Sojoez naar buiten werd gerold, omstanders die muntjes op het spoor lieten platrijden, de bemanningsleden die een boompje plantten in Bajkonoer en samen naar de film De witte zon van de woestijn keken om tot slot, onderweg naar het lanceerplatform, samen tegen het rechterachterwiel van het busje te plassen.

Eigenlijk werden de handelingen alleen van kosmonaut Roman Romanenko verwacht, maar De Winne en de Canadees Bob Thirsk deden alles mee. Uit solidariteit. En overigens: baat het niet, dan schaadt het niet.

    • Annelies Verbeke